De pijn van gemiste kansen

Tobias Wolff: Our story begins
Bloomsbury (import Penguin), 28,99 euro

In Mortals, één van de verhalen in de nieuwe bundel van Tobias Wolff (1945), Our story begins, zitten twee mannen in een steakhouse een necrologie te bespreken. De één, de verteller, heeft die necrologie de dag ervoor voor de plaatselijke ochtendkrant geschreven; de ander, de gepensioneerde belastingambtenaar Ronald Givens, is de man die volgens het berichtje recentelijk is overleden.

Pijnlijke fout, vond vooral Givens' woedende vrouw Dolly, wier tirade de journalist prompt zijn baan kostte.

De abusievelijk betreurde zelf tilt er aanmerkelijk minder zwaar aan, al irriteert het hem wel dat de schrijver van zijn beknopte levensverhaal zich hem nú al nauwelijks meer kan herinneren. Na een tijdje gaan al die stukjes over verse lijken toch wat op elkaar lijken. Een enkel verhaal over een schrijver, honkballer of geliefd acteur daargelaten.

Beroemdheden dus, stelt Givens verwijtend vast. 'You can lead a good life without being a celebrity,'' he said.

''People with big names aren't always big people.''
''That's true,'' I said, ''but it's sort of a little person's truth.'
De ontknoping moet nog komen, maar hier staat alvast in een neerbuigend bedoelde notendop waar Wolff zich al bijna dertig jaar mee bezighoudt: de waarheden van kleine mannen.

Nou ja, in eigen land werd hij vooral beroemd(er) met twee memoirs: This boy's life (1989), het met Leonardo DiCaprio en Robert De Niro verfilmde verhaal over hoe hij opgroeide met een beul van een stiefvader, en In pharaoh's army (1994), over zijn ervaringen als soldaat in de Vietnamoorlog. En hij schreef ook romans en novellen. Maar bij Wolff de-korte-verhalenschrijver draait het eigenlijk altijd om van die gewone sukkelaars. Onopvallende antihelden, die worstelen met hun ongelukkige (huwelijks)leventje, vol herkenbare angsten en tegenslagen. Die hun onhaalbare dromen dromen, en zichzelf en anderen soms een beetje voorliegen om het allemaal draaglijk te maken.

Zoals Ronald Givens, die stiekem zélf de krant belde om te zeggen dat-ie dood was, gewoon om zijn eigen overlijdensbericht te kunnen lezen. Zoals die egocentrische nitwit in Desert breakdown, 1968, die zichzelf zó overtuigend wijsmaakt dat hij best een beroemde filmster kan worden dat hij zijn zwangere vrouw en kind bijna in de woestijn aan hun lot overlaat. Zoals die tiener in The liar, die zijn moeder tot wanhoop drijft met zijn gruwelijke verzinsels over haar en haar familie. Of zoals die man in Deep kiss, die in zijn hoofd al jaren een parallel leven leidt, waarin hij wél met zijn eerste vriendinnetje van de middelbare school trouwde.

Het laatste, een geweldige, genuanceerde beschrijving van een tienerobsessie en de pijn van gemiste kansen, is één van de tien nieuwe verhalen in Our story begins, die vooraf worden gegaan door liefst 21 door de schrijver gekozen en deels herziene hoogtepunten uit zijn eerdere drie bundels. Als je In the garden of the North American martyrs (1981), Back in the world (1985) en The night in question (1996) nog niet kende, heb je hier dus meteen een ideale Wolff-reader in handen. En was je al een fan, dan maak je opnieuw kennis met een paar oude favorieten én blijkt hij in zijn nieuwe werk misschien wel nóg beter geworden te zijn.

Zijn stijl klinkt nog steeds zo natuurlijk en ongekunsteld als een man die tegen je aanpraat vanaf de barkruk naast je, maar kluistert je ondertussen wel aan zijn lippen. Zijn gave voor het subtiel uitlichten van sprekende details is niet verbleekt. Net zomin als de manier waarop hij een verhaal aan het eind een verrassende wending kan geven zónder dat het aandoet als de clou van een mop. Maar Wolff lijkt in zijn recente verhalen meer dan ooit de tíjd voor dingen te nemen. Hij vertelt kalm en ongehaast. Als de gerijpte meester die hij is, en die eigenlijk geen moment onderdoet voor giganten van het genre als Raymond Carver en James Salter.

Dus, ja, Our story begins staat vol waarheden van kleine mannen. Maar als je die zo prachtig liegt als Tobias Wolff, dan verdien je het een heel grote naam te zijn. (DIRK-JAN ARENSMAN?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden