Plus

De stad waar alles kan en mag, maar moeten we dat wel willen?

Amsterdam is de grens van vrijheid-blijheid ver voorbij, vindt voormalig burgemeester Jozias van Aartsen. Het is tijd om het imago van 'de stad waar alles kan' ter discussie te stellen.

Beeld Mathilde Bindervoet

Bij zijn aantreden als waarnemend burgemeester was Jozias van Aartsen al gewaarschuwd: wie over de vrijheden in Amsterdam begint, wordt genegeerd of weggezet als betuttelaar.

De tolerantie ten aanzien van drugs en prostitutie is heilig in de stad waar alles moet kunnen.

Maar toen in januari een onschuldige 17-jarige stagiair werd doodgeschoten op Wittenburg, besloot Van Aartsen dat het zo niet langer kan.

Vrijzinnigheid
"De vrijzinnigheid wordt gebruikt als stoplap. Het is een illusie dat je prostitutie kunt voorkomen en ik pleit ook niet voor een verbod op drugs. Maar Amsterdam moet zich wel afvragen in hoeverre de stad het beeld wil uitstralen dat hier alles mag."

Een voorbeeld: Van Aartsen, die eind vorig jaar aantrad na het overlijden van Eberhard van der Laan, verwelkomde regelmatig nieuwe Amsterdammers, veelal migranten.

De nieuwkomers krijgen tijdens deze ceremonie een film te zien over de stad. "Zo'n film is doordesemd met de boodschap dat Amsterdam de stad is waar alles kan," zegt Van Aartsen. "Zonder reserve, zonder relativering. Dat greep mij naar de keel."

Vrijheid-blijheid
Van Aartsen stipte het al aan in zijn afscheidsspeech, in juli, vlak voordat hij de ambtsketen overdroeg aan zijn opvolger Femke Halsema: Amsterdam is de grens van vrijheid-blijheid ver voorbij.

De moord op Wittenburg maakte opnieuw duidelijk hoezeer drugscriminaliteit Amsterdam ondermijnt, met liquidaties, overvallen, handgranaten aan de deur.

"In Wittenburg hadden we te maken met de criminele staart van de cocaïnehandel. Jongeren worden door de grote jongens ingezet voor klusjes. Die gaan als koerier naar het centrum, de Zuidas. Het is een nieuwe economie geworden, waarin ze meer kunnen verdienen dan bij Albert Heijn."

Drugscriminaliteit
Volgens Van Aartsen is een lijn te trekken van het imago van Amsterdam als 'stad waar alles kan' naar de zware drugscriminaliteit.

"Als ik een doorgewinterde crimineel zou zijn, dan zou ik denken dat ik in het vrijgevochten Amsterdam een eind mijn gang kan gaan. Met dank aan de geestesgesteldheid van de stad."

In het vrijzinnige Amsterdam is drugsgebruik nauwelijks een taboe. Van Aartsen wijst op de Zuidas. "Daar wordt heel veel cocaïne gebruikt." En dat tolerante imago trekt toeristen die hier graag zo veel mogelijk drugs in korte tijd gebruiken. Dit alles leidt tot een markt die de drugs-criminaliteit voedt.

De weg naar de Wallen
"Als ik wandelde van de Stopera naar mijn appartement bij het Leidseplein, werd ik regelmatig aangeklampt door toeristen die de weg naar de Wallen vroegen.

Dat zijn niet de toeristen die we aan willen trekken, maar die wel een uitvloeisel zijn van de aantrekkingskracht die Amsterdam nu eenmaal heeft." Van Aartsen pleit voor een fundamenteel debat over de vraag of Amsterdam nog wel zo'n stad wil zijn, waar alles kan.

Of het nog wel goed is, al die coffeeshops, ATM-automaten, toeristenwinkels die kratten bier verkopen en de Wallen die, in de woorden van de ombudsman, zijn uitgegroeid tot een wetteloze jungle. "Het debat gaat in Amsterdam erg over de drukte, maar niet over de fundamentele oorzaken daarvan."

Zo'n debat ligt gevoelig, merkte Van Aartsen de afgelopen maanden. Als de waarnemend burgemeester een aanzet gaf tot een debat, kreeg hij geen bijval.

Vrijzinnigheid
Dat tolerantie en vrijzinnigheid al sinds de 17de eeuw bij Amsterdam horen en hiermee in het dna van de stad zitten, leidt er inmiddels toe dat de kwalijke kanten onder het tapijt worden geveegd.

Natuurlijk moet Amsterdam een stad van vrijzinnigheid blijven, vindt Van Aartsen, maar betrek die dan op vrijheid van meningsuiting en demonstratie, op tolerantie voor minderheden en Amsterdam als gay capital in plaats van drugshoofdstad.

"Je moet ergens beginnen. Ik zou zeggen dat Amsterdam allereerst eerlijk naar zichzelf moet kijken. Schakel iedereen in die je maar kunt inschakelen en ga dan nadenken en debatteren over de vraag hoe Amsterdam hiermee moet omgaan."

Panklare oplossingen heeft Van Aartsen niet, los van het feit dat hij ook niet de voormalig burgemeester wil zijn die wel even vertelt hoe het moet. Hij weet wel waar het begint: het betrekken van ouders en scholen.

Die moeten jongeren vertellen dat ze voorzichtig moeten zijn met wat ze slikken. "Dit vergt moed en wilskracht. Maar Amsterdam moet hier echt aan beginnen want dit zijn aspecten waarop de stad echt niet trots kan zijn."

Jozias van Aartsen opent maandag het academisch jaar van de Universiteit van Amsterdam.

Dit is het eerste deel van een serie artikelen over de wenselijkheid van 'de stad waar alles kan.'

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden