Plus

De laatste lege plekken van de stad

Als kind kon je er nog doen wat je wilde: fikkie stoken, kuilen graven, oorlogje spelen. In braakliggende stukken stad - ruig en avontuurlijk. Maar Amsterdam, woekerend met de ruimte, wordt langzaam helemaal volgebouwd. Fotograaf Ko Hage legde de laatste lege plekken vast.

Centrumeiland, IJburg Beeld Ko Hage

Mooier dan begin jaren negentig is het Java-eiland nooit meer geworden. Het was ver na het vertrek van de grote vaart en ook de krakers, de kunstenaars en de stadsnomaden waren al van het kunstmatige haveneiland verdwenen. Er werden voorzichtige voorbereidingen getroffen voor de bouw van serieuze woonblokken. Maar ze waren er nog niet, of in elk geval nog niet zo veel.

Het Java-eiland was zand en wind en had de mooiste kademuren van de wereld, was omringd door metalig ruikend water. De stad was dichtbij en omdat de Jan Schaeferbrug nog jaren op zich zou laten wachten, kon je het centrum zien liggen, maar was de afstand gevoelsmatig onoverbrugbaar.

Op het Java-eiland was het leeg, open en ongeorganiseerd, maar dan niet zoals kort daarvoor op een tegendraadse manier. Leeg, maar tegelijk voelde je aan alles dat dit slechts tijdelijk zou zijn.

Deze woestijnige vlakte zou ten prooi vallen aan betonnen obstakels met een laagje gemetselde sierstenen ervoor. Er zouden mensen gaan wonen en die zouden er nog gelukkig zijn ook, in hun mooie huizen, uitkijkend over het IJ, dat in het echt altijd zo veel fijner is dan in je gedachten.

Terwijl die mensen van nu zich waarschijnlijk op geen enkele manier een voorstelling kunnen maken van hoe het toen was. Ze lezen eens een geschiedenisboekje over het Oostelijk Havengebied, ze weten over de volksverhuizers die hier inscheepten op de stoomboot naar Nederlands-Indië.

Maar hoe het in het gebied voelde tussen toen en nu, toen er even niets was en het Java-eiland alleen nog maar de belofte inhield van een modern ultragrootstedelijk vinexgebied, daarvan hebben ze geen idee.

Groteske detailhandel
Wie door Amsterdam fietst, autorijdt, of beter nog, wandelt, die ziet een stad waarin de plekken zoals het Java-eiland-van-30-jaar-geleden in hoog tempo worden opgesoupeerd. Het Zeeburgereiland, al die vrije ruimte in Noord en aan de westelijke IJ-oevers. Dat voorheen onbestemde stukje stad tussen het Amstel Station en Zuidoost.

Noordkaap, Noord Beeld Ko Hage
Sluisbuurt, Zeeburgereiland Beeld Ko Hage
NDSM-werf, Noord Beeld Ko Hage
Amstelkwartier, Oost Beeld Ko Hage

Waar open plekken waren, groteske detailhandel of bouwsels waarvan je niet wist wat je ermee aan moest, wordt de ruimte hoe langer hoe meer ingevuld en opgevuld.

Waar eerst het waterleidingbedrijf zat en nu al jaren niet meer. Waar silo's stonden of nooit echt iets is geweest, daar ontstaan dingen die, onterecht misschien, voor de eeuwigheid lijken.

Ringweg
Waar eerst industrie stond, maar nu de redactie van Het Parool nog maar even uitkijkt op een enorme lap ongebruikte Amsterdamse grond.

Mooi, maar ook een beetje jammer. Er komt iets, maar tegelijkertijd verdwijnt er wat. En als je niet uitkijkt, vergeet je wat dat dan precies was.

Zicht op Houthaven, vanaf Noordkaap Beeld Ko Hage
Centrumeiland, IJburg Beeld Ko Hage

Neem de Ringweg, door sommigen de levensader van de stad genoemd. Zonder de A10 zou de stad hopeloos vastlopen, nu staat met name de Ring regelmatig vast. Maar toen die Ringweg er nog niet was, toen het talud nog niet als een steeds knellender snoer rond Amsterdam trok, toen was er een tijdje niets. Bestemd gebied op papier, zand en onkruid in het echt.

Je kon er doen wat je wilde als kind. Kuilen graven, fikkie stoken, oorlogje spelen. Ja, je moest uitkijken voor die mannen alleen, wandelend naast hun fiets, die rondlummelden en je uiteindelijk altijd aanspraken. Dan moest je rennen. Nu is er een snelweg en die is behalve nuttig en noodzakelijk toch vooral minder leuk.

Die plekken waar het Amsterdam van je jeugd zo van vergeven was. Loze ruimte waar je je gang kon gaan, omdat het niemand een bal interesseerde wat je daar deed. Het verdwijnt, en rap ook.

Groeien en bloeien
Natuurlijk: ruimte blijft. Amsterdam zal nooit de dichtheid krijgen die Parijs en New York kenmerkt, laat staan steden als Tokio, Manilla en Delhi. Plek is er nog steeds en plek zal er waarschijnlijk altijd wel blijven ook: stadsbedenkers plannen in hun ontwerpen doorgaans de wettelijk voorgeschreven hoeveelheid functionele leegte in.

Maar ongerepte cultuur, ruigheid zonder dat het eng wordt, dat wordt iets van het verleden, een exclusieve herinnering voor mensen die graag denken over hoe het ook alweer was.

Het moet, natuurlijk moet het. Steden groeien en bloeien, en Amsterdam groeit en bloeit mee. Elk jaar komen er een stuk of elfduizend stadgenoten bij en je moet niet gek opkijken als dat er nog meer worden. Ze zijn van harte welkom, echt waar. Wij begrijpen ze, wij snappen dat ze hier óók willen zijn en deel willen uitmaken van dit geheel. Maar de vraag waar je al die mensen moet laten, wordt met de dag dwingender.

Want Amsterdam draagt een korset, we kunnen geen kant op. Schiphol zit in de weg. Landelijk Noord, Amstelveen en de Haarlemmermeer: ze maken dat de stad niet of nauwelijks meer kan uitdijen. Amsterdam kan niet uitbreiden, dus breidt het in.

Dat vraagt om efficiëntie. Om stapelen, soms zo ver doorgevoerd dat er on-Amsterdamse hoogten worden bereikt. De stad verdicht. Of: de stad wordt dichtgebouwd. Het zijn de lege plekken die nu worden ingevuld.

Vooruitgang
Waar zich ook maar een beetje gelegenheid aanbiedt, dringt het enthousiaste gebouw zich op. Kijk de plattegronden erop na: potentiële ontwikkellocaties heten ze, de plaatsen waar de stad nog iets kan.

Amstelkwartier, Oost Beeld Ko Hage

Her en der een stipje binnen de grachtengordel, het mag geen naam hebben. Tegen de Ringweg aan heb je de grotere vlakken, de langere stroken, waar de gemeente nog serieus werk van wil maken. Een flinter IJburg en een boel werk in uitvoering aan de noordelijke IJ-oevers.

De witte plekken verdwijnen, je ziet ze van kleur verschieten. Al die bouwgrond is te kostbaar om braak te laten liggen. Het wordt opgespoten, in het Markermeer zelfs tot over de randen van het oude land. Klaar om in gebruik te worden genomen. Ruimte die de verwachting in zich draagt van vooruitgang en cultivatie.

Het is mooi dat Amsterdam zich klaarmaakt voor de toekomst. Er wordt gebouwd en ontwikkeld op de plekken waar dat kan. Maar al die ruimte die voorheen plek was van iedereen, dat wordt nu een plek van iemand. Gezinnen, alleenstaanden, ondernemers. Je ziet het wel, maar het is niet meer van jou. En vaak zie je slechts de buitenkant, het binnenste is verborgen, daar ben je niet welkom.

Een kuil graven bij een bedrijf, oorlogje spelen tussen de appartementencomplexen: het mag niet. Nu, tussen toen en straks, is er niets, ligt het braak en kun je nog net voelen hoe het was. Nog nét. Nog even en openbaar wordt particulier: niet langer toegankelijk. Goed en noodzakelijk. Jammer maar helaas. l

Wenckebachweg, Oost Beeld Ko Hage
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden