Plus

De sportertjes mogen weer: 'Ik ben goed in scoren'

Na een oneindig lijkende winterstop en een nutteloze krokusvakantie zijn de sportertjes begonnen aan het laatste stukje seizoen. Ze stuiteren over de velden, hooguit gehinderd door overfanatieke ouders.

Voetbal Het Team: JO9-8M De Vereniging: Wilhelmina Beeld Ivo van der Bent

Het kon niet veel slechter, vorig weekend op de wielerbaan van Sloten en op de velden. Hardloopwedstrijden werden wegens noodweer afgelast, maar de wielrennertjes van ASC Olympia draaien rondje na rondje. Windstoten lijken de jongens, ze zijn tussen de 9 en de 11, niet te deren. De regen stort werkelijk omlaag, maar het gros rijdt ook deze middag met blote benen.

Druppels hangen aan neuzen, helmpjes staan scheef op hoofden. Aanmoedigingen waaien weg, hoe goedbedoeld ook. Het is een wedstrijd, dus er is een winnaar en dus is er een podiumpje in een pokdalig grasveld. Hier pas, in een snijdende wind, lijken de jochies zich te realiseren dat het ongewoon hondenweer is en wordt er gekleumd.

Wie bij wielrennen denkt aan zonneschijn, korte mouwtjes en wedstrijden in een decor van glooiende heuvels en velden vol zonnebloemen, die zou deze jongetjes hebben moeten zien rijden tijdens het Kampioenschap van Amsterdam. Dat is andere koek.

Aan elkaar plukken
Tegelijkertijd spelen zich overal in Amsterdam soortgelijke taferelen af, in oeverloos veel disciplines. Er wordt gevoetbald en gehockeyd natuurlijk. Maar ook gehonkbald en gecricket, getennist, gekorfbald en gemotorcrosst. Ze mogen weer en dat het regent dat het giet, dat drukt de pret op geen enkele manier.

Ga maar eens kijken aan de andere kant van de stad, op een van de velden van sportpark Middenmeer in Oost. Voetbalteams sjokken naar kleedkamers om zich op te gaan maken voor hun wedstrijd. Ze plukken aan elkaar, ze lopen te klooien en te klieren. Maar oei oei, wat hebben ze er zin in.

Amsterdamse jongeren sporten massaal, een andere indruk kun je bijna niet krijgen als je ze op zaterdagochtenden door de stad ziet trekken, op weg naar hockeyveld, schaatsbaan of clubhuis. Dat beeld wordt behoorlijk bevestigd door de statistieken: ruim de helft (57 procent) van de jongeren is lid van een sportvereniging. Van de volwassenen sport slechts 19 procent in georganiseerd verband.

Natuurlijk, een deel van hen zal bewegen zonder lidmaatschap, maar toch: kinderen zitten niet stil. Weetje: Centrum, Oost en Zuid zijn de actiefste stadsdelen.
En waarom ook niet? Kijk ze lopen op de hockeyvelden, met hun scheenbeschermers en hun tandpastablauwe beschermingsgebitjes in hun mond. Met gevaar voor eigen leven, en dat van hun tegenstanders, storten ze zich in de kluwen. Kluitjeshockey, misschien wel de moeilijkste tactische benadering van een toch al niet eenvoudig spelletje.

Een Brei beentjes
Dat van die kluitjes is misschien wel de gemene deler als het gaat over sportende hummeltjes. Niet gehinderd door ruimtelijk inzicht focussen ze haast zonder uitzondering allemaal alleen maar op de bal. Het gevolg is, in welke teamsport dan ook, een onoverzichtelijke brei beentjes en armpjes. De bal, waar het ze allemaal om te doen is, stuitert op een zeker moment voor het been of de stick van het jongetje of meisje dat nu eenmaal de beste is, die 'm vervolgens met gemak in doel, basket of korf deponeert.

(Vlnr) Félice (7), Filine (8), Hannah (7), Sophia (7), Philine (7), Leah (8), Juliette (7), Marilou (7), F1, AH & BC. Beeld Ivo van der Bent

Dat niet iedereen zich blindstaart op de bal is trouwens ook al een constante bij de allerjongsten. Onvergetelijk is het jongetje, hij zal een jaar of zes zijn geweest, die te midden van een kampioenswedstrijd spontaan van het kunstgras afstapte om op het naastgelegen echte grasveld een paar bloemetjes te plukken om een bloemenkroontje te maken.

En die meisjes die midden in een aanval elkaars staartjes opnieuw gingen invlechten, die konden er natuurlijk ook wat van. En tja, kunstgras. De helft van alle voetbalvelden in Amsterdam is inmiddels gemaakt van levenloze ondergrond. Het leidt tot een generatie veredelde zaalvoetballers, maar het voordeel is dat het weer wel heel slecht moet zijn voordat wedstrijden worden afgelast. Voetbal gaat altijd door!

Onbevreesd
De Amsterdamse sportertjes stuiteren over de velden. Ze rammen honkballen met jaloersmakend gemak het verre veld in. Ze durven boven in de bochten te koersen tijdens baanwedstrijden. Onbevreesd en onbelast. En als het dan toch een keertje pijn doet, zijn ze ook niet bang om de tranen uit hun hoofdjes te huilen.

Er is, soms, maar één ding dat het aanzien minder waard maakt: de ouders. Ze hebben routine in het wegvegen van alles wat hun kroost in de weg staat. Ze polijsten en prepareren het project kind. En dat houdt niet op in het weekend. Zie ze staan, langs de lijn.

Trappelend van onbegrip. "Knijpen! Knijp dan toch!" klinkt het regelmatig op voetbalvelden. Kinderen hebben meestal geen idee wat te doen. Je ziet de onzekerheid in hun houterige bewegingen sluipen, na elk balcontact kijken ze vragend naar hun vader langs de kant. Zo goed? Nee, niet goed. Ouders moeten zich er niet mee bemoeien. Laat die kinderen lekker.

Hockey

Philine heeft wat moeite om stil te staan en te vertellen over haar team, de F1 van hockeyclub Amsterdam. "Ik heb zo veel zin om te spelen! Ik ben goed in scoren. Je wordt lekker warm als je gaat spelen." En weg is ze.

Leah en Sophia willen nog weleens in bed blijven liggen op zaterdagochtend als er een wedstrijd is. Leah: "Dan roept mama: 'Kom op, anders komen we te laat!'"

Sophia: "Ik heb er op zich altijd wel zin in, maar niet als het zo koud is. En soms is het vervelend als anderen het iets minder goed doen. Dan denk ik: kom op, je kunt toch wel even scoren!"

Hannah kijkt vooral uit naar ná deze wedstrijd. "Hierna ga ik bowlen met mijn grote broer. Hij is al 9 en zijn vriendje gaat ook mee. Daar heb ik dus echt heel veel zin in. Eerst nog even de wedstrijd, maar daar maak ik me niet veel zorgen over. De vorige wedstrijd hebben we met 6-1 gewonnen, dus ik denk dat we nu weer kunnen winnen."

(Vlnr) Ibaad (12), Gijs (12), Olaf (10), Tristan (12), Jake (13) en Mark (11), U13, ACC. Beeld Ivo van der Bent

Cricket

Mark speelt al bijna zijn hele leven cricket, zijn vader speelt het ook. Hij weet hoe het spel werkt: alleen dat al is best een prestatie. "Bij cricket zijn er veel heel moeilijke regels, voetbal is veel simpeler."

Olaf knikt: "Ja, er zijn wel tien verschillende manieren om eruit gestuurd te worden! En die moet je allemaal onthouden. Als ik eruit moet en dan terug mag, ga ik altijd heel hard slaan. Dan gaat de boosheid er een beetje uit."

Marks broer speelt ook mee en de familieband kan best voor spanningen zorgen. Mark: "Soms zit hij wel een beetje te zeiken, daar wordt iedereen negatief van. Ik snap dat ook wel, want je staat best lang stil."

Cricket staat bekend om de lange wedstrijden, en dat gebeurt ook bij de junioren. Mark: "Soms duurt een wedstrijd wel vijf dagen!"

Olaf: "Ja, soms duurt het wel lang allemaal. Ik zit ook nog op hockey. Het is soms dus best zwaar om, met een pauze, vijf kwartier te hockeyen en daarna nog zo'n lange cricketwedstrijd te spelen. Maar het blijft een leuke sport, omdat het zo lekker moeilijk is."

Bovenste rij vlnr: Churèn (8), Berend (8), Cros (9), Juliska (8). Onderste rij: Daan (9), Esmee (8), Fien (8), Kuntu (8), Jesse (9), pupillen, Amsterdam Admirals. Beeld Ivo van der Bent

Honkbal

De meeste pupillen van Amsterdam Pirates honkballen al drie jaar - bijna de helft van hun leven. Juliska (8): "Mijn hele familie is in de honkbal, dus daarom deed ik het zo jong al. Ik zou ook best wel prof willen worden, dan zou ik de hele dag homeruns slaan."

Fien (8): "Ik vind homeruns slaan niet per se het leukste, wel om samen te werken met de ballen. Nou ja, niet echt met de ballen, maar dóór de ballen. Als iemand de bal heeft, weet ik dat ik moet gaan rennen."

Fien heeft af en toe wel last van haar lange vlechten. "Dan zitten ze in de weg, soms stop ik ze achter in mijn T-shirt zodat ik er geen last van heb. Ik zit ook nog op dansles, daar heb ik er wat minder last van."

De Piratespupillen zijn al zo lang bezig dat ze tegen teams kunnen spelen die zeker drie jaar ouder zijn. Grote jongens, vooral.

Op Churèn (8) maakt dat niet zoveel indruk. "Ik vind het heel leuk en heb ook veel geoefend, juist omdat ik al zo lang op honkbal zit."

(vlnr) Valerie (7), Tess (7), Jolie (7), Vesper (8), Lola (7), Mees (7), Mare (7) en Sofia (7), JO9-8M, WV-HEDW. Beeld Ivo van der Bent

Voetbal

Het team JO9-8M van Wilhelmina Vooruit-Hortus Eendracht Doet Winnen (WV-HEDW), meisjes van zeven jaar oud, heeft een ijzersterke teamspirit, ondanks de koude miezer tijdens een training op woensdagmiddag. Sofia: "Als het regent, moet je gewoon niet zo lopen zeuren!"

Valerie: "Het is helemaal niet zo erg om een beetje nat te worden, want je hebt het toch warm. Je moet gewoon doorzetten."

Mees wil graag opwarmen voor de training, het liefst joggend. "Als ik boos ben, ga ik ver joggen, en als ik blij ben ga ik steeds korte stukjes joggen. Als je boos bent en heel ver rent, gaat de boosheid een beetje weg."

Iedereen is het erover eens: Valerie en Lola zijn de sterspelers van het team. Toch is voetballen ook af en toe lastig, zelfs voor Valerie. "Laatst trapte ik tegen de bal, en ging in plaats van de bal mijn schoen in de lucht."

De meisjes zien niet op tegen de vroege zaterdagochtenden en regenachtige woensdagmiddagen op het veld. Mees: "Ik heb er altijd zin in, zelfs zoveel dat ik mijn schoenen soms al aan heb voordat mijn moeder mijn kamer binnenkomt om me wakker te maken."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden