Uit het archief

De unieke sfeer in het voormalige Prinsengrachtziekenhuis

Het voormalige Prinsengrachtziekenhuis wordt een appartementencomplex. Het historische hospitaal werd sinds de jaren '80 met sluiten bedreigd en ging in 2014 dicht. Op 20 september 1993 verscheen ter gelegenheid van het 150-jarige bestaan van 'de Gracht' dit portret in Het Parool.

Het Prinsengrachtziekenhuis in de jaren 80 Beeld ANP

Uniek ziekenhuis viert jubileum met wrange bijsmaak

Het Prinsengrachtziekenhuis viert deze maand zijn 150-jarig jubileum. Het feest wordt geheel in de traditie van het ziekenhuis met verve gevierd, maar het heeft de bittere bijsmaak van het laatste feest. Portret van een uitstervend soort ziekenhuis.

Simon Carmiggelt zei het in 1987 zo: 'Een plaats waar zieken niet alleen een professionele verzorging maar ook een prettige sfeer kunnen vinden, mag niet uit het hart van Amsterdam verdwijnen.' D66-leider Hans van Mierlo in datzelfde jaar: 'De menselijke maat is zichtbaar.' En Nico Scheepmaker vijf jaar eerder: 'Zo'n soort ziekenhuis waarin we ons volkomen veilig en verzorgd voelden.'

Voor het Prinsengrachtziekenhuis is al vele malen actie gevoerd door bekende namen. En ook nu weer houdt de elite van Amsterdam een heftig pleidooi voor het behoud.

Wie in de grachtengordel woont, wil van geen ander ziekenhuis weten. In de Prinsengracht-annalen wemelt het van de bekende politici, schrijvers, toneelspelers, cabaretiers en voetballers. Het personeel is uitermate goed in het buiten de deur houden van de pers. Ook een aantal van de bij het ziekenhuis aangesloten specialisten geniet landelijke bekendheid.

Schemerlamp of landschildpad
Maar belangrijker is dat het personeel van het Prinsengracht rekening houdt met persoonlijke wensen, bij voorbeeld van patienten die een eigen schemerlamp of fauteuil op hun kamer willen zetten. Huisdieren wordt moeilijker, maar voor een landschildpad werd een speciale uitzondering gemaakt: dat diertje sliep bij de patient in bed.

De Vereeniging voor Ziekenverpleging, zoals het ziekenhuis tot voor enige jaren heette, is een particulier ziekenhuis. Voor de Tweede Wereldoorlog moesten de patienten de opname zelf betalen. Mede hierdoor kreeg het de naam een elite-ziekenhuis te zijn.

Pas in de jaren zeventig ontdekten de ziekenfondsen dat de tarieven voor opname bij de Veereniging laag waren in vergelijking met die van vele nieuwe ziekenhuizen. Toen werden ook meer ziekenfondspatienten naar het Prinsengracht verwezen.

Nog tot midden jaren tachtig echter was de verhouding particulieren en ziekenfondspatienten er zeventig om dertig, precies het omgekeerde van het landelijke beeld. Pas de laatste paar jaar is de verhouding gelijk getrokken. Driekwart van de patienten woont in Amsterdam, van wie eenderde in de binnenstad of Oud-West.

Vroegere operatiekamer van het Prinsengrachtziekenhuis Beeld -

Jan Pieter Heije
De Vereeniging voor Ziekenverpleging werd in 1843 opgericht door zeven Amsterdamse patriciers op initiatief van Jan Pieter Heije, een man van arme komaf die zich tot arts had opgewerkt.

De Vereeniging vestigde eerst een zusterhuis, waar de pleegzusters woonden die de zieken thuis bezochten. Die pleegzusters moesten ongehuwd of weduwe zijn, er goed uitzien en hun gedrag moest onbesproken zijn. Ze werden gerekruteerd uit de betere kringen.

Het initiatief van Heije was een succes: er stroomde heel wat geld binnen bij de Vereeniging, die vervolgens plannen maakte voor een ziekenhuis. In 1853 kon tegen een lage prijs een terrein met vier pakhuizen worden gekocht aan de Prinsengracht.

Architect J. H. Leliman kreeg de opdracht een ziekenhuis te ontwerpen dat voldeed aan de modernste inzichten van de tijd. Vier jaar later werd het nieuwe zusterhuis annex ziekenhuis in gebruik genomen. Het gebouw stak schril af tegen de andere hospitalen in de grachtengordel, die meestal in gebrekkig verbouwde panden waren gehuisvest.

Stadsuitbreiding
Rond de eeuwwisseling, ten tijde van de enorme stadsuitbreiding, trokken de meeste zusterhuizen annex ziekenhuisjes weg uit de grachtengordel naar moederne gebouwen in de nieuwe wijken. De Vereening voor Ziekenverpleging volgde dit voorbeeld niet. Zij renoveerde haar gebouw en vergrootte het met nieuwbouw aan weerskanten en aan de achterkant tot aan de Kerkstraat toe.

Aan deze uitbreiding ging een felle discussie in het bestuur vooraf. Want zou die investering in een oud ziekenhuis midden in het centrum van de stad haar geld wel opbrengen? Toen al, in 1900, gingen geluiden op om de boel te sluiten en op een andere locatie opnieuw te beginnen. Het was een discussie die nog vaak zou terugkeren, tot op de dag van vandaag. Maar elke keer weer won het argument dat ook nu weer wordt aangevoerd: de ligging in het centrum van de stad is ideaal.

Het voormalige Prinsengrachtziekenhuis op een foto uit 2015 Beeld Peter Elenbaas

Vorig jaar is in Den Haag besloten het Prinsengrachtziekenhuis op te laten gaan in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis. In het 'historische' gebouw aan de Prinsengracht mag alleen een 'low care-voorziening' overblijven, met mogelijkheden voor een beperkte diagnostiek, poliklinische behandeling en eventueel dagbehandeling.

Met dit besluit worden twee geheel verschillende culturen ten behoeve van een no-nonsense-beleid in elkaar geschoven, is veler mening. Bij de Vereeniging heeft immers altijd de patientgerichte verpleging centraal gestaan. 'De lijders hebben altijd verpleging nodig, niet altijd geneesmiddelen,' stelde het bestuur al in 1844.

Liefdadigheid
Verpleging werd niet als broodwinning gezien, eerder als liefdadigheid. Het Prinsengrachtziekenhuis heeft zich verder altijd gekenmerkt door een zeer soepele verhouding tussen het verplegend personeel en de artsen. Ze kwamen immers allemaal uit de betere kringen en de verpleegkundigen waren er niet van gediend anders te worden behandeld dan ze thuis gewend waren.

Een voorbeeld van vlak na de Tweede Wereldoorlog. De chirurg prof. dr W. Noordenbos was in het Wilhelmina Gasthuis gewend zijn operatiezusters te fluiten als hij ze nodig had. Toen hij bij de Vereeniging ging werken, kreeg hij hier problemen mee. Het hoofd van de operatiekamer, mevrouw S. M. van Loghem, vertikte het erop te reageren en Noordenbos leerde noodgedwongen de gewoonte af.

Er zijn meer verschillen tussen verpleegkundigen van de Vereeniging en die van andere instellingen. Door de kleinschaligheid kent het personeel elkaar goed en leeft men erg met elkaar mee. Daardoor ontstaat een gemoedelijke sfeer. Verder is van belang dat bij de Vereeniging de specialisten zelf hun patienten behandelen, waardoor het contact niet wordt vertroebeld door assistenten en co-assistenten.

Zo kon de sfeer ontstaan die tot op de dag van vandaag het Prinsengrachtziekenhuis kenmerkt: een sfeer waarin de patient zich veilig voelt en als mens wordt benaderd. Die unieke sfeer van onderlinge verstandhouding zal hoogstwaarschijnlijk met het Prinsengrachtziekenhuis verdwijnen.

Dit verhaal komt uit Het Parool van 20 september 1993. Voor dit verhaal werd destijds gebruik gemaakt van het jubileumboek van het Prinsengrachtziekenhuis, 'Grachten Zusters'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden