Plus

De rijkdom van het wonen in totaalontwerp van Amsterdamse School

De beeldhouwers in baksteen die de architectuur van de Amsterdamse School tot leven brachten, hadden een even grote liefde voor bijpassende meubels, behang en interieurs. De rijkdom van het wonen in een totaalontwerp is nu te zien in het Stedelijk Museum.

Klok en dressoir van Michiel de Klerk, behang ontworpen door Lambertus ZwiersBeeld Erik & Petra Hesmerg

Zes kapitaalkrachtige rederijen verstrekten in augustus 1912 een prestigieuze opdracht aan architect Joan Melchior van der Meij voor een groot, gezamenlijk gebouw nabij Amsterdam Centraal. Voor deze klus stelde de toen 34-jarige Van der Meij een team samen met onder anderen Piet Kramer en Michel de Klerk.

Het driemanschap stortte zich niet alleen op het exterieur, maar had ook vastomlijnde ideeën over het interieur, de meubels en het tapijt van het Scheepvaarthuis aan de Prins Hendrikkade, het huidige Grand Hotel Amrâth. Het werd het eerste gebouw dat geheel in de stijl van de Amsterdamse School is opgetrokken.

Titaantjes
Na de oplevering in 1916 gaf architect Jan Gratama de naam Amsterdamse School aan de fantasievolle architectuur van deze titaantjes. Hij werd een vurige propagandist van de stijl en ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van H.P. Berlage onderzocht hij de relatie tussen enkele Amsterdamseschoolontwerpen en die van de grote meester.

'De jongeren hebben niet het geduld van Mozes; zij willen reeds nu den purperen wijn van het beloofde land der bouwkunstige schoonheid proeven,' schreef Gratama over de nieuwe generatie.

'Vandaar de nieuwste richting in de bouwkunst, de moderne Amsterdamsche School met zijn expressionisme, met zijn moderne romantiek, met zijn fantasie. (...) De jongeren als Van der Meij, Kramer, de Klerk en anderen willen meerdere vrijheid; zij willen constructie en versiering elk naar eigen kracht en karakter tot uiting brengen'.

Gevestigde orde

Niet alleen de jonge ontwerpers, kunstenaars en architecten, ook politici en vakbondsbestuurders morrelden aan de gevestigde orde om een betere maatschappij vorm te geven. Na het dure Scheepvaarthuis volgden vooral opdrachten van woningbouwverenigingen, die betere huisvesting voor arbeiders wilden.

Honderd jaar na dato is de sociale woningbouw van de Amsterdamse School nog overal in de stad te bewonderen; de stijl blijft behoren tot de hoogtepunten van de Nederlandse architectuur en kreeg in Het Schip in de Spaarndammerbuurt, ook ontworpen door de jong gestorven De Klerk, een eigen museum.

Maar de Amsterdamse School is méér dan de uitbundige gebouwen met golvende baksteengevels, decoratief metselwerk en gebeeldhouwde details. Van der Meij, Kramer en De Klerk kregen navolging van C.J. Blaauw, Piet Vorkink & Jac. Wormser en Eibink & Snellebrand. De meeste architecten die tot de Amsterdamse School worden gerekend ontwierpen niet alleen gebouwen maar ook meubels en complete interieurs. Hun ideaal was het totaalontwerp van een samenhangend interieur en exterieur.

De interieurobjecten uit de Amsterdamse School worden net als de architectuur gekenmerkt door een enorme rijkdom aan vormen en materialen. 'Lambrisering en meubels zijn vaak gemaakt van exotische houtsoorten, smeedwerk komt terug in het hang- en sluitwerk en in lampen,' schrijft Stedelijk Museum-conservator Ingeborg de Roode.

Zij is de samensteller van de tentoonstelling Wonen in de Amsterdamse School. Ontwerpen voor het interieur 1910-1930. 'Interieurtextiel en behang tonen verzadigde secundaire kleuren - groen, oranje, paars - in sterk contrast met elkaar of met zwart'.

Verzamelaars
In de aanloop naar de tentoonstelling is een uitvoerig inventariseringsonderzoek gedaan. Tijdens die speurtocht zijn in het Stadsarchief onder meer 94 originele (bouw)tekeningen gevonden van het Scheepvaarthuis, die inzicht geven in de rolverdeling tussen Van der Meij, Kramer en De Klerk. Ook werden verzamelaars die een lamp of ander voorwerp van de Amsterdamse School in huis hebben aangespoord hun eigendom aan het museum uit te lenen.

De tentoonstelling exposeert tientallen kasten en kastjes, lampen, bedden, sieradenkistjes, haardschermen, spiegels, fotolijstjes en glaswerk. Er zijn schetsen en werktekeningen, er staan zware houten tafels, stoelen als tronen. De verschillen tussen alle spullen en spulletjes - waarvan een groot deel makkelijk voor art deco gehouden kan worden - zijn minstens zo groot als de overeenkomsten; Amsterdamse School is zowel massief als expressief.

Geometrisch
De muren van de zalen zijn behangen met uitvergrote foto's van Amsterdamseschoolinterieurs, details van behangetjes en omslagen van Wendingen, het 'clubblad' van de Amsterdamse School. Dat laat in al zijn verschijningsvormen ook duidelijk zien dat de stijl zowel expressionistisch is als geometrisch en strak.

En overal staan klokken. Een van de mooiste is ontworpen door Michiel de Klerk; een grote druppelvormige kast van massief esdoornhout steunt op pootjes die veel weg hebben van de glijders van een slede. Het klokje bevat subtiele, gesneden details en heeft fraaie kronkelende wijzers, die doen denken aan Indische batikpatronen.

Ook leuk: in de totaalervaring die de tentoonstelling wil zijn, is een zaal ingericht als werkplaats. Er zijn bouwplaten waarmee bezoekers hun eigen exemplaar van het klokje kunnen knutselen. Gelukt? In de museumwinkel is een passend mechanisme te koop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden