Column

De ode van Jesse Klaver was een kletspraatje

Theodor Holman Beeld Wolff

Opeens droeg Jesse Klaver van GroenLinks een 'ode' voor aan... Ja, aan wie eigenlijk? Aan iedereen geloof ik. "Aan de zorgverleners, de onderwijzers, de postbezorgers.... Jullie staan er niet alleen voor!" Lief natuurlijk.

Maar toen ik het hoorde krabden mijn tenen zich van plaatsvervangende schaamte onder het vloerkleed, en hield ik mijn handen, in een ingewikkelde greep voor mijn ogen en oren.

De politieke kleur van Jesse staat mij niet, maar daar gaat het mij niet om. Wat mij trof was dat alles, maar dan ook alles aan die 'ode' kitscherig, oppervlakkig en armoedig was.

Een ode is gedicht, een loflied. Nu is alles tegenwoordig een gedicht, maar bij Jesse was het een speech, een praatje. Een kletspraatje. Als het al poëzie was, was net nep-poëzie. "Dit is een ode aan de thuismedewerker die na een lange dag hard werken toch nog langsgaat bij die oudere mevrouw die zich niet zo lekker voelde..."

Een lelijke zin, geeft niet, het is toch geen poëzie, maar dan denk je: kom dan maar op met die ode voor die thuismedewerker. Maar het is alleen deze zin. Niets meer. Een nep-ode dus. Net of ik zeg: "Dit is een gedicht voor Koos die af en toe nog steeds op mijn schoenen pist..." Je verwacht dan, dan ik met dat gedicht kom, en niet bij die ene zin laat.

Alleen zeggen, zoals Jesse deed, dat het een 'ode' is, is schrijnend oppervlakkig.

Daardoor inhoudsloos. Het leek - door die vervelende herhalingen die op niets uitliepen ('Dit is een ode voor...') wel op een buitengewoon slechte, goedkope, profane imitatie van 'I have a dream' dat trouwens wel poëzie is. Daar kwam nog bij dat Jesse Klaver geen Obama, geen Pierre Bokma, geen Philip Seymour Hoffman, geen dominee King en eigenlijk, en dat vond ik het ergste, ook geen Jesse Klaver is.

Jesse Klaver gedraagt zich als het spiegelbeeld van iemand die hij zelf niet is. Een acteur die iets nadoet wat ongrijpbaar voor hem is. Een schijnvertoning.

Zo is die ode die geen ode was ook: loze woorden die van een spreadsheet komen, verkopen als diepzinnige lyriek. Alsof hij aandoeningen had gestolen en huilde omdat hij de plastic tranen niet onder zijn ogen kreeg geplakt.

Het was kitsch. Namaak. Nep.

Ik vrees daarom dat de inhoud van zijn politieke boodschap een ode is aan een papier waarop niets staat.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.