Recensie

De 'modfather' van de britpop staat overtuigend te stampvoeten in Paradiso (****)

Stond Paul Weller twee jaar geleden nog in een half gevulde Heineken Music Hall met nieuw werk, in een uitverkocht Paradiso trakteerde hij het publiek zaterdag op een bloemlezing uit bijna vier decennia oeuvre.

Paul WellerBeeld web-upload

Het was het weekend van de Rolling Stones, als we de lyrische recensies mogen geloven. Maar terwijl de zeventigplussers zaterdagavond het Pinkpop publiek omver bliezen, ontving Paradiso Paul Weller.

Iets minder legendarisch, maar toch zeker een groot Brits muziekicoon, die net als The Stones generaties bandjes en gitaristen na hem inspireerde tot imitatie.

De 'motfather'
De 'modfather,' zoals Weller wel wordt genoemd, stond 24 jaar geleden zelf op het podium in Landgraaf. Met zijn band The Jam vuurde hij meedogenloze punkliedjes af op het publiek, zijn protestwoorden uitspuwend.

The Jam werd in '76 opgericht door de toen achttienjarige Weller en scoorde hits met 'Going underground' en 'A town called malice'. In 1983 gooide hij het roer om met een nieuwe band: The style council. Het rebelse punktintje maakte plaats voor jazz en soulinvloeden.

Een kameleon
Weer later, in de jaren negentig, stond Weller als solo­artiest in de voorhoede van de britpop. Een kameleon dus, die zichzelf weet te vernieuwen met behoud van eigen stijl. Paul Wellers laatste plaat, 'Sonik Kicks' uit 2012, is een exercitie in rock en elektronica. Speelde hij twee jaar geleden in een half gevulde Heineken Music Hall voornamelijk nieuw werk, vanavond wordt een uitverkocht Paradiso getrakteerd op een bloemlezing uit bijna vier decennia oeuvre.

Als Weller en zijn vijfkoppige band stipt om half negen het podium betreden, zetten ze 'Sunflower' in. Een nummer uit '93 dat Weller steeds soulvoller lijkt te gaan spelen, met een prettig gruizige, doorrookte stem bovenop de warme gitaarharmonieën van Weller en Steve Cradock. Het geheel wordt voortgestuwd door de jachtige drumstijl van Steve Pilgrim.

Revolutie ontketenen
Paul Weller is in goede vorm. Alweer 56 jaar oud, maar hij speelt nog steeds met dezelfde 'angry young man'-gedrevenheid. Geen moment lijkt zijn aandacht in de twee uur durende show te verslappen. Als hij tijdens het derde nummer 'We're gonna wake up the nation!' scandeert, dan denk je dat hij echt een revolutie kan ontketenen, zo overtuigend staat hij te briesen. Stampvoetend en met zijn borst vooruitgestoken is het net een parmantig haantje.

Een rustiger intermezzo volgt, met dissonante jazz­akkoorden in 'Fast car/slow traffic', en het soulvolle folknummer 'Sea spray', waarin de twaalfsnarige gitaar van Cradock als een subtiel tingelende windtriangel klinkt. Indrukwekkend is de vertolking van 'Porcelain gods', waarbij Weller en Cradock met hun klankkasten schudden en donkere, dreigende echo's veroorzaken. Tijdens de drumsolo verdwijnt Weller even om een peukie op te steken, een gewoonte die hij nog een aantal keer herhaalt. Dat hij vervolgens te laat inzet met gitaar, is hem gauw vergeven.

Vier toegiften
Weller heeft het naar zijn zin op het podium, hij is er namelijk niet vanaf te slaan. Liefst vier keer komt hij terug voor een toegift en elke keer is de zaal uitzinniger. Tijdens 'Wild blue yonder', een nummer met galmende jarenzestiggitaren, staan een vader en tienerzoon als twee Masaikrijgers op en neer te hoppen. Voor hen een verliefd, middelbaar stel dat wild tegen elkaar aanschuurt.

En natuurlijk wordt er dan afgesloten met 'A town called malice', de grote Jam-hit uit '82. Weller geeft een dynamisch college rockgeschiedenis en bewijst dat zijn muziek nog even relevant is als 38 jaar geleden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden