Plus

De ouderwetse ijscokar is terug van weggeweest

De ijscokar, die vijf jaar geleden nog uitgestorven leek, is helemaal terug. Met dank aan de zonovergoten zomer. In de parken verdringen ijsfiets, ijstruck en ijsmobiel elkaar voor een plekje.

Robert Noordberger (52) van Roberto's IJsbike: 'Ik denk erover een kinder-musical te maken over een ijscomannetje' Beeld Ivo van der Bent

'Het gaat veel verder dan alleen een hoorntje met een bolletje'

Johan Bosman (59) van Portofino

"Op mijn veertiende had ik een bijbaantje in een ijssalon. Ik hielp onder meer de ijswagens schoonmaken. Rond mijn achttiende ontstond het idee zelf ijs te verkopen en spaarde ik voor een ijscowagen. In 1979, toen ik net mijn rijbewijs had, ben ik begonnen. Ik verkocht vooral in Noord. Nu heb ik met mijn vrouw een ijsfabriek.''

''Ons assortiment is enorm breed; dertig sorbets, met of zonder likeur, ijs met vruchten, ijscoupes. Het gaat veel verder dan alleen een hoorntje met een bolletje. We hebben alleen al zes verschillende hoorns, maar ook wafels en bekers in allerlei maten.''

''Onze vaste plek is in winkelcentrum Boven 't Y op het Buikslotermeerplein. Na sluitingstijd venten we op woensdag- en zondagavond in Noord. Mensen weten precies op welke tijd we komen. Nog voordat het carillon op de auto klinkt, staan ze klaar. Voor mij werkt dit systeem het beste.''

''Met mooi weer kun je overal ijs verkopen, vooral nu: ik heb in veertig jaar niet zo'n hete zomer meegemaakt. Maar dat is echt een uitzondering. Als het regent of kouder is, verkoop ik net zo veel, omdat de mensen weten dat ik kom. In elke woonwijk heb ik vaste klanten.''

''Soms zie ik Amsterdammers die als kind een ijsje bij me kwamen kopen. Ze zijn verhuisd naar Purmerend, Hoofddorp, Lelystad of Almere en komen met hun kinderen een ijsje halen op het Buikslotermeerplein. Vaak zijn ze verbaasd dat ik er nog steeds sta.''

''De ijsfiets is een nieuwe hype. Ik denk dat het vooral voor studenten leuk is om wat bij te verdienen. Ik zie het niet als concurrentie. In Noord merk ik dat het aantal ijsverkopers is toegenomen. Er rijden zelfs ijswagens met Poolse, Roemeense en Belgische kentekens. Iedereen is vrij om te venten. Ik ga uit van mijn eigen kracht."

Johan Bosman (59) van Portofino Beeld Ivo van der Bent
Mared Bunsee (27) van Scoop Amsterdam Beeld Ivo van der Bent

'Als ik thuiskom met de ijsfiets, staan alle buurtkinderen om me heen'

Mared Bunsee (27) van Scoop Amsterdam

"Ik werkte in een ijssalon op de Rozengracht, maakte daar ook ijs. Toen de eigenaar ermee ophield, heb ik zijn ijsmachines overgenomen. Al snel ontstond het idee om op een ijsfiets te gaan rondrijden. Ik kom oorspronkelijk uit Wales. Dit was meteen een manier om de stad goed te leren kennen en de taal beter te leren spreken.''

''Het ijs maak ik helemaal zelf, zonder kleurstoffen. Na het verkopen ga ik daar 's avonds mee aan de slag. Ik vind het leuk om met smaken te spelen. Hierdoor kom ik vaak met iets nieuws, zoals gemberijs of karamel-zeezoutijs. Natuurlijk valt ook mijn roze karretje op; door mij ontworpen, en gemaakt in Engeland.''

''Meestal ben ik te vinden in het Westerpark, Erasmuspark, Rembrandtpark en bij de Sloterplas. Ik heb een marktvergunning, zodat ik ook op de Ten Katemarkt en de Albert Cuyp mag staan. Het liefst ben ik bij het Sloterstrand, ik woon er drie minuten vandaan en op weg naar huis ga ik er altijd even heen.''

''Dit jaar zijn meer mensen begonnen met een ijscokar. Toevallig komen de meesten ook uit West. Dat is jammer, maar ook gezellig. Ik vertrouw op mijn eigen ijs. Als dat goed is, komen de klanten vanzelf.''

''Als ik thuiskom met de ijsfiets, staan alle buurtkinderen om me heen. Ze vinden het zo leuk om een ijscobuurvrouw te hebben.''

''Ik heb ideeën genoeg, maar er zijn nauwelijks regendagen, dus ik ben er nog niet aan toegekomen ze uit te werken. Het is veel te druk! Volgend jaar wil ik gezonde, eiwitrijke ijssoorten ontwikkelen. In de winter zou ik wel ijs aan restaurants willen leveren. Om voldoende inkomsten te houden, werk ik ook voor een Engels marketing- en sales­bedrijf."

Gilles Groot (24) van de IJsfiets Beeld Ivo van der Bent

'Soms verkoop ik zelfs ijsjes aan automobilisten die stilstaan'

Gilles Groot (24) van de IJsfiets

"Ik ben in 2015 als ijscoman begonnen, omdat het me een leuke zomerbaan leek. Ik studeerde aan de Toneelacademie en wilde wat bijverdienen. Niet ploeteren in de horeca en lekker de hele dag buiten. Ik ben net afgestudeerd en werk daardoor nu zo'n vijf dagen per week op de IJsfiets.''

''We hebben biologisch ijs en rijden elektrisch. We rijden ook in onder meer Utrecht, Zwolle, Kaapstad en Londen. De afgelopen jaren zijn er steeds meer ijsfietsen bijgekomen, maar wij zijn toch wel de pioniers. Ik ben het verkopen steeds leuker gaan vinden. Mijn doel is dat iedereen die ik tegenkom op straat, een ijsje bij me eet.''

''Ik sta onder meer in het Sarphatipark, De Pijp, op de Weesperzijde en bij de Omval. Soms verkoop ik zelfs ijsjes aan automobilisten die voor een stoplicht staan of die net hebben geparkeerd. Naast straatverkoop krijgen we bij de IJsfiets ook boekingen voor verjaardags-, bedrijfs- of schoolfeestjes.''

''Dat vind ik supertof. Hierdoor kom je een heel gevarieerd publiek tegen. De ene keer sta ik bij het GVB of op een bouwplaats ijs te scheppen en de andere keer boven in een gebouw op de Zuidas of tussen zeshonderd kinderen op een school.''

''Kinderen springen vaak op de kar of rennen mee. De ijscokar heeft nog altijd iets mythisch. In het Sarphatipark maak ik vaak leuke dingen mee. Er zijn altijd veel toeristen, die het wel charmant vinden als ik ze in het Frans of Spaans aanspreek.
Stamppot verkopen op de fiets zie ik niet zo zitten. Ik richt me komende winter op mijn werk in de theaterwereld.''

Yuri Holtkamp (30) van Iscream2u Beeld Ivo van der Bent

'De sociale kant ervan vind ik erg leuk, die lijkt op de thuiszorg'

Yuri Holtkamp (30) van Iscream2u

"Ik was al een tijdje aan het sparen voor een ijskar, totdat een kennis hetzelfde plan bleek te hebben. Hij vroeg me als zzp'er op zijn ijskar. Zo rolde ik in een heel nieuwe wereld. Ik bof natuurlijk enorm met het mooie zomerweer! Ik heb onafgebroken gewerkt. Ik had de blaren op mijn vingers van het scheppen en pijn in mijn knieën van het staan, maar mijn lichaam begint er nu aan te wennen.''

''Onze kar is elektrisch en wordt de hele dag gekoeld. Ik kan de hele dag op een goede plek in de volle zon staan, het ijs blijft lekker.''

''Een beste plek is er niet. Waar het de ene keer heel druk is, is het de andere keer stil. Het voordeel is dat ik vijftig kilometer per dag kan rijden. Vanuit Osdorp, waar ik woon, kan ik een flink eind uit de buurt komen.''

''De concurrentie neemt behoorlijk toe. Gelukkig hebben we zo'n mooie zomer dat veel mensen ijs willen. Ik zorg ervoor dat ik andere ijsverkopers niet in de weg zit en vriendelijk tegen ze ben. Nieuwe mensen zal ik alleen niet zo gauw vertellen wat ze nodig hebben en hoe je voor jezelf begint. Anders komen er nog meer ijsverkopers bij!''

''Mensen zijn soms gewend aan de prijs van slagroomijs en vinden 1,50 euro voor een bolletje te duur. Vaak laat ik ze dan vrijblijvend wat proeven. Dan vinden ze het zo lekker dat ze het geld er toch voor over hebben. Kinderen komen steeds terug. Dat verkopen en de sociale kant van het werk vind ik erg leuk. Ik heb in de thuiszorg gewerkt en daar lijkt dit een beetje op. Je praat met allerlei mensen en maakt ze blij."

Robert Noordberger (52) van Roberto's IJsbike Beeld Ivo van der Bent

'Ik zing maar 30 seconden, ik moet ook nog ijs scheppen'

Robert Noordberger (52) van Roberto's IJsbike

"Toen ik mijn baan bij een bank kwijtraakte en moeilijk weer aan de slag kwam, besloot ik dit jaar zelfstandig ondernemer te worden. Mijn idee was eerst om zelf ambachtelijk ijs te maken en dat op straat te verkopen.''

''Toen ik bij een Italiaanse ijssalon om informatie vroeg, stelde de eigenaar me voor zíjn ijs te verkopen. Hij heeft me veel geleerd. Binnen een maand was alles geregeld en op Koningsdag stond al ik in het Erasmuspark ijs te scheppen.''

''Ik sta bekend als de zingende ijscoman. Op verzoek zing ik serenades en ijsliedjes zoals IJsjes met fijne smaken op de melodie van Meisjes met rode haren. Het zingen duurt maar 30 seconden, want ik moet natuurlijk ook nog ijs scheppen.''

''Het Sloterstrand is een toplocatie. Vaak ben ik in het Westerpark, Rembrandtpark of Erasmuspark. Ik heb ook een paar geheime plekken, maar die hou ik voor mezelf.
Het aantal ijscokarren is sterk toegenomen, kennelijk vanwege het mooie weer. We zorgen ervoor dat we niet te dicht bij elkaar in de buurt staan. Nu is het nog leuk.''

''Douwe Bob kocht met zijn personal trainer een ijsje en ging met me op de foto. Ook leuk was die keer dat ik een man met rastahaar een smurfenijsje verkocht. In zijn ene hand hield hij het ijsje en in de andere een joint.''

''Ik denk erover om een kindermusical te maken over een ijscomannetje, dat naar allerlei landen gaat om ingrediënten voor zijn ijs te halen. Die zou ik in bibliotheken en op feestjes willen opvoeren."

Wat zijn de regels?

Een ijskar beginnen is gemakkelijk, maar om in Amsterdam op straat te mogen verkopen heb je wel een ventvergunning nodig. Venters mogen niet staan in het centrum, op het Museum­plein of in het Vondelpark.

Dit jaar hebben 225 mensen een ventvergunning gekregen. Dat gaat niet altijd om ijs; ze kunnen ook andere producten verkopen.

Op de fietskarren van de IJsfiets wisselen studenten elkaar af. Zij hebben allen een ventvergunning nodig, terwijl ze niet altijd allemaal werken. Het is daarom volgens een woordvoerder van de gemeente onwaarschijnlijk dat deze zomer meer dan tientallen venters tegelijk de weg op zijn om ijs te verkopen - al lijkt dat soms wel zo.

De hotdogkarren en ijskarren in de binnenstad en in het Vondelpark vallen onder de zogeheten Zomerroulatie: vergunningen voor één week, waarbij de vergunninghouder de hele dag gedurende winkeltijd de vergunde locatie mag innemen. Dat is een oud systeem, waarvoor alleen venters zich konden opgeven.

Inmiddels is de mogelijkheid om toe te treden tot de roulatiepool beëindigd.

Er zijn ook enkele staanplaatsen aan één staanplaatshouder toegewezen. Slechts enkelen van hen verkopen ijs, zoals de ijscoman in het Vondelpark of bij mooi weer de ijsverkoper bij de sluis tussen Schinkel en Nieuwe Meer.

Venters mogen 15 minuten op dezelfde plek staan. Op het moment dat er geen klanten meer zijn, moeten zij minimaal 25 meter verder rijden. IJs verkopen mag tot tien uur 's avonds. Op evenementen mogen ijsverkopers alleen staan met toestemming van de organisator.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden