Femke van der LaanBeeld Agata Nowicka

De rij voor de supermarkt is lang, tot voorbij de volgende straat

PlusFemke van der Laan

De rij voor de supermarkt is lang. Tot voorbij de volgende straat. Daar sloot ik aan, een paar minuten geleden, naast de dichte deur van een koffiezaak. Inmiddels sta ik ter hoogte van de viskraam.

Ik kan er nog geen peil op trekken; wanneer er een rij staat en wanneer niet. Het is telkens een verrassing als ik de hoek om kom. Gisteren kon ik meteen doorlopen, nu staan ze achter me al naast de volgende dichte deur.

Iedereen houdt afstand. Anderhalve meter. Of zelfs iets meer: als we om zouden vallen, als dominostenen, raakten we elkaar misschien niet eens. Maar niemand beweegt. Niemand valt om.

Het is stil in de rij. Ik zie boodschappentassen in linkerhanden en telefoons aan de andere kant. Voor me staan twee mannen. Ze staan niet achter elkaar, maar naast elkaar. Alsof ze een dubbele steen zijn, uit het echte dominospel, een steen met twee keer hetzelfde aantal ogen. Een steen die dwars op de rij mag.

De mannen zijn niet stil. Ze praten. Hard genoeg om meer dan anderhalve meter te overbruggen. Het is nog te vroeg om in te stappen, leerde ik zojuist. Je kon maar beter nog niet bewegen. Ik dacht daar even over na, over instappen of afwachten. Over wat het betekent. Voor iedereen. Daarna probeerde ik te zien of de man links kippenvel op zijn kuiten had. Hij draagt een korte broek.

“Er staat van alles op omvallen.”

“Ja, man.”

De kuiten zijn te ver weg. Ik kijk tussen de mannen door, naar de rij, waar niemand omvalt.

De man met de korte broek gniffelt. Eventjes. Een opmaat naar een goed verhaal.

“Wat?” De lange broek wil ook gniffelen.

“Kim gisteren. We hadden het over de hele toestand. Wat je nu moet doen met je geld. Waar het heen moet.

Ik maak me toch een beetje zorgen. Dus ik zeg dat het misschien het beste is om het gewoon in stenen te stoppen. Weet je hoe ze reageert?”

“Nou?”

Er volgt nog een gniffel. Een beetje lucht, uit een neus.

“Ze zegt dat de meeste juweliers nog open zijn. Dat ze veel moois gezien heeft. Dat we best aan stenen kunnen komen.”

De mannen gniffelen nu allebei. Dan gaat het over in lachen.

Ik denk aan Kim. En aan de mooie dingen die ze heeft gezien. In mijn hoofd hang ik haar vol met stenen. Ze ziet er prachtig uit.

“Je leert elkaar wel goed kennen in deze tijd, hè?”

Er wordt nog harder gelachen.

Ik geef Kim een dominospel. Een hand met vijf ringen zet de dubbele dominosteen rechtop. Kim draait even aan haar oorbel. Dan geeft ze de steen een zetje

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden