Column

De schietpartij in de Staatsliedenbuurt is geen ver-van-mijn-bedshow

 

Roos Schlikker. Beeld Het Parool

Ze zien er nieuw uit. Vers gekochte, bruine schoenen van het merk Fila. Ik verbeeld me dat ik de zolen hoor kraken als Stefan S. naar het koffieapparaat loopt.

Zich verplaatsen doet hem zichtbaar zeer, onvast strompelwankelt hij door de ruimte. Dan ploft hij naast me op een stoel.

Om ons heen klinkt opgewonden geklets van journalisten, advocaten en cameramensen. Vandaag zal de officier de strafeis in het liquidatieproces uitspreken. Anouar B. en Adil A. worden ervan verdacht op 29 december 2012 twee mannen te hebben doodgeschoten en een derde onder vuur te hebben genomen, net als twee motoragenten die wonder boven wonder niet zijn geraakt. Stefan S. is volgens het OM ook betrokken bij het geweld, zijn dna werd gevonden op een kogelhuls, bovendien verbleven de andere verdachten vaak in zijn junkenpand, inclusief munitie.

Ik ben uit nieuwsgierigheid naar de bunker gekomen. Ik ben er voor het eerst en tot mijn verbazing is S. gewoon in de wachtruimte van de rechtbank. Hij hoeft de uitspraak niet in gevangenschap af te wachten.
Tegenover hem zit een knap meisje met knalrode lippen. Ze was een vriendin van één van de doodgeschoten jongens, vertelt een journalist me. Nog dagen nadat ze op internet had gelezen dat haar vriend was geliquideerd, bleef ze hem sms'en en bellen. Ze kon niet geloven dat hij overleden was.

Weet Stefan S. wie ze is? Ik kijk van de één naar de ander. Ze maken geen oogcontact. Hij tikt een vierde kop koffie weg, zij staart naar haar handen met een blik die vol en leeg is tegelijk.

Even later volgt het betoog van het OM. Er klinkt een eindeloze lijst locaties die allemaal met de zaak te maken hebben. Artis, waar de schietpartij bijna begon. De Staatsliedenbuurt, waar kogels door kinderkamers vlogen. De Haarlemmerweg, waar ik zelf vaak met mijn kroost loop. Niks ver-van-mijn-bedshow.

Vooral de details maken angstig. Eén verdachte heeft op zijn vlucht bijna een moeder met kinderwagen geschept. In een doodgewoon woninkje in de Van Hogendorpstraat lagen rolkoffers vol kalasjnikovs. Er wordt een foto getoond van een pistool dat in de vriezer is verstopt, ingeklemd tussen de ovenfriet en een zakje doperwtjes. Het is banaal en komt juist daardoor dichtbij. Dit is geen actiefilm, maar bloedvergieten in het leven van alledag. In ons leven van alledag.

Ik kijk om me heen en zie al die plaatsgenoten bij elkaar. Verdachten, verdediging, motoragenten, familie en vrienden van slachtoffers, familie en vrienden van vermeende daders. Niemand verheft zijn stem. Het is net als in de stad. Het kwaad is onder ons, maar we kijken het zelden recht aan.

Tijdens een korte pauze hobbelt Stefan S. weer van het koffieapparaat naar een stoel. Het lippenstiftmeisje frunnikt aan haar sjaal. Beiden praten niet. Twee individuen, twee zijden van het spectrum, allebei gevangen.
Diezelfde middag eist het OM levenslang voor Anouar B. en Adil A., voor Stefan S. klinkt wegens gebrek aan bewijs het verzoek tot vrijspraak.
Maar Amsterdam is nog lang niet vrijgesproken.


Wilt u reageren op deze column? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen of mail naar r.schlikker@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden