Plus

De vergeten diersoort die uitstierf in Amsterdam

Tot 1883 leefde de allerlaatste quagga in Artis. Reinier Spreen (40) trok zich het lot van deze vergeten diersoort aan, en schreef er een boek over.

De laatste quagga Beeld Artis

Reinier Spreen wil graag afspreken bij de zebrasavanne in Artis. "Er stond hier altijd een bordje met een raadselachtige tekst," zegt hij. 'Hier stierf in 1883 de laatste quagga', stond erop. "Verder niets." Spreen deed wat hij altijd doet als hij iets onbekends tegenkomt: het opzoeken op internet. Daar vond hij wat algemene informatie over quagga's, maar verder weinig.

"Ik ben toen een middag in de bibliotheek van Artis gaan zitten met het idee daar 'hét' boek over de quagga te vinden," zegt Spreen, "maar ook daar vond ik alleen verwijzingen achterin boeken en verwarrende informatie. Aan het einde van die middag heb ik bedacht dat ik het boek dan maar zelf moest schrijven."

En nu ligt er Monument voor de Quagga - Schlemiel van de Uitgestorven Dieren. Spreen werkte er twee jaar aan. Dat deed hij in de avonduren en weekeinden, naast zijn werk als tekstschrijver en barman. Spreen spitte eeuwenoude reisverslagen door en bezocht onder meer Naturalis in Leiden. In het depot daar staat namelijk nog steeds die ­allerlaatste Artisquagga. "Hij wordt niet tentoongesteld, want daar is hij te kwetsbaar voor."

In Monument voor de Quagga staat een verslag van dat bezoek aan Naturalis. Spreen treft een mottige, ­kalende, opgezette quagga aan: aangevreten door de tand des tijds. Het is typerend voor het lot van de diersoort, die altijd een beetje tussen wal en schip is gevallen.

Inmiddels is duidelijk dat de quagga een steppezebra was, maar omdat hij evengoed op een paard en een ezel leek, heeft de mens de quagga (spreek uit 'kwagga', met een zachte 'g' en niet die uit bijvoorbeeld het Engelse 'goal') nooit kunnen plaatsen, stelt Spreen.

Afgeschoten
Zo duurde het na het overlijden van de laatste quagga twintig jaar (!) voordat ook maar iemand zich realiseerde dat de diersoort was uitgestorven. De Britse natuurhistoricus Graham Renshaw was degene die het uiteindelijk ­opschreef in 1904.

Eerder was alleen gesuggereerd dat de quagga 'wellicht' was uitgestorven of in elk geval heel zeldzaam was geworden. Het duurde nog tot 1959 voordat de South African Journal of Science bevestigde dat ­Artis ­inderdaad het allerlaatste levende exemplaar had gehad.

In Zuid-Afrika begint het verhaal van de quagga. Daar leefden al tienduizenden jaren twee paardachtigen toen de Nederlanders zich er halverwege de zeventiende eeuw vestigden. Het ging om de bergzebra en de quagga. Die laatste lijkt op de zebra, alleen is hij roodbruin en zijn strepen lopen maar tot halverwege zijn lijf.

De Nederlandse kolonisten waren bijzonder geïnteresseerd in het dier. In eerste instantie met het idee het te temmen tot rij- of lastdier. Dat mislukte. De quagga bleek net zo wild en onvoorspelbaar als de zebra, die zich ook nooit heeft laten domesticeren. Daarna, en misschien daarom, bekommerde niemand zich meer om de quagga. Zijn leefomgeving werd steeds kleiner door oprukkende boerenbedrijven en hij werd vaak afgeschoten om zijn huid.

Omstreden fokprogramma
Zo kon het gebeuren dat er in de jaren zeventig van de ­negentiende eeuw ineens nog maar drie levende quagga's waren. Ze stonden alle drie in een dierentuin (in Londen, Berlijn en Amsterdam), en: het waren drie merries.

"Veertig jaar later begon Artis een fokprogramma voor de ­wisent, een bizonkoe die niet meer in het wild leefde," zegt Spreen. "Als mensen iets oplettender waren geweest, had zoiets misschien ook gekund voor de quagga. Eigenlijk stierf de quagga te vroeg."

De vreemde geschiedenis van de quagga eindigde daar nog niet. Inmiddels is er namelijk een programma in Zuid-Afrika dat de quagga probeert terug te fokken. Het project is opgezet door de in 2006 overleden taxidermist Reinhold Rau. De vijfde generatie 'quagga's' leeft nu, vertelt Spreen.

Ze zijn gefokt uit ­steppezebra's die op de quagga lijken. De jongste dieren hebben inmiddels inderdaad geen strepen meer op de kont, maar het project is wetenschappelijk omstreden. Een beest fokken dat op een quagga lijkt, maakt het nog geen quagga, is het commentaar.

Jurassic Park
Een laatste quaggaweetje dan. In de jaren tachtig lukte het wetenschappers om DNA te klonen uit het weefsel van een slecht opgezette quagga. Daarmee vormde het dier zelfs de inspiratiebron voor Michael Crichtons bestseller Jurrasic Park. Vandaag de dag zijn er wereldwijd nog 23 opgezette quagga's, en er zijn zeven skeletten en vijftien schedels bewaard gebleven. Spreen hoopt de soort met zijn boek terug op de kaart te zetten.

"De quagga heeft zo'n geweldig verhaal, veel rijker dan dat van de dodo ­bijvoorbeeld. In de dierentuin van het Amerikaanse ­Cincinnati stierf de laatste trekduif, en dat is daar echt een troeteldier geworden. In een museum in IJsland ­hebben ze de reuzenalk, een uitgestorven pinguïnsoort. Wij hebben de quagga, alleen is hij zo onbekend."

Terug bij de zebrasavanne in Artis blijkt het bordje met de quaggatekst verdwenen. Een woordvoerder van de ­dierentuin laat weten dat er wordt verbouwd bij het verblijf en dat het bord daarom is weggehaald. Het verhaal van de schlemielige, eeuwig onbegrepen quagga gaat daarmee een nieuw hoofdstuk in. Het is niet zeker of het bord na de renovatie terugkomt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden