PlusColumn

De verjaardagstaart van Spekman bestond uit woordschuim

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column uit Het Parool.

Theodor Holman.Beeld Het Parool/ Wolff

Hans Spekman (PvdA) vindt dat Geert Wilders (PVV) het woord ­'revolte' niet mag gebruiken, en ook niet de zin: 'Kom in ­verzet.'

Hij redeneert als volgt: ofschoon Wilders beweert dat hij dat 'in verzet komen' en zo'n 'revolte' via democratische weg wil afdwingen, is het voor iedereen duidelijk dat hij door dit woordgebruik zijn achterban klaarstoomt voor geweld. Wilders brengt zodoende de democratie in ­gevaar.

Zo vierde Spekman de ­verjaardag van de PvdA. Het probleem met de redenering van Spekman is dat je conclusies gaat trekken op ­basis van de geschiedenis die sommige woorden ooit hadden.

Stel dat ik schrijf: 'Ik zou graag een kamp willen oprichten om al die jeugdige vrijwilligers die zich zo mooi voor onze samenleving hebben ingezet, een fijne, onbezorgde ­vakantie aan te bieden.' Dan zou Spekman zeggen: "Holman gebruikt welbewust het woord kamp, ik vond dat misselijkmakend, want het woord kamp roept heel nare associaties op."

In verzet komen en een revolte zijn begrippen die inderdaad wel eens zijn gebruikt voor buitenparlementaire ­actie. Maar de partij van Spekman heeft zich ook ooit van zulk woordgebruik bediend.

De socialist Troelstra wilde zelfs de revolutie uitroepen. Wat zou Spekman van hem hebben gevonden? Het vreemde is dat zowel Troelstra als Wilders - als we ze moeten ­geloven, en waarom niet - met hun revolutionaire praat hetzelfde doel voor ogen hadden, namelijk het kanaliseren, het beheersbaar houden van groeiende onrust.

Het antwoord van Wilders was net zo absurd, maar taalkundig interessant: hij had het over een virtuele kogel waarop een nimmer voorkomende ­letterreeks zou staan die van een ideologische kant zou ­komen. Metaforenpudding met werkelijkheidssuggestie.

Spekman spreekt van 'rechtse retoriek' waar hij ziek van wordt. Maar rechts of niet, retoriek bestrijd je met betere retoriek of met argumenten.

Een betere retoriek heeft Spekman niet laten zien en ­argumenten ook niet. Woordgebruik aanvallen, ­­­retoriek aanvallen, is altijd ­oppervlakkige kritiek. Leuk voor het publiek, maar je hebt er weinig aan.

Ik heb de afgelopen jaren woorden als fascist, racist, haat, solidariteit, revolutie, overheid, vertrouwen, religie, respect, neger, blanke, totaal zien veranderen. Soms zelfs in hun tegendeel. In tegenstelling tot mensen hebben woorden vele levens. Dat toont aan dat woorden op zichzelf geen waarde hebben. Je mag met ze doen wat je wil. En wie iets ­beweert, moet dat bewijzen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden