Plus

De methode van 'straatvechter' Saïd en oud-rabbijn Lody

Saïd Bensellam (46) en Lody van de Kamp (70) sloegen de handen ineen na een antisemitisch incident in West. Ze gingen in gesprek met buurtjongeren. Hun 'Saïd en Lody-methode' moet landelijk navolging krijgen en is nu vastgelegd in een handboek.

Saïd Bensellam (links) en Lody van de Kamp (met bril) op straat in Amsterdam-West Beeld Marc Driessen

Saïd en Lody. De grote Marokkaan uit West en de kleine Jood uit Buitenveldert, zoals ze zichzelf noemen, zijn zo onderhand een merknaam geworden. Die Marokkaan is sociaal ondernemer Saïd Bensellam, voormalig kickbokser en portier uit Bos en Lommer. Een 'straatvechter'. Zijn Joodse collega is oud-rabbijn Lody van de Kamp, die tot acht jaar geleden waarschijnlijk een blokje omliep voor ­iemand met het postuur van Bensellam.

Nu lopen ze gebroederlijk naast elkaar door de Wiltzanghlaan in West, waar iedereen hen lijkt te kennen. ­Oudere buurtbewoners worden begroet met een 'salaam alaikum' en jongeren met een boks.

"We hebben juist geen systeem," zegt Van de Kamp als hem wordt gevraagd naar het succes van de methode Saïd en Lody. "We werken niet elke dag van negen tot vijf, want de problemen beginnen vaak na vijven." Bensellam: "We werken niet vanuit dossierkennis of protocollen, maar met oprechte interesse."

Hij wijst naar een groep jongens die op de hoek bij het WOW Hostel hangt. Capuchons op het hoofd, stationair draaiende scooters tussen de benen. "Sommigen van hen werken, sommigen niet en anderen zitten in de Top600. Als je ze hier tegenkomt, kun je met ze in gesprek en horen waar ze behoefte aan hebben."

Kamervragen
De vriendschap tussen Bensellam en Van de Kamp begon in 2010 wat ongebruikelijk: met een Hitlergroet. Van de Kamp werkte destijds als directeur op de orthodox-joodse school Cheider en hoorde dat zijn leerlingen werden ­gepest als ze over straat liepen.

Daarop besloot hij, geschaduwd door een verborgen camera van de Joodse Omroep, met een keppeltje op het achterhoofd door de stad te ­lopen. De beelden van de Hitlergroet die een Amsterdams-Marokkaanse jongen op het Gulden Winckelplantsoen naar hem maakte, leidden tot Kamervragen.

'Fokt op' vond Bensellam die actie. Sinds de moord op Theo van Gogh de aandacht op de Amsterdams-Marokkaanse gemeenschap vestigde, zet hij zich in als jongerenwerker in wijken als Bos en Lommer, waar hij tijdens zijn jeugd knikkerde en knokte. Zijn 'no-nonsense' aanpak ontleende hij aan zijn ervaring als portier van nachtclubs: "Praten wanneer het moet, handelen als het kan."

Saïd Bensellam (links) en Lody van de Kamp Beeld Marc Driessen

Als er in de buurt een homo werd gepest, belde Bensellam bij het slachtoffer aan om te vragen welke jongens het waren geweest. Die liet hij vervolgens excuses aanbieden. De 16-jarige die de Hitlergroet maakte, kende hij uit de buurt. Een jongen die zijn leven juist op orde had. Wat een sukkel, die ga ik echt de oren wassen als ik hem tegenkom, was zijn eerste gedachte toen hij de beelden zag. Zijn tweede: ik ga die meneer Van de Kamp eens even opbellen.

Hitlergroet
"Hij klonk geïrriteerd," herinnert de oud-rabbijn. "Hij wilde zijn gemeenschap niet in een kwaad daglicht laten stellen door iets wat één jongen had gedaan." Wat Van de Kamp raakte in het gesprek was dat Bensellam vroeg hoe ze het 'samen' gingen oplossen. Zelf had hij niet verder ­gedacht dan het registreren van het probleem.

De twee ontmoetten elkaar de volgende dag nog in West. Bensellam stelde Van de Kamp voor aan zijn gemeenschap en uiteindelijk ook aan de jongen die de Hitlergroet had gemaakt; Van de Kamp had aangifte tegen hem ­gedaan. De jongen nam volledige verantwoordelijkheid en vroeg aan het einde van het gesprek of hij wellicht eens met Van de Kamp mee mocht naar het Anne Frank Huis.

De aangifte werd ingetrokken en een nieuwe methode werd geboren: die van Saïd en Lody. Ze gingen samen in gesprek met jongeren uit de buurt, dat ging al snel over meer dan het vermeende conflict tussen joden en moslims.

Van de Kamp: "We wilden kijken hoe we al die jongens die ik inmiddels had leren kennen, konden helpen." Ze bespraken ook wat die jongeren zelf moesten doen en laten om verder te komen in het leven. "Een cadeautje komt niet gratis," vindt Bensellam.

Interessant gesprek
Op verzoek van de gemeente gingen Bensellam en Van de Kamp ook langs op scholen waar de inspectie geen raad meer wist. Zoals een school in Noord waar tijdens de techniekles de schroevendraaiers door de klas vlogen. "Het was vlak na Charlie Hebdo, de wereld stond op z'n kop en in de klas zaten veel islamitische leerlingen."

"We vroegen de docent of er hij erover had gepraat, maar hij wilde geen rottigheid," herinnert Van de Kamp zich. De volgende dag keerde het duo terug met drie discussievragen. Vind je dat je je als moslim moet distantiëren? Wat vind je ervan dat moslims dit in de naam van de islam doen? En hoe gaan we als klas verder na Charlie Hebdo? Van de Kamp: "Daar ontstond een interessant gesprek."

Een ander voorbeeld is Rachid (niet zijn echte naam), een jongen met een licht verstandelijke beperking die met veel moeite zijn rijbewijs en beveiligingspas had gehaald. Door te chaufferen voor de verkeerde vrienden raakte hij betrokken bij een ruzie waar hij eigenlijk niets mee te ­maken had.

Gloeiende plaat
Bensellam en Van de Kamp wisten een veroordeling te voorkomen door met justitie en de wijkagenten te praten. Van de Kamp laat op zijn telefoon een foto zien van hemzelf met een breedgeschouderde jongen. "Ik was vorige week in het Rijksmuseum en daar kwam ik Rachid ­tegen: als beveiliger," zegt hij trots.

Bensellam en Van de Kamp: 'Wat wij doen, kunnen jullie ook' Beeld Marc Driessen

Natuurlijk zijn er ook nog steeds problemen. Zoals de drugs die via de havens van Rotterdam en Antwerpen in de Amsterdamse buitenwijken terechtkomen. Jongeren worden gecharterd als koerier en denken zo snel geld te kunnen verdienen. "De jongens van nu zijn anders dan toen," meent Bensellam. "Vroeger werd er niet geschoten met kalasjnikovs of een handgranaat voor je deur gelegd als je een beetje te bijdehand was."

Of het hen weleens frustreert? Van de Kamp: "Tuurlijk wel, het zijn allemaal druppels op een gloeiende plaat, maar als je er maar één jongen uit kan trekken, dan kan die weer verder met zijn leven. We kunnen niet de hele wereld redden, als je dat ambieert ga je juist niets doen."

Nieuwe duo's opleiden
Dat de methode van Bensellam en Van de Kamp werkt, zag ook het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dat wilde dat meer jongeren ervan konden profiteren. Van de Kamp: "We zaten met minister Lodewijk ­Asscher om ­tafel en riepen de hele tijd: we zijn niet zo bijzonder. Wat wij doen, kunnen jullie ook."

Daarop werd het tweetal een jaar lang gevolgd door kennisinstituut Movisie. Het l­eidde tot een handboek met de toepasselijke titel Wat wij doen, kan jij ook, dat deze week verscheen. Bensellam en Van de Kamp zullen met dit handboek in het hele land nieuwe duo's opleiden volgens hun methode. Tweetallen kunnen zich hiervoor aanmelden, maar Bensellam en Van de Kamp gaan zelf ook op zoek. Bijvoorbeeld in opdracht van gemeentes en scholen die kampen met maatschappelijke onrust.

De nieuwe Saïd en Lody hoeven zeker niet een 'kleine Jood' en een 'grote Marokkaan' te zijn. Maar ze moeten elkaar wel aanvullen, zoals Bensellam en Van de Kamp. "Ik ben sterk op straat," zegt Bensellam, "maar soms word ik meegesleurd en ben ik teleurgesteld, boos of fokt op." Van de Kamp: "Dan zeg ik: rustig aan, even een bakkie drinken." Bensellam knikt ­instemmend: "Lody heeft geduld. En hij kan goede grappen maken."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden