De oorsprong van de Amsterdam Marathon

Het Parool struint door de schatkamer vande Amsterdamse sport en stuit op wonderlijke verhalen. Deze week over de geestesvader vande Amsterdam Marathon.

Herman Olij: ''Er was nooit wat in Amsterdam.''

'En toen moest het maar eens gebeuren' schrijft Herman Olij op een van de twee A-viertjes, die zijn verhaal over het ontstaan van de marathon van Amsterdam vertellen.

De geplastificeerde velletjes liggen optafel in zijn huis in Almere temidden van allerhande herinneringen aan de beginjaren van de marathon.

Krantenknipsels over het parcours, handgeschreven brieven van deelnemers uit binnen- en buitenland met het verzoek een kopie van de uitslag op te sturen, en een mooi rood-zwart vaan met daarop in gouden letters: 1e Internationale Marathon Amsterdam, 1975.

Het was eigenlijk de tweede marathon ooit in de stad gelopen. De voor Frankrijk uitkomende Algerijn Mohamed Boughéra El Ouafi won de eerste, de Olympische marathon van 1928. ''Ik was bezeten van die wedstrijd,'' zegt Olij (77) nog altijd met ogen vol vuur. Een herhaling over exact hetzelfde parcours was zijn droom. Zijn atletiekclub AV '23 kende vele lange-afstandlopers die voor wedstrijden altijd op de provincie waren aangewezen. ''Er was nooit wat in Amsterdam,'' zegt Olij.

''Hooguit de Ronde van Betondorp, maar dat was slechts 25 kilometer.'' De lopers waren enthousiast over Olij's idee en gaven hem tips. ''Bijvoorbeeld hoe ze liepen of over de ondergrond. Later reisde ik ze achterna bij wedstrijden buiten de stad.''Olij sprak met organisatoren en maakte overal aantekeningen.

Hij kocht een meetwiel om te kijken of het originele parcours langs de Amstel en door de Bovenkerkse polder überhaupt wel gelopen kon worden. De wegen lagen er nog.

En toen moest het, in 1975, maar eens gebeuren. Amsterdam bestond 700 jaar, dus de gemeente was wel te porren voor een groot evenement.

Bij AV'23 ontmoette hij Jan Wijnbergen. ''Hij gaf me de moed om door te zetten.'' Wijnbergenstak ook geld in de organisatie. Campari werd de eerstehoofdsponsor en AV '23-voorzitter Ger van der Nesse kreeg Otto Roffel zo ver het Olympisch Stadion gratis ter beschikking te stellen.

Een marathon kon van start gaan op 3 mei 1975. Olij maakte zich echter over één ding zorgen. De 42 kilometer en 195 meter. Maandenlang was hij in de weer om het parcours uit te meten. ''Vooral 's avonds, dan was het rustig op de wegen.'' Het moet een wonderlijk gezicht zijn geweest: een man met een strooien hoed en een meetwiel in het maanlicht op de Nesserlaan.

De angst voor een fout zat diep. Een experiment om het proces te versnellen door liggende vanuit een bestelbusje te meten, vertrouwde hij niet. ''Dat hobbelde teveel en dan miste je toch elke keer een paar centimeter.'' Bij een fietsenmaker informeerde hij in hoeverre de slijtage van de band rond het meetwiel effect had op de meting.

Tot op de wedstrijddag is Olij blijven twijfelen. Helemaal toen de eerste tussentijden doorkwamen. Het ging snel. ''Ik dacht dat ik een meetfout had gemaakt.'' De Deen Jurgen Jensen finishte in 2.16.51 als eerste.

De landmeetkundige dienst van de gemeente stelde vast dat op het parcoursniets was aan te merken.

Met horten en stoten kwam de Internationale Marathon van Amsterdam in de daarop volgende jaren op de atletiekkalender. Gerard Nijboer liep in 1980 een fabuleuze 2.09.01, op dat moment de derde tijd ooit.

Olij zat weer in de rats. De organisatie had op advies van een aantal lopers het parcours sneller gemaakt, onder meer door af te zien van een echt keerpunt.

Olij: ''Ik ben de volgende dag direct gaan meten.'' De afstand klopte. ''Je wilt tochs ecuur zijn.'' (STEVEN VANDER GAAG)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden