Column

De Nobelprijs voor Bob Dylan? We werden voor gek verklaard

Theodor Holman Beeld Wolff

Het is het jaar 2000. Huib Schreurs belt mij op. "Zullen we een avond organiseren met als onderwerp dat Bob Dylan de Nobelprijs moet krijgen?" We hadden daar weleens over gesproken.

Dus natuurlijk zei ik ja. Ik zou presenteren. Bijzonderheid: Gerard ­Reve zou meedoen. Weliswaar aan de telefoon, maar hij had toegezegd de kandidatuur voor Dylan te steunen.

Het werd een geweldige avond in de Melkweg. We waren mondiaal de eersten die dit idee opperden. Reve kwam inderdaad aan de telefoon, maar hij was of dronken, of slecht gehumeurd, of beide, want hij kon er niet tegen dat hij mij - de presentator - niet goed kon horen.

"Met wie spreek ik ..."

"Met Theodor Holman. ­Gerard, ik wilde ..."

"Ik hoor niks ... Godverdomme!"

Hij gooide de hoorn op de haak, en dat gebeurde nog twee keer. Toen gaven we het op.

We werden destijds voor gek verklaard dat we Dylan voordroegen voor de Nobelprijs. Ik heb er nadien nog menig radio­programma aan gewijd en Dylan in debatten vaak verdedigd en hem ook gespeeld. Deze week nog!

Voor die programma's ging ik nog een keer naar kamer 212 in het Chelsea Hotel, in de 23ste Straat van Manhattan, New York. Daar schreef Bob Dylan de meeste teksten en de muziek van Blonde On Blonde, mijn favoriete Dylanalbum.

Die kamer was eenvoudig, al was hij ruimer dan je dacht. Het bureautje stond naast het raam. Wat tegenviel was dat er niets, maar dan ook niets was dat aan Bob Dylan deed denken. Maar misschien was dat ook wel goed.

Ik bezocht in die week ook nog café Wah Wah, waar Dylan was begonnen, en sprak met mensen die hem kenden. Zij waren voor mij halve heiligen. One handshake away van ­Dylan!

Dylan behoorde tot de lieden die mijn jeugd dragelijk maakten en mij hebben veranderd van een bleue jongen in een ...tja, wat eigenlijk?

Iemand met meer zelfvertrouwen, want ik wilde hem zijn en deed hem na. Door zijn songboeken leerde ik gitaarspelen, door zijn teksten begreep ik de mensen en de poëzie beter. Ik nam ­afscheid van hem toen hij te christelijk werd, maar ik omarmde hem later weer.

En nu heeft hij de Nobelprijs!

Honderden regels zinderen door mijn hoofd. Van welke dichter kun je dat zeggen?

Bob Dylan, een van de grootste dichters van deze tijd!

Reageren? t.holman@parool.nl

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden