Plus Amsterdamprijs

De taal van Experimental Jetset: kunst versus het alledaagse

Zowel het Stedelijk Museum als het MoMA in New York heeft hun werk in de collectie. Hun T-shirtprint 'John & Paul & George & Ringo' werd zelfs een wereldwijde klassieker. De grafische ontwerpstudio Experimental Jetset is genomineerd voor de Amsterdam Prijs.

Erwin Brinkers (links), Marieke Stolk en Danny van den Dungen van Experimental Jetse Beeld Eva Plevier

Uit het juryrapport: 'Experimental Jetset combineert in hun ontwerpen een herkenbare grafische taal met hun eigen interesses uit de muziekgeschiedenis en toont zich maatschappijkritisch. De jury roemt de constante artistieke kwaliteit en internationale ­ambitie van dit Amsterdamse collectief.'

Erwin Brinkers, Danny van den Dungen en Marieke Stolk zijn de oprichters van ­Experimental Jetset. Omdat ze in New York ­waren vanwege de Art Book Fair, hebben ze de vaste vragen van deze serie schriftelijk en ­gezamenlijk beantwoord.

Wat kenmerkt uw werk?
"Onze grafische taal komt op het eerste gezicht misschien wat minimalistisch en monochroom over, maar onze concepten en ideeën zijn vrij gelaagd. We zien elk project als een gelegenheid om grafisch ontwerpen als medium te onderzoeken, te bevragen en open te breken."

"In ons werk verwijzen we vaak naar kunst­bewegingen, tegencultuur, politieke groeperingen en muzikale subculturen. We proberen schijnbaar ­tegengestelde stromingen samen te brengen, bijvoorbeeld de modernistische beeldcultuur waarin we als kind zijn opgegroeid in de jaren zeventig én de postpunkbands die ons als tieners hebben beïnvloed in de jaren tachtig."

"Ook doen we de laatste tijd uitgebreid onderzoek naar de provo- en de Nieuwmarktbeweging. Al die invloeden en inspiraties vinden uiteindelijk hun weg in onze projecten."

Hoe manifesteert u zich in Amsterdam?
"Onze manier van ontwerpen is onlosmakelijk verbonden met Amsterdam. Ons werk manifesteert zich in de stad, tegelijkertijd manifesteert de stad zich in ons werk. In onze projecten ­proberen we de stad vaak te verbeelden als een infrastructuur voor taal, als een platform voor posters, pamfletten, slogans, tekens, woorden."

"We voelen ons geïnspireerd door de recente ­geschiedenis van Amsterdam en de constante dialoog tussen bewegingen als Fluxus, Cobra, de Nulbeweging, provo, hippies, punks en krakers. We denken dat vooral de kraakbeweging belangrijk is geweest voor de cultuur in Amsterdam.

Onze eerste opdrachtgevers waren instituten die, direct of indirect, hun wortels hadden in de vroege kraakcultuur, zoals W139 en Paradiso. Paradiso is nog steeds belangrijk voor ons. We maakten onze eerste flyers en posters voor ze in 1995 en zijn nog altijd betrokken bij hun huisstijl."

Een van de criteria is 'creatief ondernemerschap'. Wat doet u daaraan?
"We hebben weinig met het woord 'ondernemerschap'. We denken dan meteen aan die treffende alliteratie van Robert Jasper Grootveld: 'misselijkmakende middenstandsmentaliteit.'"

"Er hangt een misplaatste heroïek en bravoure om dat woord. Ondernemers als de helden van de vrije markt, terwijl de fabrieksarbeiders die dag in dag uit achter de lopende band staan misschien veel waardevoller zijn voor de maatschappij."

"We zien ons werk wel als een onlosmakelijk deel van de samenleving. Onze manier van denken is bepaald door scholen en stromingen als De Stijl, Bauhaus en het Russisch constructivisme. Wat die gemeen hadden, was het geloof in een maatschappij waarin kunst volledig samensmelt met het ­dagelijks ­leven."

"Dat is uiteindelijk ook ons ideaal: een synthese van kunst en het alledaagse. En ­grafisch ontwerpen is natuurlijk bij uitstek de discipline die bij zo'n ideaal aansluit. Onze posters zijn zowel te zien op straat als in musea."

Wat doet u over 5 jaar?
"Precies hetzelfde. We zijn al langer dan 20 jaar bezig en we houden het nog wel 20 jaar vol, hopelijk langer. We hebben onze ontwerppraktijk altijd als een langetermijnproject gezien - een marathon, geen sprint."

"Onze rolmodellen zijn grafisch ontwerpers als Wim Crouwel en Karel Martens: ontwerpers die al geruime tijd bezig zijn en continu relevant blijven, maar wel hun eigen ritme bepalen, hun eigen plan trekken en hun eigen grafische taal blijven spreken."

"Onze bedoeling is nooit geweest om van trend naar trend te hollen en met alle winden mee te waaien. Vanaf het begin hebben we ons voorgenomen ons op onze eigen manier te ontwikkelen."

"En we denken dat het juist die koppigheid is die ons dwingt om ons steeds opnieuw te verhouden tot de actualiteit. Onze grafische taal is ­redelijk stabiel, maar omdat de context continu verandert, krijgt die taal steeds weer een ­nieuwe betekenis."

Wat vindt u van de andere genomineerden?
"Het is een interessant selectie, bijna een netwerk van mensen die elkaar aanvullen en overlappen. Met sommigen van hen hebben we eerder te maken gehad. We hebben samengewerkt met Melanie Bonajo, een radio-uitzending gemaakt voor Red Light Radio en hebben filmvoorstellingen van Jeffrey Babcock bezocht."

"Er spreekt een sterke visie uit de selectie: de kunstenaars zijn verschillend, maar tegelijkertijd gelijkwaardig. Iedereen is aan elkaar gewaagd, moeilijk dus om een winnaar te kiezen. Misschien moet dat ook niet; kunst is natuurlijk geen wedstrijd. De nominatie zou al voldoende moeten zijn. Het is in elk geval een hele eer te zijn genomineerd."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden