PlusBoekrecensie

De man die honderden schedels van moordenaars betastte

Franz Joseph Gall in discussie met vijf collega’s.Beeld Wellcome Library London

‘Toen ik mijn hand onder haar achterhoofd schoof om haar te ondersteunen voelde ik een flinke uitpuiling in de nek die gloeide van de hitte. Ik had letterlijk het gebied waar de geslachtsdrift in de hersenen is gelokaliseerd in mijn handen,” aldus de Weense arts Franz Joseph Gall (1758-1828) voorjaar 1806 tegen zijn Amsterdamse publiek. Volgens Gall kon men door het betasten van de schedel mentale eigenschappen lokaliseren. Omdat zijn theorieën niet langer welkom waren in Oostenrijk, trok de hersenverzamelaar met een koets vol schedels door Europa. De lezingen in Het Wapen van Amsterdam aan de Kloveniersburgwal waren geen succes, een tweede reeks werd afgeblazen.

Gall was in Wenen begonnen met het verzamelen van schedels, vooral van uitzonderlijke stadsgenoten: van genieën tot geesteszieken. Sommige burgers lieten in hun testament opnemen dat hun schedel in geen geval in Galls handen mocht komen. De schedelleer of frenologie bleek een wetenschappelijke dwaling, maar was rond 1800 razend populair en omstreden. En gevreesd door kerk en staat. In 1801 kreeg Gall een keizerlijk publicatieverbod. ­Keizer Frans II zette ook een streep door de ­theatrale lezingen, vooral uit angst voor zedenverval door de aanwezigheid van vrouwen.

Mooie ogen

Toen hij was uitgeweken naar Berlijn, steeg Galls roem snel. Bij bezoeken aan gevangenissen betastte hij honderden schedels van dieven, oplichters en moordenaars. Op een vrouwenafdeling wees Gall een vrouw aan: “Wat doet zij in de gevangenis? Niets op haar schedel wijst op criminaliteit!” Het bleek een bewaarster te zijn. Gall was dan ook een charmeur. Vrouwelijke bezoekers vielen en masse voor zijn ‘mooie ogen die zo sprekend meedoen met zijn lezingen’.

Vooral de middenklasse liep weg met Galls hersenleer, waarin niet langer de erfelijkheid bepalend was. Gall bood hoop in de verstarde 19de-eeuwse klassenmaatschappij, schrijft Theo Mulder. De neuropsycholoog stelt ook dat Gall nog liever zijn leven zou hebben opgeven dan het verloochen van zijn schedelleer: ‘Het is de tragiek van deze briljante anatoom dat zijn neuroanatomische bevindingen, die op zichzelf al bijzonder genoeg waren, verdronken in de vloedgolf van zijn fantasie over de betekenis van schedelkenmerken.’

Franz Joseph Gall stierf op 22 augustus 1828, waarna zijn hoofd en lijf werden gescheiden. Uit het hersenonderzoek bleek dat zijn geslachtsdrift, doorzettingskracht, onverschilligheid, welwillendheid, hulpvaardigheid en creativiteit sterk ontwikkeld waren. Verder was zijn schedelinhoud nogal gewoontjes. Nog schokkender voor de aanwezige aanhangers was dat Galls hersenstructuur niet overeenkwam met de vorm van zijn schedel.

Non-FictieTheo MulderDe hersen­verzamelaarBalans, €32,99360 blz
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden