PlusAchtergrond

De puzzels van Jan van Haasteren (84) zijn populairder dan ooit

Van Haasteren: '‘Als het puzzelen niet uitsterft, dan ben ik vereeuwigd. Daar voel ik niets van, maar ik ben er nu wel trots op.’Beeld Laura Van Der Bijl

Nu we met z’n allen thuisblijven, beleeft de ouderwetse legpuzzel plots weer hoogtijdagen. Dankzij zijn puzzels staat tekenaar Jan van Haasteren op zijn 84ste op het toppunt van zijn populariteit.

Wie de laatste weken een site van een grote internetverkoper opende, vond ze onder het kopje ‘hardlopers’ of ‘bestsellers’. Tussen de handgel, de webcam en de koortsthermometer stonden ook de legpuzzels van Jan van Haasteren. Een van zijn vaste verkoopagenten, René van der Zwet, registreert een omzet die die van de kersttijd, in een normaal jaar met afstand de piekperiode, met gemak verdubbelt. “Ik ben voor 80 procent door mijn voorraad heen,” zegt hij met lichte verbazing in de stem.

Hoewel fabrikant Jumbo geen exacte cijfers deelt, is het duidelijk: de legpuzzel, voor velen een nostalgisch ­fenomeen uit de tijden van zwart-wittelevisie, is aan een tweede jeugd begonnen. De verklaring is eenvoudig, zegt tekenaar Van Haasteren aan de telefoon. “Mensen zitten nu thuis door dat rotvirus en zoeken iets om zich bezig te houden, om die ellende even te vergeten. Bordspelletjes en computergames gaan ook als een speer.”

Daarbij, zegt Van Haasteren er meteen achteraan: zijn puzzels liepen meteen goed toen hij 30 jaar geleden zijn ­samenwerking met de grote spelletjesfabrikant begon. De moderne, gejaagde mens herontdekte de legpuzzel als ­antistressmedicijn. Niet langer met het traditionele Zwitserse berglandschap als afbeelding, maar vooral de cartooneske tekeningen van Van Haasteren. “Puzzelen zou oubollig zijn, alleen iets voor oude mensen. Ik heb dat zien veranderen. Ik krijg nu zelfs berichten van tieners die er veel plezier aan beleven.”

Maar zo populair als nu? Nee, dat is nog nooit voorgekomen. De tekenaar viert zijn succes dezer dagen in volstrekt isolement in zijn huis in Bergen. Met zijn 84 jaar ­bevindt Van Haasteren, sinds enkele jaren weduwnaar, zich midden in de coronarisicogroep. Een loopje door de tuin, een wandelingetje naar de bakker op de hoek – dat is het wel. “De supermarkt mijd ik. Gelukkig komt mijn dochter me boodschappen brengen.”

Aan zijn dagelijkse ritme is niettemin weinig veranderd. Hij werkt zijn halve leven al vanuit huis. “Prachtige plek. Ik heb mijn kinderen van dichtbij zien opgroeien. Wie kan dat zeggen?” Dus blijft het rooster ook deze dagen hetzelfde: vroeg uit de veren en dan zo snel mogelijk achter de ­tekentafel, slijpen aan een nieuwe poster voor op de puzzels. “Ik doe alles met de hand. Schetsen, tekenen, inkleuren. Ik vind die bewegingen fijn, een krabbeltje met een potlood en dan lekker met een pennetje inkten.”

Een verbeterd contract heeft hij, nu zaken zo goed gaan, niet gekregen, zegt Van Haasteren. Niet nodig ook. “Ik heb een prima contract, eentje voor het leven. Ik kan blijven ­tekenen.” Zijn werkwijze levert drie nieuwe platen op posterformaat per jaar op. Die worden vervolgens op ­puzzelkarton gelijmd. “Meer gaat echt niet. Het is on­geveer drie maanden voltijds werken per tekening.”

Regenboogdecor

Om aan de vraag te kunnen voldoen is in 2013 al een studio opgezet waarin twee andere tekenaars eveneens werken onder de naam Jan van Haasteren. Zo kon de productie worden opgevoerd én voortgezet wanneer, zoals hij zelf formuleert, ‘Jan van Haasteren niet meer op deze aardbol rondloopt’. Een prettig idee dat er tegen die tijd nog steeds puzzels met zijn stripfiguurtjes verschijnen? Er valt een korte stilte aan de andere kant van de lijn. “Als het puzzelen niet uitsterft, ben ik vereeuwigd. Daar voel ik niets van, maar ik ben er nu wel trots op.”

De puzzelrevival leidde al eerder tot een officieel Nederlands kampioenschap in de arena van de legpuzzel. Teams van vier storten zich op een exemplaar van 1000 stukjes. Dit jaar helaas uitgesteld, maar de herinnering aan de vorige editie is nog levend. Die leverde een record op: in de voorronde lukte het een kwartet voor het eerst om een puzzel te voltooien in minder dan drie kwartier.

Voor het NK had Van Haasteren een verrassingspuzzel voorbereid. Die is nu commercieel verschenen: 1000 stukjes over het Eurovisie Songfestival, gemikt op de afgelaste editie in Rotterdam. Van Haasteren tekende een podium met ­regenboogdecor, rookmachines en een deelneemster die zo vals zingt dat het publiek in afgrijzen naar de uitgang spurt.

Marten Toonder

Dat is de humor waarop hij dol is: een bekende situatie iets absurds meegeven. “Iets wat eigenlijk niet kan, dat vind ik leuk. Een hand die uit de bodem van een voetbalveld omhoogschiet en een banaan aangeeft. Of een nijlpaard dat tijdens een safaritrip een kano doormidden bijt.” ­Lachend: “Nou, dat heb ik nog nooit in het echt zien ­gebeuren, hoor.”

Tekenen is zijn natuur, zegt Van Haasteren. Hij deed het bijna eerder dan hij kon lopen. “Tekenen zit in de mens, kijk maar naar kleine kinderen. Geef ze een vel papier en wat krijtjes en het gaat vanzelf. Later verdwijnt dat instinct meestal, maar ik heb het vastgehouden. Ik vond er rust in. Mijn ouders stuurden me weleens naar buiten: ‘Da’s ­gezond voor je.’ Maar ik was meestal al snel weer terug bij mijn potloden.”

Eigenlijk wilde hij als tiener kunstschilder worden. Zijn oom was het ook. Die maakte prachtige schilderijen, vond Jan, maar zijn vader verbood een inschrijving bij de kunstacademie. “Het waren de jaren na de oorlog, hè? Mijn ­vader zei dat ik geen rooie cent zou verdienen. Ik heb de richting ­publiciteit gekozen. Daar leerde ik letters tekenen, hoe perspectief werkte. En ik kreeg ook anatomie. Handig die kennis, want als je een menselijk lichaam wilt tekenen, moet het wel enigszins kloppen.”

Hij tekende als vaste kracht in de studio van stripgrootheid Marten Toonder. Die vroeg hem mee te gaan toen hij vanuit Amsterdam naar Ierland vertrok. Van Haasteren aarzelde, maar bleef en begon voor zichzelf. Een belangrijk besluit: er ontstond ruimte voor zijn eigen ideeën, ­zoals de strip Baron van Tast. Wie die tekeningen vandaag bekijkt, ziet de contouren van de figuurtjes die nu de ­puzzels van Van Haasteren bevolken.

Die stijl wordt gewaardeerd van beginners tot ervaren puz­zelaars. Ze speuren naar Van Haasterens vaste elementen: een haaienvin, een rood aangelopen Sinterklaas, een sprintende slak én –voor de echte kenner – een minizelfportret van de tekenaar.

Een bijna net zo belangrijk deel van de aantrekkingskracht: op elk stukje is wel een ander detail uit de tekening te zien. Dat is lekker aanleggen. Verslavend zelfs, hoort Van Haasteren van zijn fans, die hem brieven en e-mails sturen. “Ik hoop wel dat ze oppassen voor hun nachtrust. Mensen schijnen altijd moeite te hebben met ‘dat laatste stukje voor ik naar bed ga’. Dat is dan natuurlijk nét niet te vinden.”

Verdriet even vergeten

Hij krijgt vaker post de laatste jaren. “Ik heb mails gehad van mensen die een dierbare hadden verloren. Die schreven: ‘Door de vrolijkheid van de platen kon ik het verdriet even vergeten.’ Dat maakt wel trots, ja.”

Tot slot de vraag die al een uur lang boven het gesprek zweeft: puzzelt Jan van Haasteren eigenlijk zelf? Het antwoord volgt onmiddellijk: “Nee. Ik weet toch al hoe die platen er uiteindelijk uit zullen zien. Een andere puzzel dan? Nee, daar heb ik het ­geduld niet voor. Dan ga ik liever zelf iets ­bedenken.”

Jan van Haasteren: ‘Iets tekenen wat eigenlijk niet kan, dat vind ik leuk.’ Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden