Column

De oorlog van tante Selma

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column.

Theodor HolmanBeeld Wolff

Tante Selma - ik weet verdorie haar achternaam niet meer - was een vriendin van mijn moeder en kwam een paar keer per jaar bij ons theedrinken.

Moeder en zij kenden elkaar van voor de oorlog. Wat ze bespraken heb ik nooit geweten. Ik was elf en meer geïnteresseerd in voetbal dan in oude dames.

Tante Selma 'was een beetje bang' - ik weet niet waarom of waarvoor. En mijn moeder vroeg een keer aan mij of ik tante Selma naar lijn 16 wilde brengen in de De Lairessestraat, want moeder zelf moest ook weg.

Dat deed ik. Ik liep naast tante Selma en ze vroeg me wat ik op school had gedaan. Dat vertelde ik.

Opeens, in de Jacob Obrecht­straat, hield tante halt. "Hier heb ik ondergedoken gezeten," zei ze. Ik wist wat dat was. Ik heb nog goed onderwijs genoten. Tante Selma was even stil en zei: "Zo'n deur is niks veranderd..."

Ze deed een paar stappen naar achteren, keek naar boven en zei: "Dus op die bovenste verdieping zaten we..."

Ik wist niet wie ze bedoelde met 'we.' Althans, ik vroeg er niet naar. Ik wilde snel voetballen in het Vondelpark. Vreemd, ik keek eigenlijk nooit naar boven in de Jacob Obrechtstraat, terwijl ik er elke dag doorheen liep en mijn oma er woonde. Ik zag kleine witte raampjes.

"Kom, laten we doorlopen," zei tante Selma. En toen vertelde ze: "Ik zag daarnet dat de familie V. daar goddank niet meer woont. Die vroegen geld aan mijn vader voor het onderduiken." Ik hoorde aan haar toon dat het niet deugde.

"En na de oorlog, in de Bijenkorf, kom ik mevrouw V. tegen," ging tante Selma verder. "Ze ziet me en groet me heel hartelijk. 'We hebben jullie toch maar mooi geholpen toch?' zei ze. En ik dacht alleen maar: je man dreigde ons het huis uit te zetten als we niet op de tijd betaalden voor onze onderduik. Mijn vader heeft alles moeten verkopen."

Tante Selma zweeg, en ik ook. We kwamen bij de tramhalte aan en ik zei dat ik in de verte al de tram zag. Ze knikte. Toen zei ze: "Later hoorde ik dat hun zoon die in Hilversum woonde, NSB'er was... Dat ze ons lieten onderduiken... Ze zullen het geld hard nodig hebben gehad, denk je niet?"

t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden