PlusPS

De postbode 2.0 meldt fietswrakken, hondenpoep en volle prullenbakken

Fietswrakken, hondenpoep en prullenbakken die propvol zitten: sinds juni zet de gemeente postbodes in om troep in de wijken te signaleren. 'Ik maak een foto en verstuur die met een plaatsaanduiding.'

Postbezorger Ferry Wieringa spot een tijdelijke oplossing voor een gat in de grond en maakt er een melding van in de app Beeld Carly Wollaert
Postbezorger Ferry Wieringa spot een tijdelijke oplossing voor een gat in de grond en maakt er een melding van in de appBeeld Carly Wollaert

Sleur is niet helemaal het goede woord; Ferry Wieringa (42) wil vooral niet in een tunnel terechtkomen, zegt hij. Daarmee bedoelt hij dat je een tas vol brieven hebt, een stille straat vol gleuven en hoppetee, bezorgen maar.

"Brief. Brievenbus. Zak leeg. Klaar. Door méér te doen, door je blik eens af te wenden van ­alleen maar die stoeptegels onder je, dwing je jezelf je oogkleppen af te zetten. Simpelweg brieven bezorgen heeft best iets meditatiefs, maar door beter en bewuster naar mijn omgeving te kijken, maak ik mijn werk echt interessanter. En ik lever een bijdrage aan de stad."

Penetrante rottingsgeur
Wieringa is een postbode 2.0. Hij bezorgt brieven, dat is zijn hoofdtaak, maar tegelijkertijd doet hij dienst als de ogen en de oren van de gemeente. Dat doet hij nu ruim drie maanden. Op zijn rondes door De Pijp probeert hij zich te verplaatsen in de bewoners van de straten die hij doorkruist. "Wat zou ík er nou van vinden als ik hier zou ­wonen," zegt hij als hij langs een vuilniscontainer loopt waar een penetrante rottingsgeur omheen hangt. "Dat zou ik dus niet fijn vinden."

Troep op straat blijkt bij elk onderzoek weer een van de grote ergernissen van Amsterdammers te zijn. Neergeplempte vuilniszakken bijvoorbeeld. Grofvuil dat op de verkeerde dag langs de weg is neergezet. Fietswrakken, hondenpoep en prullenbakken die propvol zitten. Wieringa trekt het zich aan, ook ambtshalve. Hij kijkt niet alleen, hij ziet ook. Hij meldt en hij controleert eerdere meldingen. Plus: regelmatig neemt hij, op de drempel of daar voorbij, mini-­enquêtes af waarin hij mensen vraagt hoe schoon ze hun straat vinden.

In al zijn eenvoud is het een idee waarvan je je afvraagt waarom het niet eerder is bedacht: postbodes betrekken bij het schoonhouden van de stad. Ze lopen er toch. En je hoeft de kranten echt niet elke dag te spellen om te weten dat die goeie ouwe papieren post langzaam terrein ­verliest - en dat postbezorgers dus ruimte hebben voor ­andersoortig werk erbij.

350 postbodes
Wieringa heeft een app, want je kunt de postbode wel bombarderen tot de ogen en de oren van de stad, de handen en de voeten van de stad belichaamt hij dan weer niet. De 350 postbodes die meedoen, op vrijwillige basis tijdens deze proefperiode, constateren dus. En ze zorgen dat hun bevindingen op de juiste plaats terechtkomen. Bij de stadsreiniging bijvoorbeeld, die vervolgens een autootje langs kunnen sturen. "Het werkt gewoon met mijn ­telefoon. Ik maak een foto en verstuur die met een plaatsaanduiding."

Supermodern natuurlijk, zo op een smartphone, maar het is ook zaak dat de meldingen op de goede plaats ­terechtkomen en dat het probleem ­opgelost wordt. De proef dient met name om die logistiek soepeltjes te laten verlopen. Omdat niets zo frustrerend is als meldingen waar je nooit meer wat van hoort, gaan de postbodes op hun ronde ook langs op plaatsen waar ze eerder een melding van een probleem hebben gemaakt.

Voorkomen dat de stad afglijdt, daar komt het op neer Beeld Carly Wollaert
Voorkomen dat de stad afglijdt, daar komt het op neerBeeld Carly Wollaert

In de Eerste Jan van der Heijdenstraat gaat Wieringa er eens even goed voor staan. Meteen in het begin al, bij de Boerenwetering, loopt hij gedecideerd af op een grote papieren tas in een perkje waar alweer jaren geleden een boom moet zijn gesneuveld.

Verpakkingsmateriaal
Wieringa maakt een foto en kijkt, enigszins voorzichtig, wat er in de zak zit. Plastic en karton, zo blijkt. Verpakkingsmateriaal. Vlotjes wikkelt hij de administratieve kant van de zaak af. "Ik denk weleens: wat die mannen van de handhaving doen, het zoeken in vuilniszakken naar bijvoorbeeld namen en postadressen, heeft wel wat. Dan kun je echt aanbellen en mensen vragen waarom ze hun vuilnis domweg op straat zetten."

Even verderop in de Dusartstraat staat een maximodel Ikeakar, vastgeketend aan een boompje. Ernaast liggen een vuilniszak en wat leeggedronken blikjes energydrank. Een buurtbewoner met een handschrift waar de onderdrukte ergernis van afspat, heeft een geplastificeerd briefje opgehangen. Dat het vuilnis hier niet meer wordt opgehaald en dat de lezers met de zakken terechtkunnen in een aantal nader omschreven stortkokers.

Wieringa zet een en ander op de foto en verwerkt het ­geheel tot een melding. Hier toont zich precies waarom zijn werk zo belangrijk is, zegt hij. "Die grote kar geeft een troeperig beeld. Je ziet dat vuil vuil aantrekt, want iemand denkt dan kennelijk: dan kan mijn vuilniszak er ook nog wel bij."

Broken window-theorie
"Het is de broken window-theorie die in New York door de toenmalige burgemeester Giuliani is opgepakt: als er ergens een ruit is gebroken, is de kans groter dat de ­andere ruiten ook sneuvelen. Hier kun je zeggen: als je zorgt dat het schoon is in de stad, zullen mensen sneller geneigd zijn zelf ook hun troep op te ruimen."

Voorkomen dat de stad afglijdt, daar komt het op neer. Zorgen dat het er allemaal een beetje netjes bij staat. ­Graffiti en wildgeplakte posters zorgen al snel voor een verloederde indruk. En Wieringa maakt ook meldingen van de gele borden die worden geplaatst bij bijvoorbeeld verhuizingen. "Ik zie regelmatig dat die na de verhuizing niet snel weer worden weggehaald. Ik help een handje door daar een melding van te maken."

Het is goed werk, maar is het eigenlijk ook niet een beetje een zwaktebod? Kunnen de inwoners van de stad niet ­gewoon zelf hun troep opruimen of zelf melden dat het op hun stoepje misgaat? Is de inzet van postbodes niet vooral een symptoom van de onverschillige stad?

Niets nobels
Wieringa knikt. "Ik doe niets nobels, dit is gewoon mijn werk. En inderdaad: alle meldingen zijn het gevolg van gedrag. Het zit in de mens, of in elk geval in een deel van de mensen. Ik zou nooit vuil op straat gooien, maar mensen die dat wel doen, zijn zich vaak van geen kwaad bewust. Veel mensen zíen het gewoon niet. En er zijn mensen die achteloos zeggen: ach joh, daar zorgt de stadsreiniging toch voor?"

Maar zo is hij niet getrouwd. Hij en zijn collega's zijn ­begaan met de stad en de extra taken geven zijn werk een nieuwe dimensie. "Voorheen had je een brief en een brievenbus. Maar nu is het werk afwisselender en gaat de deur ook af en toe eens voor je open. Op dat moment stap je een leven in en dat voelt goed."

Echte mensen

De inzet van PostNL-postbezorgers om het aanzien van Amsterdam te bewaken, is een ­innovatieve ­manier om gebruik te maken van een vertrouwde aanwezigheid in het straatbeeld.

Volgens Rogier ­Havelaar, projectleider van de proef die sinds juni loopt en onderdeel is van het programma Heel en Schoon, wordt zo gebruik gemaakt van 'echte mensen van vlees en bloed', die van oudsher gelden als 'vrienden van de buurt waarin zij actief zijn'. PostNL krijgt van de gemeente een vergoeding voor het beschikbaar stellen van postbezorgers.

De postbodes zijn actief op drie terreinen, zegt ­Havelaar. "Ze maken meldingen tijdens hun rondes en controleren of eerder gemelde problemen zijn opgelost. Daarnaast nemen zij geregeld ­superkleine onderzoekjes af, waarin ze buurtbewoners bijvoorbeeld vragen of ze hun straat schoon genoeg vinden."

Over de resultaten van die kleine onderzoekjes kan volgens Havelaar nog niets worden gezegd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden