Column

De telefoon als ons belangrijkste zintuig

James WorthyBeeld Agata Nowicka

In de verte ligt Museum Voorlinden als een parel van beton en glas. In de verte ligt Museum Voorlinden in een oester van bomen en gras. Het is een betoverende plek. Dit is een plek waar herten naartoe komen om te sterven. Hier komen de goden naartoe om pootje te baden. De vermoeide voeten van de verhevenen rusten hier af en toe in het troebele water.

En ik begrijp waarom. Het is een zeldzaamheid dat ik de goden begrijp, maar ik begrijp ze, want het is hier wonderschoon. De lucht is hier blauwer, het gras is hier groener en de vrouwen zijn hier vrouwer.

Ik sta voor een kunstwerk en kijk naar het kunstwerk zoals ik ooit geleerd heb om naar een kunstwerk te kijken. Ik kijk dus semigeconstipeerd en maak een vraagteken van mijn gezicht. Met twee à drie vingers pak ik mijn kin vast en kantel mijn hoofd twaalf centimeter naar rechts, want zo heb ik het nou eenmaal geleerd op de basisschool.

Ik weet nog dat we met de hele klas naar het Stedelijk Museum gingen en dat we een rondleiding kregen van een treurwilg van een man. Zo'n ouderwetse kinder­hater.

Zo iemand die schaterlachend punaises in kinderzitjes gooit. Zo iemand die tegen kinderen zegt dat brandnetels hartstikke lekker ruiken. Die man leerde ons hoe we naar kunst moesten kijken en hoe we vraagtekens van ons hoofd moesten maken.

Voor mij hangt een werk van Yves Klein. Ik zie een naakte man met gebalde vuisten. De naakte man is blauw. Ultramarijn. De kleur zet mijn ogen aan het denken. Het is de rijkste kleur die ik ooit heb gezien. Deze kleur is de directeur van alle regenbogen.

"Zou je even aan de kant willen gaan, ik probeer een foto te maken." Achter me staat een man met gebleekte tanden ongeduldig met zijn mobieltje te zwaaien. Op het hoesje van zijn telefoon staat 'IBIZA' in grote gouden letters.

"Rustig aan, ik probeer te begrijpen waarom zijn vuisten gebald zijn. Is het machteloosheid? Is het woede? Of is het juist het tegenovergestelde van machteloosheid?"

"Weet ik veel, ik vind het gewoon mooi en daarom wil ik even een foto maken."

En dan zie ik het. Iedereen om mij heen is foto's aan het maken. In de hoek van de zaal maakt iemand een foto van iemand die een foto maakt van iemand die een foto maakt.

Deze mensen maken van dit prachtige museum een onuitstaanbare droste-effect-orgie. Het gaat niet meer om het beleven, het gaat alleen nog maar om het zien. Het afvinken van. De telefoon lijkt ons belangrijkste zintuig te zijn geworden.

Een vrouw maakt een selfie met flits van haar en de blauwe man. De vrouw lacht en steekt haar duim omhoog alsof ze naast de tourmanager van René Froger staat. En de blauwe man laat het gewoon toe. Hij balt enkel zijn vuisten en telt tot tien.

Maar in zijn prachtige blauwe hoofd is het oorlog. Hij telt nogmaals tot tien. In zijn prachtige blauwe hoofd balt hij zijn vuisten, omdat hij de ogen van de bezoekers ultramarijn zou willen maken.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns terug. Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden