Dé Nederlandse portretschilder van na de oorlog

Paul Citroen in 1981. Foto ANP

Het Zwolse museum De Fundatie heeft een tentoonstelling over Paul Citroen, medeoprichter van De Nieuwe Kunstschool in Amsterdam. De provincie Overijssel bezit een grote collectie van de portretschilder.

Bij het grote publiek werd Paul Citroen (1896-1983) bekend als vaste portrettekenaar in de onemanshow van Willem Duys. We schrijven jaren zeventig. Tot verontwaardiging van sommige collega's schilderde hij beroemdheden als Hildegard Knef en Albert Mol in de uitzending. Zelf zag Citroen er de lol van in.

In Haagse Post zei hij destijds: ''Het komische is dat je bij mensen in de huiskamer zit... Waarom is roem leuk? Omdat het een gevolg is van het werk.''
Met abstracte kunst had Citroen weinig. Schilderen vond hij al abstract genoeg. En aan het modernisme had hij niets toe te voegen, concludeerde hij al jong in Berlijn waar hij werkte met fotomontage en Bauhauskunstenaars. ''Ik ben portrettist, ik moet het van de mensen hebben,'' schreef hij in Notities van een schilder.

Het Zwolse Museum De Fundatie pakt uit met zijn manshoge schilderijen en indringende gezichten op groot formaat. ''Citroen is dé Nederlandse portretschilder van na de oorlog,'' stelt conservator Feico Hoekstra onomwonden. Naast schilderijen en tekeningen hangen er ook vijftig foto's, want Citroen was een pionier op dit vlak. Hij was één van de eersten die fotografie als kunstvorm introduceerde, al was het voor hem niet meer dan een bijverdienste. In 1936 stopte hij er al mee. Citroen schilderde opvallend veel beroemde mensen.

Hierover zei de kunstenaar: ''Omdat ik altijd met reuzen leef, de groten van mijn vak, voel ik mezelf klein.''
Dat de portretkunst wordt ondergewaardeerd als genre, kan conservator Hoekstra bevestigen. ''In de jaren vijftig en zestig was het zelfs not done. Portretten maken was geen kunst, maar puur ambachtelijk werk en door de fotografie volstrekt overbodig.

Citroen maakte diverse zelfportretten. Hij beschreef dit proces als 'het geheime leven dat iedereen in zich heeft. Het geheime leven waarover je wilt vertellen. Zelfportret. Exhibitionisme. Prostitutie. (...) Als ik vroeger in vertwijfeling was, keek ik in de spiegel, tekende mijzelf; dat hielp'.

De overweldigende tentoonstelling in Museum De Fundatie bevat ook een kabinet vol schrijversportretten zoals van Günter Grass, Thomas Mann en Harry Mulisch. Een voor Overijssel belangrijk schrijversportret ontbreekt: de Sallandse streekboekenschrijver Aar van de Werfhorst, synoniem voor Pieter Jansen (1907-1994) en een vriend van Citroen. Hij was een sleutelfiguur, maar toch is het niet Van de Werfhorst waaraan Overijssel haar miljoenencollectie met werken van Citroen aan te danken heeft.

Zwollenaar Adri Maaskant (1920-2006) deed het echte werk. In zijn functie als Statenlid voor de provincie Overijssel bracht hij Citroen eigenhandig naar Zwolle. Sinds zijn zeventiende was Maaskant kind aan huis bij Van de Werfhorst en diens partner, de PvdA-politicus Hein Vos uit Bathmen.

De provincie werd dankzij hem 'voor een koopje' eigenaar van de collectie Citroen; ruim tweeduizend werken voor grofweg zesenhalve ton.

Na de dood van de kunstenaar bleef de familie Maaskant intensief bevriend met Christi Frisch, Citroens tweede vrouw. Zij wilde bovenal dat het werk van haar man bij elkaar zou blijven. In 1995 kreeg Overijssel daarom het restant van de Erven Citroen. (Marion Groenewoud)

Paul Citroen, tussen modernisme en portret. Museum De Fundatie Zwolle, t/m 11/1/2009.

www.museumhsf.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden