Plus

De 'man cave': ideaal voor als er gezeik is met je vriendin

Ruimte voor al je spullen en geen vrouw die aan je kop zeurt. Ook voor Amsterdamse mannen is de 'man cave' een uitkomst.

'Toen ik een kind kreeg, besloot ik dat ik een chaletje wilde in de tuin.'Beeld Thijs Wolzak


Het dj-duo Aron Friedman (37) en Eric de Man (45) draait al langer mee in de elektronische muziekscene, maar sinds vorig jaar staan ze te boek als Spaceandtime. Hun man cave vonden ze in Studio De Domme Lul in de Jordaan.

Aron Friedman (37) en Eric de Man (45)Beeld Thijs Wolzak

Aron Friedman: "We noemen deze studio ook echt onze man cave. Het zit in De inktfabriek, een pand dat in 1980 werd gekraakt door leden van de legendarische Amsterdamse band Fatal Flowers. De leadzanger heeft er destijds allemaal muurschilderingen gemaakt, waaronder die enorm lelijke penis. Dat vonden we in eerste instantie best een irritant en een beetje raar ding. Totdat we erachter kwamen dat het hier Studio De Domme Lul heet, en dat er op deze plek heel veel goede muziek is gemaakt. Dat voel je ook. Het heeft karakter, ziel.

Onze bunker is helemaal afgesloten van de ­buitenwereld. Zonder daglicht. Je moet eerst door allemaal hekken heen, dan door een rolluik en een dikke deur. Het is een fijne, geborgen plek waar je creatief kunt zijn zonder inmenging van anderen. Je hebt hier zelfs geen bereik. Afgelopen zomer, toen het 37 graden was en iedereen naar het strand ging, zijn we met z'n tweeën hiernaartoe gegaan. Lekker koel. Natuurlijk mogen hier vrouwen komen, maar het is wel echt een mannenhol. Boven alles een toevluchtsoord. In ons geval overlapt het toevallig met de muziek.

We gaan hier allebei weleens heen om even alleen te zijn. Als er gezeik is met je vriendin, vrienden of op je werk, kun je hier de wereld de wereld laten. Creëren. Het woord man cave is misschien Amerikaans, maar het idee van een ruimte waar enkel mannen samenkomen, is al zo oud als de wereld. Ik kan me zo voorstellen dat er in de steentijd ook grotten waren waar alleen mannen kwamen. Misschien waren er ook wel vrouwengrotten. Het is prettig om een plek te hebben waar je met de guys kunt hangen; soms wil je alleen met je vrienden zijn.

We hebben hier ook wat prullaria: een zeepje in de vorm van een soort ichthus - een gezegende vis -, rare instrumentjes zoals een mondharmonica en een ijskast waar we wat biertjes stallen. Nu we aan deze beeldreportage meewerken, hebben we wel het idee dat het tijd wordt om deze plek te upgraden. Met ­bijvoorbeeld een spelcomputer. We gotta live up to the man cave."


Kunstenaar Diederick Kraaijeveld (52) maakt sculpturen van sloophout. In zijn werkplaats op de voormalige gemeentewerf van Hilversum verzamelt hij spullen die hij koestert van over de hele wereld.

Diederick KraaijeveldBeeld Thijs Wolzak

"Ooit zag ik foto's van het huis van Henk Schiffmacher, die allemaal rariteiten verzamelt. Exotische dingen, zoals schedels uit Nieuw-Guinea. Ik herinner me dat ik dacht: wow, zóiets zou ik willen hebben. Mijn cave met gave, gekke spullen lijkt er nu een beetje op. Ik merk dat ik er echt blij van word. Alles heeft een verhaal. Daar hou ik van, want ik ben van huis uit historicus.

Als mensen langskomen, zeggen ze: 'Het is net een museum.' Die kachel is een oud expansievat van een verwarmingssysteem van een pand waar ik hiervoor zat. Een vriend van mij, lasser en kunstenaar, had nog een supergaaf kolenluik liggen uit een Amsterdamse stoomtram, dat hij erop heeft gelast. Zo kan ik mijn houtblokken erin gooien. Elke man cave heeft een ­kachel nodig. Zeker in de winter, om 's avonds ­omheen te zitten met vrienden.

Voor mij is een man cave een plek waar ik spullen verzamel die ik koester. Dat doe ik al mijn hele leven. Ik woonde eerst bij mijn ouders, toen in een studentenhuis en daarna ging ik samenwonen met mijn huidige vrouw; anderen zijn meestal niet zo blij met die verzamelwoede. Ik heb nu heel veel mazzel met zo'n grote werkplaats. Vierhonderd vierkante meter, dat is gigantisch. Het meest sfeervolle deel is een soort oude glazen garage.

Ik heb hier zo'n twintigduizend kilo geschilderd hout waarmee ik werk opgeslagen. Er staat van alles: een Chesterfieldbank, een oude Porsche, een schietstoel uit een Russische MiG-straaljager, een werkbank die door een boer is gebouwd en nu dienst doet als een soort altaar. Daarop staat onder meer een trainingsmodel Browning automatic rifle, een automatisch geweer dat door het Amerikaanse leger wordt gebruikt. Het is een waanzinnig ding, dat ik heb geruild met de eigenaar van een winkel in New York. De ­eigenaar benaderde me via internet omdat hij zo weg was van mijn werk, dus stelde ik een ruil voor.

Mijn vrouw zegt weleens: 'Pas op, het zijn mooie spullen, maar straks zie je door de bomen het bos niet meer.' Dat is nog een moeilijke strijd, want voor ik het weet krijg ik weer iets aangeboden."


James Veenhoff (43) is medeoprichter van conceptbureau Fronteer Strategy en House of Denim. Al sinds jaar en dag heeft hij bij zijn huis in Oud-West een cabin die ramvol staat met persoonlijke snuisterijen.

James VeenhoffBeeld Thijs Wolzak

"Ik heb hier een verzameling drank staan; whisky, met name whisky. Knutselspullen, zoals een houtsnededrukpers, naaispulletjes, oude foto's, werk van ­bevriende kunstenaars Femi Dawkins en ­Yamandú Roos. Een typemachine van mijn moeder uit Parijs voor de betere brieven. ­Verzamelbladen. Gekke Japanse jeansbladen, The Surfer's Journal. Van die spullen die je niet weg wil doen, maar ook niet per se in je woonkamer wil hebben. Of die je partner daar niet wil hebben.

Toen ik een kind kreeg, besloot ik dat ik een chaletje wilde in de tuin. Je krijgt met een kind serieuze hoeveelheden crap in je huis. De kinderwagen, speelgoed. Mijn pick-up met elpees stond bijvoorbeeld in de weg. Die staat nu hier. Sommige mensen hechten niet aan spullen, ik dus wel. Het zijn ook herinneringen. Voor mijn verjaardag heb ik ooit een bouwpakket gekregen van mijn vader en samen hebben we dit huisje in elkaar gezet. Ik heb hier ook twee stoeltjes, dus af en toe komt een vriend wat overleggen, beetje ouwehoeren. Binnen roken is best smerig, maar hier kun je gerust een sigaar opsteken.

Je zit hier een beetje uit het zicht, dat vind ik wel lekker. Ik zit hier met name te knutselen. Meestal in de zomer, met de deur open. 's Avonds zet ik een ­lokale Surinaams-Hindoestaanse zender op: Bollywoodmuziek met tussendoor ondernemers uit Zuidoost die kip in de aanbieding hebben, mensen die gaan inbellen. Verder luister ik veel jazz. Lampje aan, storm buiten; dan is het best wel knus. Ik heb hier verwarming, koffie, drank, een sabreerzwaard, ­sigaren; wat heb je nog meer nodig?

Het is prettig je eigen space te hebben. Amsterdam is te gek, maar je woont toch relatief klein. Ik vind hier rust. Je hebt nu zo'n trend van houthakken, bierbrouwen; hipsterdingen, maar dit is wel avant la ­lettre. Ik zit hier al zes, zeven jaar. Een escape? Nee. Ik ben hier natuurlijk niet ver weg van alles en een escape is voor mensen die hun baas een lul vinden en gezeur van hun vrouw hebben. Ik vind mijn leven heel fijn. Het is voor mij juist dichter bij de vlam hier. Minder ruis, meer concentratie."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden