Column

De PvdA kan de existentiële vraag niet meer mijden

De sociaal-democratie stelde zich, toen uiteindelijk de revisionistische stroming ideologisch de boventoon ging voeren, tot doel een verbinding te leggen tussen de schoolmeester en de arbeider, tussen de sociale stijger en hen die achterbleven.

De huidige maatschappelijke omstandigheden zijn zo interessant, omdat die historische opdracht definitief dreigt te mislukken. De witte boorden-werker en de blauwe boorden-werker verstaan elkaar niet meer. Alsof ze twee totaal verschillende talen spreken. In wezen is dat ook zo: daar waar, om het in andere termen te zeggen, de hoger opgeleiden denken in termen van kansen, denken lager opgeleiden eerder in termen van bedreigingen.
De historische opdracht valt de sociaal-democratie juist vanwege deze maatschappelijke ontwikkeling zwaar. In feit wordt het steeds meer een onmogelijke opdracht. Politiek vertaalt deze ontwikkeling zich in de opkomst van de SP en de PVV. Kiezers van deze partijen hoeven vorig jaar niet rechtstreeks van de PvdA gekomen te zijn, ooit stemden ze in grote meerderheid wel op Joop den Uyl of Wim Kok.
Een ideologisch antwoord vinden op deze bedreiging van het naakte voortbestaan als sociaal-democratische partij krijgt de PvdA niet. Andere stromingen ter linkerzijde zien mogelijkheden zich via de resten van wat ooit een brede volkspartij was te versterken.
Femke Halsema stelde de PvdA op een dwingende manier voor de keuze. De PvdA zal in haar visie moeten samenwerken met GroenLinks en D66 of ten dode opgeschreven zijn, al zei ze dat laatste minder expliciet. Haar opvolgster Jolande Sap volgt haar in die visie en is zelfs bij goed luisteren nog wat explicieter.
Ook bij GroenLinks lijkt de opkomst van de PVV en het leger der ontevredenen tot een nieuwe analyse van de politieke situatie en de ontwikkeling van een nieuwe strategie te hebben geleid. Het gebezigde argument heeft met de vorming van het minderheidskabinet en de gedoogsteun van de PVV te maken, maar daar aan ten grondslag ligt een bredere analyse. GroenLinks, ooit voortgekomen uit notabene de CPN, heeft de ambitie om een verbinding tussen, om het ouderwetse woord toch nog eens te gebruiken, de klassen al lang laten vallen. Sterker, dat proces was eigenlijk al bij de CPN voltooid. Die partij werd in haar laatste jaren overgenomen door studenten en feministen, die in woord nog wel iets hadden met de arbeidende klasse, maar er cultureel mijlenver afstonden.
Feitelijk had de CPN niet meer met communisme van doen. Ook in die partij was de kiem van linkse vrijzinnigheid, die nu dominant is in GroenLinks, al gelegd.
De PvdA wordt nu onder druk gezet vanuit de overtuiging dat links in dit tijdsgewricht eenvoudigweg geen brede volksbeweging kan zijn. Breed in de zin van meerdere klassen verenigend. In de postindustriële samenleving kan een dergelijke beweging nog wel talrijk zijn.
GroenLinks vraagt de PvdA in feite afscheid te nemen van haar traditionele achterban en daar niet al te lang over te aarzelen.
De PvdA heeft daar geen antwoord op. Te lang, doordat grote verkiezingsnederlagen uiteindelijk weer teniet werden gedaan, heeft de partij haar antwoord op grote maatschappelijke ontwikkelingen kunnen uitstellen. Het lijkt er niet op dat dat snel weer zal gebeuren. Dus zal de existentiële vraag nu echt aan de orde moeten komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden