Plus

De opmars van de ondergrondse container begon in De Baarsjes

Ondergrondse vuilcontainers van Nederlandse makelij worden gebruikt tot in Turkije en Canada. Het tekent hun snelle opkomst, die halverwege de jaren negentig in en om Amsterdam begon.

De ondergrondse vuilcontainer raakte vooral in zwang door veranderde arboregels en milieuwetgeving Beeld Hollandse Hoogte

De Willem de Zwijgerlaan in West had de primeur. Daar kwamen halverwege de jaren negentig de eerste ondergrondse afvalcontainers op proef. De eerste van heel Nederland zelfs, als je het Bert Hagens van afvalinzamelaar Afval­service West vraagt.

Bovengrondse 'cocons' voor huisvuil waren er al, enorme bakbeesten. Vandaar de gedachte destijds bij het toenmalige stadsdeel De Baarsjes: waarom niet ondergronds?

Opmars
In 1996 kon de opmars van de ondergrondse vuilcontainer beginnen. De proef was een succes gebleken, De Baarsjes besloot ze uit te breiden naar de rest van het stadsdeel. "Oud-West kwam daar meteen achteraan," herinnert Hagens zich. "Daarna ging het naar stadsdeel Osdorp en de oostkant van de stad."

Of De Baarsjes de primeur had, is ook een beetje een definitiekwestie. Het was de eerste grote ondergrondsecontainerorder voor leverancier Bammens, zoveel is zeker. Voor de fabriek die al sinds 1931 bekendstaat om zijn zware zinken vuilnisemmers, lonkte een nieuwe groeispurt.

Maar afvalverwerker Rutte uit Halfweg kwam halverwege de jaren negentig eveneens met een ondergrondse container. Daarvan verschenen de eerste al in 1993 in de gemeente Haarlemmerliede. Dat waren containers van het zogeheten Metrosysteem, een soort stortkokers met een ondergronds buizennet dat werd geleegd met perslucht.

Geen succes
Ook in Buitenveldert hebben ze gestaan, voor een experiment van Rutte en stadsdeel Zuid. De proef aan de Dikninge werd geen succes. Het leeg drukken van de metrobuizen nam minstens een half uur in beslag en al die tijd stond daar een vrachtwagen in de weg. Niet handig in de grote stad. Daar kwam bij dat de zuigers steeds weer vastliepen op kattengrit.

Maar bij de proef bleek wel meteen dat krap ­behuisde Amsterdammers maar wat blij waren dat ze niet meer op een vaste dag in de week hoefden te wachten tot ze hun vuilnis mochten buitenzetten. 'De Metro' zou eigenlijk pas na verloop van weken geleegd worden, maar door afvaltoerisme uit de omliggende straten werd dat al snel twee keer per week.

Groenafval
Het idee om huisvuil ondergronds weg te werken hing halverwege de jaren negentig als het ware in de lucht. Het was de stadsdelen ook niet te doen om minder zwerfvuil of ruimtegebrek op straat, al kan dat wellicht verklaren waarom Amsterdam andere steden nipt voor was.

Het was echter de nieuwe afvalwetgeving die de doorslag gaf, weet Hagens. Vanaf 1994 moest het mogelijk zijn groenafval (gft) te scheiden. En voor vuilnismannen kwamen er per 1997 nieuwe arboregels, omdat ze rond hun 45ste massaal afhaakten met een versleten rug.

Wellicht is dat de verklaring waarom de opmars toen net over de grens in Duitsland niet doorzette, terwijl ook daar toen al fabrikanten bezig waren met ondergrondse containers. In Nederland volgden de grotere steden nog voor het jaar 2000. "Daarna is het als een olievlek heel Europa doorgegaan."

Zachte ondergrond
De zachte ondergrond speelt ook een rol, zegt Quirijn van Loon, de adjunct-directeur van VConsyst, dat Amsterdam de komende jaren zo'n vierduizend nieuwe ondergrondse vuilcontainers mag leveren. "Het is hier makkelijker graven. En in Nederland is de afvalinzameling in handen van de gemeenten. Als dat niet zo is, wordt het lastig om nieuwe systemen te introduceren."

"Van overal in Europa kwamen steden een kijkje nemen: wat doen die Nederlanders nou? Al sinds 2000 leveren we onze containers in bijvoorbeeld Frankrijk en Scandinavië. Bammens en wij zijn daarin zo'n beetje de grootste in Europa." Het is nog steeds een groeiende markt.

"Wat ooit eens in de Amsterdamse regio is begonnen, verspreidt zich over de hele wereld." Via lokale fabrikanten leveren Bammens en VConsyst hun containers tot in Turkije en Canada.

Openen met smartphones
En dan te bedenken dat VConsyst van oorsprong een ICT-bedrijf is. Het bedrijf uit Genemuiden maakt bijvoorbeeld toegangspoortjes voor zwembaden en pretparken. Het leverde ook een pasjessysteem voor afvalcontainers aan Rutte.

Nadat Rutte eind jaren negentig in de problemen was gekomen door verschillende veroordelingen wegens milieudelicten, kwam van het een het ander en ging VConsyst zich ook specialiseren in 'afvalinzamelsystemen'.

Meer een apparaat
Die ICT-achtergrond van VConsyst wordt een pre. De afvalcontainer van de toekomst wordt meer en meer een apparaat, verwacht VConsyst. Doordat ze zich laten openen door de nfc-chip in smartphones, bijvoorbeeld. Het past ook bij de nieuwe benadering van grondig gescheiden afval dat een tweede leven krijgt als grondstof. Nieuwe ICT kan dat registreren en belonen. "Sturen op gedrag en gemak," zegt Van Loon.

Of denk aan containers die zelf registreren hoe vol ze zijn. "Doordat containers alleen geleegd worden als ze vol zijn, zijn minder materieel en minder ritten door de stad nodig," zegt Bert Hagens. Maar dan nog blijft het menselijk gedrag de grootste valkuil. Want de voornaamste reden dat zich afvalbergen opbouwen naast de container, is de Amsterdammer zelf.

Een doos die niet past uit elkaar halen, is soms te veel gevraagd. En zodra er één stuk vuil op straat staat, volgen er meer. "Niemand die dan nog kijkt of de container ook vol is."

Lees ook: De Pijp met 'vuilgroepje' in actie tegen afval op straat

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden