Column

De praktijk vermoordt dat waar je samen ooit van droomde

Roos Schlikker
Roos Schlikker Beeld Oof Verschuren
Roos SchlikkerBeeld Oof Verschuren

'Schat!" "Mmmmm..." "De douchekop is binnen!" "Ach." "Een joekel!

"Mooi." "Een hele grote!" "Hele grote in je broekje." "Sorry?" "Niks." "Er komt echt een regenbui uit!" "O." "Kijk nou! En hier! Moet je voelen! Die gaatjes...." "Jajaja, geweldig, maar hoe lang kun je over een douchekop lullen?"

Mijn Canadese man en ik hebben eufemistisch ­gezegd niet altijd dezelfde interesses. Hij, de pragmaticus die een denkbeeldige stijve krijgt als hij alleen al denkt aan stopverf, wazige ik die in staat is een hamer ondersteboven te gebruiken.

Als Neerlandica wist ik zeker dat ik alleen kon verkeren met een meneer die mij levenslang 'Ik ben een blauwbilgorgel' zou toelispelen, aangezien ik omgeven was door gekweld kijkende jongelingen met een bundel van Buddingh' onder de arm.

De bonkige cameraman door wie ik me na een fles rood liet verleiden was dan ook alleen bedoeld als onenightstand. Goed, hij had een leuk accent, hij was elf stoere jaren ouder, hij had een gezellig huis, wat allemaal voor hem pleitte. En hij had een boekenkast. Met één boek. Een Ludlum.

Toch bleek er van alles te bespreken. Want hij las niet, maar hij keek. En hij leerde mij kijken. Naar films, naar mensen, naar mijzelf. Ik keek en hij keek terug.

"Skatje? Zullen we in onze kroonluchter ledlampen doen? Nooit meer peertjes! Wat denk je daarvan?" ­"Eeeeeh, daar denk ik niets van. Is dat erg?"

We zijn nu twintig jaar samen, en weten alles over cultuurverschillen (Hij: "Bassie en Adri-wie?"), leeftijdsverschillen (Ik: "Niet weer Pink Floyd. Hoezo één liedje? Die nummers duren 43 minuten"), geloofsverschillen (Hij: "Waar zijn de huishouddoekjes? Hoezo op? Schoonmaken is mijn religie").

En intussen klapt de ene na de andere relatie rond ons. We verschilden te veel, hoor ik almaar. En: we zagen elkaar niet meer. Ik snap het. Wij veertigers zijn midlifeclichés op pootjes.

"Vergeet je de judo niet?" "Neehee." "En dat ­cadeautje voor Marloes."

"Nope." "Hoezo zit er een Batmansok in de vriezer?"

De praktijk vermoordt dat waar je samen ooit van droomde. Hoe graag je elkaar ook uren warmbloedig in de ogen staart, er komt altijd een moment dat iemand vergeten blijkt te zijn de meterstanden door te geven.

"Ik ruik pindakaas. En is dat poep? Over de hele trap? Ooooooh neeeeee, bedorven yoghurt. Schá-hát! Geen gebroken glazen in de vuilniszak, dan scheurt ie. Hou op met dromen, anders word ik gek!"

Dagelijks rapen we elkaars scherven op. Mopperend. Maar ik moet er niet aan denken dat er een moment komt waarop wij samen niet te lijmen blijken.

En opeens is het avond. De dag met al zijn regelzaken hangt als een zware jas om me heen. Gedachteloos kleed ik me uit. Ik draai aan de knoppen. Kranen kreunen. Een brom. Dan opent de hemel zich en aait een regen aan warmwaterdruppels mijn gezicht, de douchekop exact afgesteld op mijn hoogte.

Ja, hij wordt geil van led en ik voorzie het huis van een pindakaasyoghurtkattenstrontspoor. Maar hij heeft mij leren kijken. En hij ziet mij nog steeds.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken, waaronder recentelijk nog Ajax, Mijn Club (2015). Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool. Lees hier al haar columns terug. Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden