Femke van der LaanBeeld Agata Nowicka

De man en de vrouw weten het allebei beter

PlusFemke van der Laan

We lopen op de dijk. Terug. We zijn niet ver gekomen. Het plan was om te wandelen, maar weer, maar niemand leek echt zin te hebben. Het werd al snel slenteren. Af en toe klonk er een zucht.

“We kunnen ook gaan liggen.” De oudste had naar beneden gewezen, de polder in. Toen kwamen we helemaal tot stilstand.

Even later lagen we schuin tegen de dijk. In het gras. Het was zo lang dat we er bijna in verdwenen. Als ik naar rechts keek, naar de jongste, zag ik meer sprieten dan gezicht. Hij had zijn ogen dicht. Dit was beter.

We waren stil geweest. Zo stil dat we het ruisen van het gras hoorden. Elkaars zuchten. Een motor in de verte.

En later de ruzie.

“Ze hebben ruzie.”

Het kwam van de boerderij iets verderop. Bij de eerste harde woorden tilden we allemaal ons hoofd een beetje op. Op het erf stonden een man en een vrouw bij een auto met een aanhangwagen. Ze hielden iets groots vast, iets ronds. Het was ingepakt in zwart landbouwplastic. Naast de aanhangwagen lag nog zo’n pakket. Voor op de aanhanger. De man en de vrouw wisten het allebei beter. Ze waren allebei beter. Dan de ander.

We luisterden naar de ruzie die ouder was dan deze plastic last. Ouder dan de afgelopen weken. We keken hoe met harde stemmen de zwarte lading op de aanhangwagen werd gehesen. Af en toe werd het stil. Tot iemand het weer beter wist. Beter was. Tussendoor hoorde ik nog steeds onze zuchten.

“Zullen we maar gaan?”

We waren opgestaan.

“Door of terug?”

We gingen terug.

Nu lopen we weer naar waar we vandaan kwamen.

De ruzie is de andere kant op gewaaid.

Achter me hoor ik een auto. Ik kijk om. Het is de auto met de aanhangwagen. We gaan in de berm staan. Op een rijtje. Als de auto dichtbij is, zie ik dat de man achter het stuur zit. Hij rijdt langzaam, remt af, stopt naast ons. Zijn raampje gaat open, tot de helft, tot net onder zijn mond.

“Dit komt nooit meer goed.”

Hij kijkt ernstig. Niet eens boos.

Ik kijk even achter me. Naar waar we lagen. Toen we waren opgestaan, hadden er vier afdrukken tegen de dijk gelegen. Vanaf hier zijn ze niet meer te zien.

Ik kijk weer naar de man. Ik wil vragen wat hij met ‘dit’ bedoelt. En wat ‘goed’ precies is. En of er speling zit in zijn ‘nooit’. Maar het raampje gaat alweer dicht. Hij rijdt door. Als hij ons voorbij is, kijk ik naar de zwarte pakketten op zijn aanhangwagen. Het zijn er drie.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden