Column

De overdaad in Candy Castle botst met alles wat hier een jaar geleden niet was

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken, waaronder recentelijk nog Ajax, Mijn Club (2015). Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool. Deze week: indoor speelkasteel Candy Castle.

Beeld Linda Stulic

Het huis van God ruikt naar karamel, frikadellen en slush puppy. Gegil kaatst tegen de ramen, het gonst in de toren waar ooit de Predikers klonken. Is er daarna ook tot Allah gebeden? Of tot Rutte in de hoop op een verblijfsvergunning?

Zelden had een gebouw zo'n merkwaardige bestemmingsgeschiedenis als de Sint-Joseph in Bos en Lommer. Eerst een katholiek godshuis, toen een vluchtkerk voor uitgeprocedeerde asielzoekers. Nu prijkt er met grote letters Candy Castle op de deur. De vluchthaven werd een indoor speelkasteel.

"Twee kroketten mayo! Twee kroketten mayo zijn klaar!" brult een baliemedewerker in een microfoon. Terwijl we ons door krioelende koters naar binnen manoeuvreren, beginnen mijn zoons te gillen. "Mama, ik wil snoep!" "Mama, ik wil hier speelgoed kopen!" "Mama, ik wil geld voor de voetbaltafel!" "Mamaaaaaaaa!"

Voor mama zit er slechts één ding op: zich neervlijen aan een formica tafeltje, de kinderen wat euro's in de knuisten duwen, hopen dat ze niet achterwaarts saltoënd de ballenbak betreden en bij gebrek aan oordopjes proberen het omgevingsgeluid weg te denken.

Dat laatste gaat me slecht af. Ik blijf kijken. Een vrouw met Giel Beelenhaar vraagt gillend aan de balie waar de tosti joppiesaus voor haar zoontje blijft. Een klein meisje draagt een T-shirt om haar uitpuilbuik met de tekst 'Let's get loud' en voegt de daad bij het woord. Een hele familie grist zonder op te kijken van hun iPhones grote hoeveelheden uit bakken koekjes waar ter aanmoediging 'Non Stop!' op staat.

Natuurlijk ligt het niet aan de plek, waar goedbedoelend personeel ook maar probeert onze hartenlapjes een leuke middag te bezorgen. Dat de overdaad botst met alles wat hier een jaar geleden niet was, niemand kan het helpen. Maar het is allemaal zo veel.

Gisteren zag ik de documentaire Fed Up over de voedselindustrie en hoe die van ons nageslacht een naar suiker snakkend beest maakt. Ach, da's Amerika, dacht ik, een land waar alles een jas van entertainment krijgt en kinderen weerloze slachtoffers zijn van kapitaalkrachtige marketingmachines.

Maar hier, in deze oude kerk, zie ik ook overal koters die zich met geopende monden Pringles laten voeren als waren het hosties. Zesjarige jongetjes eisen een AA Sportdrank omdat ze zo hard hebben geapenkooid.

En ik kan voor dit alles snobistisch mijn neusje ophalen maar daar zijn die zoons van mij, struikelend door de schreeuwerige kleurentuin, snoepresten plakkend aan hun mondhoeken. Suikerspinnen op pootjes. "Mama ik wil snoep!" "Mama, ik wil hier speelgoed kopen!" "Mama, ik wil geld voor de voetbaltafel!" "Mamaaaaaaaa!"

Plotseling sta ik op. "Schatten, we moeten weg." Ik heb geen zin het uit te leggen, dit is geen plek meer voor een preek. De jongens dribbelen achter me aan. Even later in de auto is het opvallend stil. Dan klinkt het bekende geluid. "Mama..." Ik zucht en verwacht wéér een zin die begint met "Ik wil..." Maar dan hoor ik: "Mam... Dit was de mooiste middag van mijn leven."

Ik knik. Mama snapt het, dat mag ook. Maar nu geeft mama gas en rijdt weg. Weg uit het paradijs.


r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden