Column

De man, de kleine & de grote van Stadsdeel Oost en Sint Maarten

Eva HoekeBeeld Ivo van der Bent

Ik kwam net aangesjouwd met een tas boodschappen toen er op de bel werd gedrukt. Voor de deur stonden twee ambtenaren met spekzolen, naambordjes en een kartonnen doos op een steekwagentje.

Ik wilde iets zeggen, maar De Man deed al open.'Mogen we u een stukje veiligheid aanbieden?' zei de één, de grootste, een man die het qua postuur nog niet eens zou merken als hij op een landmijn zou staan.

'Wij zijn van Stadsdeel Oost en doen onderzoek naar de veiligheid in Betondorp. Voelt u zich veilig?'
'Nou,' zei De Man met een schuin oog op mij, 'het is maar wat je veilig noemt.'
De twee keken elkaar veelbetekenend aan: kijk, daar had je het al. Er werd iets genoteerd op een formulier.

Toen haalden ze een linnen tas uit de kartonnen doos, er zat een tijdschakelaar, een folder van Burgernet en een flyer van Meld Misdaad Anoniem in.
De kleine: 'Als er een conflict is, kunt u zich daar melden.'
De Man: 'En wat als je de dader kent?'
'Dan ook,' vervolgde hij onverstoorbaar. 'En verder is het beter om niet open te doen als iemand aanbelt. Ook geen mensen, vrienden en kennissen.'

Wij lachen. Maar hij meende het. 'Er zijn vrienden en kennissen die als visite binnenkomen, maar later terugkomen om je huis te beroven.'
'Nu je het zegt,' knikte De Man instemmend.
'Haar moeder komt vaak langs, en dan is het ook altijd meteen twee keer opscheppen en doe nog maar een glaasje wijn.'

De kleine knikte ernstig. 'Dat gebeurt vaak.'
'Waarom melden we ons in het geval van nood eigenlijk niet gewoon bij de politie?' vroeg ik, want wat law and order betreft ben ik zeer geconditioneerd.

De grote snoof. 'Soms is de politie zelf de inbreker. Ik ken politieagenten die gestolen waar doorverkopen. Vaak xtc. En bij de sportschool waar ik vroeger kwam, reden een paar brandweerlieden in zúlke auto's. Die hadden er gewoon een handeltje bij.'

De kleine: 'Ik ken een hoofdagent die zijn buurmeisje heeft verkracht. Dat is wel al een tijd geleden.'
De grote: 'Maar ja, rotte appels heb je overal.'
Daarna kregen we uitleg over de tijdklok, werden we geattendeerd op de naderende wintertijd en moesten we zelf ook te allen tijde alert blijven, heel belangrijk.

De Man: 'Nou, wij gaan weer naar boven, even wat wiet in zakjes stoppen.'
De kleine: 'Wist u dat ze dat kunnen zien aan uw energierekening?'
De Man: 'O, maar wij tappen af van de buurvrouw.'
De grote, schappelijk: 'Ik vind het niet erg als je verbouwt, maar een ander moet er geen last van hebben. Doe het dan lekker in de buitenlucht.'
De kleine: 'In het Amsterdamse Bos bijvoorbeeld.'

Toen gingen we echt naar binnen, maar niet dan nadat de grote me had gecomplimenteerd met de bos physalis die ik had gekocht. 'Geinig zeg, het lijken wel lampionnetjes. Als je er lichtjes in doet is het net Sint Maarten.
Ik: 'Doen we niet aan. Beter voor de veiligheid.'


Wil je reageren op deze column? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden