Column

De onenightstands tussen de lakens van het alfabet

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Ik word altijd een beetje verdrietig van De Woord van het Jaarverkiezing van Van Dale. De nominaties zijn elk jaar weer uit de actualiteit en dus niet uit het leven ­gegrepen. Fipronilei, lokterrorist, cryptokoorts.

Het zijn woorden die Mark Rutte legt tijdens een potje scrabble met zijn denkbeeldige vrienden. Het zijn geen woorden die het volk gebruikt. Het zijn woorden voor mensen die de taal gebruiken, maar niet spreken. Het zijn trends, geen blijvertjes. Het zijn onenightstands tussen de lakens van het alfabet.

Een ander genomineerd woord is spijtseks. Spijtseks is seks waar men achteraf spijt van heeft. Als je puur naar het uiterlijk van het woord kijkt, mag het woord er wezen, maar het vervelende aan het woord spijtseks is dat het doet vermoeden dat er zoiets als spijtloze seks bestaat. Een soort seks waarna de euforie langer in de lucht blijft hangen dan de mosterdboer die euforie in feite is.

Na de euforie komt de realiteit. De schaamte. Tijdens de seks ben je een halfgod of halfgodin, maar na de seks, als de goddelijke smog weer is opgetrokken, laat de harde realiteit haar badjas meedogenloos op de grond vallen. En daar sta je dan. Kijk nou eens naar ­jezelf. Je bent je onderlichaam met een washandje aan het fatsoeneren.

Het desbetreffende washandje voelt aan alsof het nog nooit wasverzachter heeft ontmoet. Het zuur in je kuiten bijt gaten in je vreugde. En er zit een gek laagje om je vingers heen, alsof je een uur geleden spareribs hebt gegeten. Na het hoogtepunt komt de afdaling. Dat is heel normaal. Een postcoïtale depressie hoort bij het leven. Maar dat klinkt niet mooi, laten we het vanaf nu melancheilie noemen.

2017 was ook weer het jaar van de lone wolf. De eenzame wolf. De wolf is mijn favoriete diersoort, dus ook met lone wolf heb ik niets tot weinig. Wolven zijn prachtige dieren. Trots en eerlijk, met een vacht waar voetbalvrouwen alleen maar van kunnen dromen.

Veel andere diersoorten lachen naar de zon, maar wolven huilen naar de maan. Wolven begrijpen het leven. Ik kan er dus met mijn pet niet bij, dat we een krankzinnige zonderling steevast wolf blijven noemen. Die mensen zijn geen wolven, het zijn langpootmuggen en mestkevers. Mestkevers die hun shit het liefst over de hele wereld uitsmeren.

Op het platteland van Groningen hoorde ik dit jaar een prachtig nieuw woord uit de mond van een oude man, die tegen de wind aan het schuilen was in een ­betonnen buis naast een sloot. Ik liep op hem af en toen zei de oude man claustrofobries.

Daarna legde hij uit dat dat een bepaalde windsoort was die niet in kleine ruimtes durft te waaien. En in een snackbar op het Leidseplein hoorde ik twee studenten over faallatio praten. Ze hadden het over orale seks die mis was ­gegaan.

Maar het mooiste woord dat ik in 2017 heb gehoord, hoorde ik in een trein die in de buurt van Tiel reed. Een jongen en een meisje zaten naast elkaar. Het meisje las een boek. De nieuwste van Wieringa.

Soms duwde ze het boek in het gezicht van de jongen, zo van dit moet je lezen, maar de jongen had er geen zin in. Het meisje stond op, keek naar alle andere mensen die in de treincoupé zaten en zag dat zij de enige was die aan het lezen was. En toen zei ze het. "Mijn god, is dit de analfa­betuwelijn of zo?"

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden