Column

De restauratie van tradities en rituelen is veelzeggend

Theodor Holman Beeld Wolff
Theodor HolmanBeeld Wolff

Vroeger spraken wij niet over 'het volk'. Dat had iets neerbuigends, iets minderwaardigs, iets van Upstairs Downstairs, en volk was 'ingang aan de achterzijde'.

Je sprak over 'mensen', want je streefde naar gelijkwaardigheid.

Tegenwoordig wordt er weer over 'het volk' gesproken. Met dezelfde minachting als vroeger. "Laat het volk niet in een referendum stemmen, want het volk is dom." Het plebs! Die sfeer.

Ons doel was dat de grenzen tussen hoog en laag, arm en rijk zouden wegvallen. Pas dan zouden we vrij zijn. Dus niet altijd in een net pak, maar in je gewone plunje. Niet altijd die tradities volgen, maar er zelf voor kiezen. "Doe normaal man," is feitelijk een angstkreet uit de jaren zestig toen we nog gevangenzaten in instituties en behoudende tradities, ceremonies, in belegen normen en waarden.

Mijn vader gebruikte hem als ik een spijkerbroek droeg en mijn haar liet groeien. Hij voelde zich gedwongen, naarmate de tijd verstreek, steeds vaker 'doe normaal' te zeggen.

Wanneer Rutte het nou heeft over een regeerakkoord voor 'gewone en normale Nederlanders', dan gebruikt hij een vocabulaire dat in de jaren zestig en zeventig gold als progressief.

Gisteren zag ik onze nieuwe ministersploeg en opeens voelde en rook ik weer die afstand tussen hen en het gewone volk. Ik bedoel: die heren die zich, gekleed in jacquet, tot Zijne Majesteit wendden, hadden iets potsierlijk studentikoos.

Vervolgens verkleedden de excellenties zich in een net pak en moest men in speciale slagorde op het bordes staan. Alles volgens speciale rituele handelingen; niet in deze zaal, maar wel in die. Het duurde anderhalf uur, terwijl je binnen vijf minuten klaar kunt zijn als iedereen iets onder­tekent of desnoods iets zweert.

Maar de strijd tegen het zinloze ritueel (wat misschien een pleonasme is), tegen belachelijke tradities om reden dat het een afstand schept tussen 'het volk' en 'de politiek', heb ik verloren.

Hoe meer rituelen, hoe beter, vindt het gepeupel. Hoe meer uniformen, paarden, helmen, steken en grijze pakken, hoe meer erover geouwehoerd kan worden, hoe mooier men het vindt. "Heb je die schoenen van Hugo gezien, dat kán toch niet op zo'n dag." De kleinburgerlijkheid viert weer hoogtij. (Maar inderdaad: die schoenen konden niet.)

Die restauratie van tradities en rituelen is veelzeggend. Men voelt zich verloren en viert dat met een ceremonie die aan een begrafenis doet denken.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden