Plus

De teloorgang van de dorpschinees: 'Niemand heeft meer zin om zich krom te werken'

Sun Li (36) beschrijft in De Zoetzure Smaak Van Dromen haar jeugd in het Chinees-Indische restaurant van haar ouders. Op de Zeedijk vertelt ze over de smaak en de teloorgang van de dorpschinees. 'Niemand heeft meer zin om zich krom te werken.'

Li: 'Ik heb vrije­lijk geschreven over mijn jeugd in het Chinese restaurant en dat zijn niet allemaal mooie herinneringen' Beeld Dingena Mol
Li: 'Ik heb vrije­lijk geschreven over mijn jeugd in het Chinese restaurant en dat zijn niet allemaal mooie herinneringen'Beeld Dingena Mol

In de etalage van Nam Kee slaat een kok pekingeenden in stukken. Door de zaak klinkt dof het klappen van het grote, vierkante hakmes op het ronde blok. Moeiteloos gaat het door knapperig vel, knietjes en wervels: tjok, tjok. Achter in de zaak bestelt schrijver en jurist Sun Li - geboren in Hongkong, jeugdig rond gezicht zonder make-up, leren jasje - thee.

Voorafgaand aan het interview, dat op verzoek van de verslaggever plaatsvindt op de Zeedijk, sms'te ze: 'Het is toch wel de bedoeling dat we ook gaan eten, hè?' Ze heeft een lijstje bij zich met te proeven gerechten: kippenvoetjes en Cheung Fun bij Hoi Tin; noedelsoep met eend bij Nam King; de beroemde oesters met zwartebonensaus bij Nam Kee. "Nemen we er één of twee per persoon?" vraagt ze. En als er niet meteen een antwoord komt: "We nemen er twee."

Ze ontbloot haar tanden in een stralende grijns, zoals ze die middag vaak zal doen. In kleine rimpeltjes lijkt haar hele gezicht weg te hollen van een lach waaraan, als iets leuk genoeg is, vervolgens ook haar hele lijf meedoet. Alsof ze een binnenkant heeft die groter is dan haar buitenkant en die daarom regelmatig, niet te stoppen, naar buiten piept.

Niet alleen mooie herinneringen
"Ik ben onhandig, een echte flapuit. In Hongkong zien mensen aan de manier waarop ik lach en beweeg meteen dat ik niet echt Chinees ben." Ze doet voor hoe de vrouwen in Hongkong lachen: zonder geluid, met het hoofd gebogen, opgetrokken schouders en hun mond verstopt achter hun hand.

Ze heet niet echt Sun Li. Het is het pseudoniem dat ze aannam voor het uitbrengen van haar boek De zoetzure smaak van dromen, dat vorige maand uitkwam. "Ik heb vrije­lijk geschreven over mijn jeugd in het Chinese restaurant en dat zijn niet allemaal mooie herinneringen," zegt ze.

"Maar mijn jeugd is niet alleen van mij, zogezegd. Ik wil niet dat mijn drie zussen, mijn broer of mijn moeder erop worden aangesproken; dat zij zich vervelend voelen doordat uitgerekend ik - altijd al de lastigste van de vijf, altijd de opstandige, ondankbare dochter - de dingen weer zonodig anders moest doen. Onze relatie is nu eindelijk weer goed, en ik heb er veel voor over dat zo te houden."

Gouden draken
Het voeren van haar valse naam gaat haar goed af. Bij capoeira, de uitbundige vecht-dans die ze - als ze niet op reis is voor haar werk bij de Wereldbank - meerdere malen per week beoefent, gebruikt ze hem al een paar jaar. Capoeira ontstond onder Brazi­liaanse slaven, het beoefenen van vechtsport werd hen verboden. "Daarom werden schuilnamen gebruikt en dat gebeurt nog steeds."

Haar leraar doopte haar Chun-Li, naar het karakter uit de Street Fighter-spellen; een kungfu-superwoman met ossenhoornvlechten en dijen als staalkabels. "Ik was in eerste instantie een beetje geïrriteerd dat ik naar zo'n stereotype Chinees werd vernoemd," zegt ze, "maar inmiddels ben ik eraan gewend. Het was niet meer dan logisch die naam ook voor mijn boek te gebruiken."

Haar ouders namen 31 jaar geleden, aan de brink van een middelgroot Fries dorp, een restaurant over zoals er in Nederland duizenden waren. Chin. Ind. restaurants met gouden draken en lampionnen, kroepoek en zakjes sambal, een groot aquarium en een menukaart met honderdtwintig gerechten, en met namen als De Lange Muur of Peking.

Geen tijd voor
In de bedompte kamers boven de zaak brachten de jonge Sun en haar zus hun dagen voor de televisie door, kibbelend en vechtend om de afstandsbediening, terwijl beneden haar ouders en de drie oudste kinderen het restaurant draaiende hielden.

Ouderavonden en diploma-uitreikingen, verjaardagen en Sinterklaas - bij Sun Li thuis was er geen tijd voor. Vanaf haar twaalfde werkte ze in haar vrije uren mee in de zaak.

"Het enige wat ik wilde was zo'n Beverly Hills, 90210-gezin," zegt Li er nu over. "Een moeder die klaarzat met thee en koekjes. Een vader die 's avonds thuiskwam van zijn werk en vroeg hoe het ging op school."

Kippenvoetjes van Hoi Tin Beeld Dingena Mol
Kippenvoetjes van Hoi TinBeeld Dingena Mol

Maar haar ouders, die vanuit de Volksrepubliek via Hongkong naar Nederland kwamen, waren opgegroeid tijdens de hongersnoden van de Grote Sprong Voorwaarts - iets waarover overigens nooit werd gesproken. Haar vader at als kind, nadat zijn moeder het gezin had verlaten, vaak alleen kookwater van rijst met wat zout. Haar moeder had geen geld om met de oudste kinderen naar de dokter te gaan als ze ziek waren.

Onbetaald meewerken
"In zo'n situatie ben je niets zonder je familie. De enige manier van overleven is dat je je onderwerpt aan het collectief. Zo werkte het ook bij ons: het restaurant was goed voor ons als gezin, dus werd van de gezinsleden verwacht dat het restaurant altijd op de eerste plek kwam. Er was geen plek voor individuen. En vergis je niet, dit type Chinese restaurants kon alleen bestaan als het hele gezin onbetaald meewerkte."

Dus leerde ze als serveerster rap en geruisloos langs de tafels lopen - "als een muis." Ze leerde hoe de bakjes in de plastic tas worden gestapeld zonder dat de boel gaat lekken of wordt geplet. 'Wat spreek je goed Nederlands!' zeiden dorpsgenoten naast wie ze al haar leven lang woonde.

Glimlachend legde ze avond aan avond uit dat ku lu yuk het varkensvlees in zoetzure saus is, de foeyonghai het eiergerecht, en zag hoe al die zorgvuldig samengestelde gerechten, met elk hun eigen smaken en texturen, vervolgens door de Hollanders met sambal en ketjap tot stamppot werden geroerd.

Toen ze op een avond uit haar slof schoot tegen een groep jongeren die zich in het restaurant misdroeg, werd ze streng berispt door haar moeder: wees blij en dankbaar dat ze überhaupt komen. Ondertussen moest ze op school hoge cijfers halen. "Chinezen zijn hard voor hun kinderen. Complimentjes geven kweekt zwakke types, is het idee."

Gelatineus bindweefsel
Een paar keer jaar gingen ze op maandag naar Amsterdam om groot in te kopen; naar de grote toko voor zakken gefermenteerde
sojabonen, donkere en lichte sojasaus, wontonvellen, versgemaakte tofu. En dan dimsum eten bij Hoi Tin op de Zeedijk - haar vader liet de hele tafel volzetten.

"Bij Nam Kee eten voelt daarom nog steeds een beetje als vreemdgaan," zegt ze, terwijl we met de oesters achter de kiezen de straat oversteken.

"Wij zijn Hakka, geen Cantonezen. Bij Hoi Tin werken ook Hakka-
Chinezen in de keuken." En Hoi Tin lijkt, met zijn lampionnen, gekrulde rode gevel en gouden etalage vol Chinees gebak, ook meer dan het bleke Nam Kee en Wing Kee op de zaak van haar ouders. Al is het menu compleet anders. Voor de ongeoefende eter doen de beige, gerimpelde kippenvoetjes denken aan een soort babyhandjes in saus.

"Maar dit gerecht gaat echt volledig over de structuren die worden gewaardeerd in de Chinese keuken," zegt Li. "Gelatineus bindweefsel, kraakbeen en dat heerlijk kleverige, vette vel."

Oesters van Nam Kee Beeld Dingena Mol
Oesters van Nam KeeBeeld Dingena Mol

De teentjes worden afgekloven, de kleine kootjes met de eetstokjes op de rand van het bord gelegd. Wat zit er in de saus? Is het ster­anijs? Li proeft geconcentreerd: "Ik denk dat het knoflookpoeder is. Dat is best wel supertof spul, knoflookpoeder. Totaal anders dan verse knoflook. Als je dat voor het eerst ruikt, denk je: krijg nou wat. Nu begrijp ik ineens waarom bepaalde gerechten zo smaken."

Razendsnel tempo
Het was eigenlijk haar plan geweest een kookboek te schrijven - een Chinees-Indisch kookboek, met gerechten als babi pangang en bami speciaal. "Die gerechten dreigen te verdwijnen, omdat dat type restaurant in een razendsnel tempo verdwijnt."

Terwijl 'De Chinees' de Nederlanders in de jaren zeventig leerde uit eten te gaan, is er nu meer behoefte aan all-you-can-eat-sushi, wokrestaurants en fusionzaken. En 'echt' Chinees, 'authentiek' Chinees; niet het vreemde allegaartje aan half-Indische, half-Chinese en Hollandse bastaardgerechten.

"En de generatie van mijn ouders, die vanuit China naar Nederland kwam, vergrijst. Hun kinderen zijn veelal hoger opgeleid en hebben geen zin om zich net als hun ouders krom te werken in hun eigen zaak."

Praten over eten
Maar toen ze ging schrijven - naast haar veeleisende baan, elke dag een uur- bleek het boek dat geschreven wilde worden eigenlijk de geschiedenis van haar familie te zijn, en de herinneringen aan haar jeugd. "Bovendien," lacht ze, "kan ik eigenlijk helemaal niet zo goed koken, en dat soort gerechten is eigenlijk heel complex. Próeven, ja, dat deden we altijd al. We konden het heel lang hebben over of er te veel witte peper in een gerecht zat."

"Koken, eten en praten over eten is eigenlijk de enige manier waarop wij in onze familie liefde en interesse tonen. Aan tafel treffen we elkaar in de enige taal die we echt allemaal goed met elkaar kunnen spreken. Mijn moeder zal nooit zeggen dat ze van me houdt. Ze laat dat zien door wat ze me voorzet als ik thuiskom."

Lichtvoetig
Hoewel haar boek lichtvoetig en grappig is - bijvoorbeeld wanneer haar moeder uit haar dak gaat omdat ze een tampon aanziet voor een zakje drugs - komt niemand er zonder kleerscheuren vanaf. Niet haar ouders, die hun opstandige dochter onder immense druk zetten. "Luier dan een varken ben je," zegt haar vader, als ze zich verzet tegen het vele onbetaalde werk in het restaurant. "Geen van mijn kinderen is zo waardeloos als jij."

Sun Li bij restaurant Hoi Tin op de Zeedijk. 'Wij zijn Hakka, geen Cantonezen. Bij Hoi Tin werken ook Hakka-Chinezen in de keuken.' Beeld Dingena Mol
Sun Li bij restaurant Hoi Tin op de Zeedijk. 'Wij zijn Hakka, geen Cantonezen. Bij Hoi Tin werken ook Hakka-Chinezen in de keuken.'Beeld Dingena Mol

Maar ook zichzelf spaart ze niet. Wanneer haar vader eind jaren negentig voor de eerste keer kanker krijgt, hij overlijdt in 2010, doet ze net alsof ze hem niet hoort als hij haar, ziek van de chemo, om thee vraagt.

Ze schrijft: 'Ons gezin was toen, en is dat waarschijnlijk nog steeds, in te delen in twee kampen. In het ene kamp de echte Chinezen, degenen die hun rug rechtten en met een breed gebaar hun eigen belangen van tafel veegden ten gunste van het gezin. In het andere kamp stond ik. Alleen.'

Laatbloeier
Wanneer ze zich eindelijk heeft losgemaakt en gaat studeren, kost het haar jaren om op gang te komen - ze spendeert haar studententijd veelal met een catatonisch vriendje in een van wietlucht vergeven hok. "Ik ben een giga-laatbloeier," zegt ze. "Pas rond mijn vijfentwintigste had ik het gevoel dat ik echt mezelf werd."

Bij Wing Kee schept Li noedelsoep uit een grote in twee kleinere kommen. Zorgvuldig verdeelt ze met de achterkant van haar eetstokjes de met vijfkruidenpoeder ingewreven eend, parelwitte rijstnoedels, Chinese kool, bouillon. Ze proeft: eerst de bouillon, dan de eend.

"Dit vind ik wel de beste van de stad, geloof ik. Ik vraag me af op welke dag ze hier de bouillon maken. Door de week heen wordt die meestal steeds lekkerder, omdat alles erin wordt geblancheerd."

Nu haar boek in de winkels ligt en goed wordt ontvangen, laveert ze tussen ongeloof ("ik kon me niet voorstellen wie zoiets zou willen lezen") en spanning. "Het is toch een beetje alsof je midden op straat foto's staat uit te delen van jezelf in je nakie: 'Hallo, bent u geïnteresseerd in een foto van mij in mijn nakie? En o ja, ik heb hier ook een foto van mijn moeder in haar nakie, wilt u die misschien ook zien?'"

Aflopende zaak
Ze krijgt veel reacties van lezers die zich in haar verhaal herkennen. Niet alleen uit Chinese kring, maar ook bijvoorbeeld van migrantenvrouwen of van mensen die opgroeiden in een gesloten milieu of in een eigen zaak waarvoor alles moest wijken.

Li: "Het gaat nu eigenlijk al een hele tijd goed. Daarom kan ik ook met terugwerkende kracht zeggen: daar kom ik vandaan, dit heeft mij gevormd en ik ben er dankbaar voor. Ik zie nu ook hoe waardevol het is om een nest te hebben, een plek waar je vandaan komt. Je vecht je vrij en dan keer je terug naar huis omdat je dat wilt." Lachend schudt ze haar hoofd. "Psychologie van de koude grond, natuurlijk.

Het restaurant van de familie Li is nog steeds open. Li's moeder runt het met haar broer. "Maar iedereen weet dat het een aflopende zaak is. Ze gaat ermee door omdat het het enige is wat ze ooit heeft gehad."

"Daarom hoop ik dat het boek naast eerlijk ook liefdevol is - het is in elk geval wel echt uit liefde geschreven. Omdat ik zie dat, als die eerste generatie ermee stopt, er iets voorbij is gegaan waarvan ik wil dat het niet ongezien verdwijnt. Ik wil duidelijk maken dat hun opoffering niet voor niets is geweest."

Noedelsoep met eend bij Wing Kee. 'Ik vraag me af op welke dag ze hier de bouillon maken.' Beeld Dingena Mol
Noedelsoep met eend bij Wing Kee. 'Ik vraag me af op welke dag ze hier de bouillon maken.'Beeld Dingena Mol
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden