Column

De levenslessen van drie jaar columns schrijven voor Het Parool

Eva HoekeBeeld Ivo van der Bent

Dit is mijn laatste column voor PS van de Week.

Bijna drie jaar lang schreef ik vanaf deze plek over de stad en haar mores, haar gekte en haar grillen, over boeren en buitenlui, kroegen en kathedralen, over alles wat een stad een stad maakt en waar een stadscolumnist dus tegen aan loopt.

Vaak letterlijk.

Zo was daar zwerver Raymond uit de Sint Luciënsteeg, een man die mij om een euro verzocht maar zelf drieduizend euro cash op zak had en aldus bewees dat bedelen een verdomd lucratieve bezigheid is. 'Laatst nog kreeg ik tweehonderd euro van een vent in een Aston Martin,' vertelde hij niet zonder trots. 'Weet je wie dat was? Bram Moszkowicz! Dan ben je toch wel gek als je gaat werken?'

Een hele levensles, en daar kreeg ik er meer van.

Van de blonde vrouw in De Bakkerswinkel bijvoorbeeld, die, terwijl ik me net zat te verbazen over de stompzinnigheid van een 'stoere ontbijtboterham met een belegje of een smeerseltje', aan haar vriendinnen vertelde dat ze 'iets heel ergs had gedaan', en met iets heel ergs bedoelde ze iets heel stouts met een of andere kerel. Haar verhaal in een notendop: een ruzie, een minnaar en een klein kind met argeloze ogen en een snottebel dat weldra de prijs ging betalen. De les: heb het lef om op tijd je biezen te pakken.

En wat te denken van het verhaal van Shiraz, de uitgeprocedeerde asielzoeker uit Koerdisch-Irak die bij ons logeerde tijdens de Nacht van de Vervanging. Het werd een nacht van humor en wijn (een Shiraz, geen grap), maar ook van groot leed, nul uitzicht en volle asbakken, want in dat opzicht had De Man eindelijk zijn gelijke gevonden. De levensles kwam overigens niet zo zeer van Shiraz als wel van jullie, de lezers, die hem vervolgens massaal een fijne kerst toe wensten via Twitter. De lieverd is er nu nóg van ondersteboven.

Goede raad kwam ook van de vaste jongens van café Pleinzicht, de wijzen van de Wallen en de kroegbazen met levensleed, en zo kwam ook de kater, want geen stad zo mooi of er zit wel een rafel aan. Bij de Italiaan op de Govert Flinckstraat bijvoorbeeld, waar de eigenaar iedereen haat die bij hem binnenkomt, om de doodsimpele reden dat u zíjn mooie eten op komt vreten. Bij malafide huurbazen, die je een drol willen verkopen met een strik eromheen. En dan was er nog iets met een pannenkoekenboerderij, maar daar hebben we het maar niet meer over.

De afgelopen drie jaar waren een feestje, kortom, en een aaneenschakeling van lachen, leren, vallen, opstaan, geven, nemen, hoge pieken, diepe dalen, sterke verhalen en al die andere zaken waar je als mens van groeit. Een baan als het leven zelf, en dus is het afscheid ook zo, want partir, c'est mourir un peu.

Vanaf deze plek wil ik jullie bedanken voor de bijdrage die jullie hebben geleverd aan bovenstaand verhaal. Dikke kans dat onze paden elkaar weer kruisen in de toekomst, want ik blijf schrijven, zij het voortaan in de Volkskrant. Maar ook dan blijven zwervers, kroegtijgers, bakfietsmoeders, hemelbestormers, gekken, graaiers en goeierds inspiratie bieden. U dus.

Tot ziens, ergens!



e.hoeke@parool.nl

Wilt u reageren op deze column? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden