Plus

De stad is voor hiphop wat rugnummers zijn voor voetballers

Donderdag is het Compagnietheater het podium van Trans//Form, over de band tussen hiphop en de stad. Massih Hutak opent de avond en vertelt hier wat hiphop voor hem betekent.

Opgezwolle, Bevrijdingspop 2007 op het Museumplein Beeld Nick Helderman

Het was ongeveer twintig jaar geleden dat ik verliefd werd op hiphop. Op Nederlandstalige hiphop, om precies te zijn. En daardoor ook een beetje op Nederland. Dat kwam door de songtekst van wat ik me herinner als dé hit van die tijd.

Daardoor ontdekte ik ook meteen mijn andere grote liefde: taal. Het liedje dat mijn leven voorgoed heeft veranderd, ging als volgt: 'Tot de grond. Schudden met die kont. Van links naar rechts. Nee, het is niet erg. Kom op. Doe het. Nee, het is niet erg. Kom op. Doe het.'

Het moet rond de millenniumwisseling zijn geweest. Ik was een jaar of zeven, nog niet zo lang in Nederland en sprak de taal niet goed. Maar ik leerde meteen dat er in dit land flink tot de grond werd gezakt en geschud met konten. De rapper die hiervoor verantwoordelijk was, droeg een skibril en heette Def Rhymz.

Na de hitsingle Schudden volgde zijn album De Allergoeiste. Deze plaat was de beste inbur­geringscursus die ik me kon wensen als nieuwkomer. Op een humorvolle manier stelde Def Rhymz mij bloot aan de multiculturele samenleving die hij tegelijkertijd persifleerde: aan zelfspot geen gebrek bij deze kunstenaar. Zei ik al dat hij een skibril droeg?

Een pleintje in Noord
Van Def Rhymz leerde ik over de smeltkroes van culturen in de grote steden. Na hem volgden andere leermeesters: Brainpower, Raymzter, Ali B, Lange Frans en Baas B.

Allemaal reflecteerden zij op hun eigen manier op hun land en hun stad. Hun verhalen vormden voor mij een nieuwe plattegrond van Nederland en in mijn hoofd maakte ik daar een speurtocht van, op zoek naar de schatkist waar ik mijn eigen stem zou vinden.

Ik was inmiddels tiener en zat op een middelbare school waar elke ochtend tijdens de dagopening werd gelezen uit de Zoutkorrel. Tussen mijn streng christelijke school en mijn streng ­islamitische thuis doorkruiste ik het pleintje in mijn buurt waar hiphop de gedeelde religie was.

Nergens anders zag ik mezelf, mijn mensen en waar ik vandaan kwam zo vertegenwoordigd als in hiphop en in Amsterdam-Noord. Jongens en meisjes van allerlei culturen, sociale klassen, met allerlei kleuren en geuren die bij elkaar kwamen om daar op het pleintje in de wijk het Plan van Gool elke dag opnieuw een mini­samenleving te creëren. Van niets iets maken en dat samen doen: hiphop. Het enige waarop je werd afgerekend, waren je karakter en skills.

Venster op de wereld
In die tijd ontdekte ik de rapgroep Opgezwolle uit het Verre Oosten. Rico & Sticks somden ons land perfect op in hun nummer Made in NL: 'Made in NL. Zodra de een start, speelt de rest mee in het spel. Eén schaap over de dam, dan volgen er meer. Veel geschreeuw voor de wol die je scheert.'

Dat hiphop het venster werd waarmee ik naar de wereld keek, was niet alleen te danken aan Nederlandstalige rappers. De Amerikaan Mos Def opende zijn legendarische album Black on Both Sides uit 1999 met de zin: 'Mensen vragen mij waar hiphop naartoe gaat. Ik zeg ze: daar waar Amerika naartoe gaat'.

Als je aan tien Nederlandse hiphop liefhebbers vraagt: wie is de beste rapper, dan krijg je tien verschillende antwoorden. De een zegt: Extince, de ander Ronnie Flex, weer een ander zegt Fresku en weer een ander zegt Massih. En het mooie is: ze hebben allemaal gelijk.

Als je aan tien Nederlanders vraagt: wat is een Nederlander, dan krijg je tien verschillende antwoorden. De een zegt: iemand die niet raakt ­uitgesproken over het weer. Een ander zegt: iemand die wekelijks scharrelt in het bruine café. Weer een ander zegt: iemand die op alle momenten van de dag Hazes kan citeren. Mijn broertje van twaalf zegt: iemand die voor het Nederlands elftal juicht, ook als we weer niet meedoen met het WK.

Volgens mij is een Nederlander vooral iemand die geen antwoord kan geven op de vraag: wat is een Nederlander? En dat geldt precies ook zo voor Amsterdam.

Omdat er volgens mij geen andere plek, geen andere stad is dan Amsterdam waar zo veel verschillende mensen, culturen, kleuren en invloeden op zo'n kleine oppervlakte constant van elkaar lenen en hun identiteit continu herdefiniëren. Een plek waar officieel geen dominante groep meer bestaat. Amsterdam is een feest van minderheden. En zie daar de definitie van hiphop.

Mos Def komt uit Brooklyn, zeg maar het Amsterdam-Noord van New York. We kunnen zijn theorie toepassen op Nederland, op Amsterdam of op Noord. Als je je afvraagt waar hiphop naartoe gaat, vraag je dan af waar Nederland naartoe gaat. Hiphop biedt, net als Amsterdam, een kijk in de toekomst.

Nooit af
Burgemeester Eberhard van der Laan zei kort voor zijn overlijden: hou de stad lief. Hij bedacht drie woorden die massaal door Amsterdammers zijn overgenomen: de lieve stad. Net als de liefde en net als hiphop is de stad nooit af. Zij is hoogstens oké of op z'n best goed genoeg.

Dat slaat ook op de stedelingen. Die zijn ook nooit af. Bij de vrijheid en kansen die een stad, vooral een stad als Amsterdam, met zich meebrengt, hoort ook de verantwoordelijkheid om die vrijheid en kansen te beschermen en op z'n minst net zo goed, of het liefst iets beter, door te geven.

De stad is voor hiphop wat rugnummers zijn voor voetballers: een onlosmakelijk onderdeel van de identiteit. Nummer 14 hoort voor altijd bij Johan Cruijff, Los Angeles hoort voor altijd bij Tupac en Amsterdam-Noord hoort voor altijd bij mij. Deze relatie tussen hiphop en de stad staat centraal in het programma Trans//Form.

Vier avonden in vier steden waar verschillende makers met een hiphopachtergrond samenkomen om met elkaar in gesprek te gaan. Donderdagavond trappen we af in het Compagnietheater. Naast optredens van artiesten als Zoë-Jadha zijn er ook panelgesprekken met onder anderen Zwart Licht, Yung Nnelg en Simone Zeefuik.
En ik open de avond. Noordside.

Trans//Form, 25/10 Amsterdam, Compagnie­theater, 26/10 Rotterdam, Groot Handelsgebouw-Kriterion, 28/10 Utrecht, Tivoli­Vredenburg, 31/10 Leeuwarden, De Neushoorn

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden