Graphic

De mysterieuze aal gaat van Amsterdam-Noord naar de Cariben

De alen bij Gemaal Kadoelen in Noord worden nauwgezet in de gaten gehouden met camera's. Het doel: hun mysterieuze trek naar de Cariben doorgronden.

Beeld Jorris Verboon

Een krabbetje trekt voorbij, een aal laat zich zien, een vis kijkt glazig in de camera. In de sloten achter de Landsmeerderdijk is een vispassage aangelegd. Zo kunnen alen en andere dieren veilig langs de schroeven van het gemaal zwemmen.

Sinds kort leggen camera's de langszwemmende alen vast. In de machinekamer van het gemaal verschijnen de beelden op een scherm. 'Zo leren we meer over het gedrag van de aal, op welke tijden hij het meest actief is', zegt Rik Been­tjes van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, die het water in de provincie beheert. 'Dan weten we precies hoe laat we de passage open moeten zetten.'

Sargassozee
De vispassage met camerabewaking moet de jaarlijkse trek van de alen doorgronden vanuit Amsterdam naar de Cariben en vice versa. 'Alen worden geboren in de Sargassozee', zegt ecoloog Hans Roodzand. 'Als ze een jaar of twee zijn, steken ze de Atlantische Oceaan over, op zoek naar voedsel. Uiteindelijk komen ze voor de kust van Europa, en ook in de Nederlandse polder terecht. Dan gaan ze zich lekker tien jaar lang zitten volvreten.'

In de herfst zwemmen volwassen alen terug naar hun geboortegronden in het Caribisch gebied. Roodzand: 'Dan krijgen ze het op hun heupen hè, dan willen ze paren. Dat noem ik de huwelijksreis.'

Nog lang niet alle vragen over deze trektocht zijn beantwoord; hoe oud zijn de reizende alen precies, hoe groot zijn ze dan en wanneer gaan de mannetjes en wanneer de vrouwtjes? De camera's moeten een begin van een antwoord bieden. Het gemaal draait in de herfst twee of drie dagen per week. 'Negentig procent van de waterdieren komt er ongeschonden doorheen', zegt Beentjes. 'Maar het gemaal maakt een hoop herrie, sommige vissen worden daardoor afgeschrikt. De passage vergemakkelijkt hun tocht.'

Gemaal
Hij wijst naar het water. 'Het gemaal trekt als het ware aan de polder. Als we hem aanzetten, kun je dat tot in Monnickendam merken. Het water komt in beweging, de alen reageren daarop. Ze hoeven alleen maar los te komen van de bodem, dan worden ze zo met de stroom meegevoerd.'

Beentjes trekt een luik open dat toegang geeft tot de passage. In het modderige water is nog net de schim van een camera te zien. 'De passage is eigenlijk niets meer dan een grote buis, met aan beide kanten een schuif. Zit de buis vol met alen, dan laten we ze er aan de andere kant weer uit. Net zoals in een scheepvaartsluis. Kijk, daar zit een krabbetje op de rand.'

De aal is in Nederland een bedreigde diersoort, door overbevissing zijn er nog maar weinig over. Beroepsvissers zetten de afgelopen jaren duizenden jonge alen uit in de Hollandse en Friese polders om de visstand op peil te houden. Roodzand: 'Sinds een paar jaar is er tijdens de paaitijd een visverbod. Dan zitten die vissers natuurlijk te tandenknarsen, die zien hun investeringen zo wegzwemmen naar zee.'

En wat is nu het verschil tussen aal en paling? Het is een en dezelfde vis, zegt Roodzand. 'Hoe hij genoemd wordt, is streekgebonden. Maar paling klinkt wel smakelijker hè?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden