Review

De president ***

Regie: Erik de Bruyn
Met: Achmed Akkabi, Najib Amhali


Hoe smeed je politieke satire, romantische komedie en doldwaze kluchtigheid aan elkaar? Erik de Bruyns De president, over een illegale Marokkaanse jongen die president van Nederland wordt, wappert te veel kanten uit.

De Nederlandse film heeft geen traditie in politieke satire, maar soms doet iemand een poging. Zo zette Eddy Terstall twee jaar geleden het mes in het populisme met het geslaagde Vox populi. Ook De president, na Het schnitzelparadijs en Pizzamaffia de derde verfilming van een roman van Khalid Boudou, steekt de draak met politiek simplisme en volksretoriek, maar is te kluchtig om doel te treffen.

Het door Erik de Bruyn (Nadine, tv-serie De troon) geregisseerde De president speelt zich af in een toekomstig Nederland, waarin de parlementaire democratie en monarchie zijn afgeschaft. Het land is een republiek, waarin het volk niet meer mag doen dan een sterke leider kiezen.

Als presidentskandidaat Vlonder (Dirk Zeelenberg) dreigt te verliezen van demagoog Heesters ('voor een geordend en rein Nederland'), slaat hij toe door als running mate de Marokkaanse illegale aspergesteker Joes (Achmed Akkabi, Rabat) te kiezen. De knul is een volksheld, omdat hij bij een brand in een seksclub de Roemeense Milla (Charlie Chan Dagelet) uit de vlammen redde.

Enfin, voordat hij het in de gaten heeft, is de naïeve Joes, vanwege zijn populariteit, onverwacht de nieuwe president van Nederland. Zijn boerenslimme oom (Najib Amhali) en vroegere vrienden van het aspergeveld (onder anderen Frank Lammers) trekken bij hem in op het paleis, dat verandert in een patjepeeërsoord.

Het levert kluchtige scènes op ('Wie zegt dat 200 lcd-schermen te veel zijn voor het paleis?'), waarin Joes door iedereen wordt gemanipuleerd. Hij heeft belangrijker zaken aan zijn hoofd, de zoektocht naar Milla, op wie hij verliefd is.

Scenarist Marco van Geffen, die deze zomer met zijn regiedebuut Onder ons op het filmfestival van Locarno in de prijzen viel, en regisseur Erik de Bruyn kennen hun klassiekers, want Joes is een kruising van tuinman Chance in Being there en de provinciaal Smith in Frank Capra's Mr. Smith goes to Washington.

Net als Chance drukt Joes zich uit in vaagheden ('Je kunt geen geit redden van de verdrinkingsdood'), die de kiezers voor wijsheden aanzien. En net als Smith merkt hij dat het politieke bedrijf een slangenkuil is. Daarmee houdt de vergelijking op, want de politieke satire is in De president volledig ondergeschikt aan kluchtigheid en romantiek. Het zorgt voor een flinterdunne, bij vlagen amusante film, die als probleem heeft dat hij als politieke satire even oppervlakkig is als het populisme dat hij aan de kaak wil stellen. (Jos van der Burg)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden