Plus

De laatste jaren van René Gude beschreven: 'Om het goede te onthouden'

Om het goede te onthouden, schreef Babs van den Bergh (52) Wat Kan Mij Gebeuren? - Leven Met René Gude. Over de laatste jaren van voormalig Denker des Vaderlands en haar man. 'We hebben dit samen gedaan.'

Babs van den Bergh: 'Het was waanzinnig. René zat overal in en hij vond het heerlijk.'Beeld Marc Driessen

Stom hè, dat hadden ze dus niet geregeld. Een goede portretfoto van hen samen. Je kunt wel zien dat zij de fotograaf was, is, van de familie; ze staat zelf nauwelijks ergens op.

Hun trouwfoto, ja, een kiekje in het bos, toen ze nog jong waren. Twee kleine jongetjes tussen hen in aan de houten picknicktafel. Aan de muren in de Amsterdamse woonark wel een groot portret van René, en een schilderij van René met zoons Jink en Tibo - dat had ze voor haar vijftigste verjaardag gevraagd en gekregen.

Het schriftje en boekje
De volgende dag mailt ze, ze heeft 's avonds nog eens wat gegrasduind op de pc (geruststellend: 'Was leuk om te doen') en toch wat beeld van hen samen gevonden. Tijdens een vakantie in 2010, gemaakt met de zelfontspanner, geeft de sfeer tussen hen nog wel het beste weer - zie het schriftje en boekje op het been van René.

Babs van den Bergh is een periode aan het afsluiten, zegt ze. Ze heeft een nieuwe baan in Den Haag, waar ze eerder topambtenaar was op een ministerie. En deze week verschijnt Wat Kan Mij Gebeuren? - haar verslag van de zeven jaren voorafgaand aan het overlijden van haar man, filosoof en voormalig Denker des Vaderlands René Gude.

Het is gebaseerd op de mails die ze schreef aan vrienden en bekenden, de 'meelevers', over het wel en wee nadat Gude zijn been had gebroken en ze het feest ter gelegenheid van de nieuwe woonark moest afzeggen.

Nieuwe start
'Het partijtje gaat niet door, zaterdag.' Zo werd het Leef Mee Met het Been van René-bulletin geboren. Na de beenbreuk bleek het botkanker te zijn, uiteindelijk leidend tot amputatie.

Vorig jaar maart overleed Gude op 58-jarige leeftijd, geridderd om zijn verdiensten voor de filosofie, bekend door vele interviews en optredens als Denker des Vaderlands.

Behalve de mails beschrijft ze in het boek haar gevoelens en wederwaardigheden als geliefde die van de ene dag op de andere mantelzorger wordt. Ze zegt het kordaat, aan het begin van het gesprek: "Boek af, nieuwe start." Later zal ze zeggen, veel zachter en bedachtzaam: na de zeven jaar die het boek beslaat, zijn nu haar zeven magere jaren aangebroken.

Uitgever Mizzi van der Pluijm heeft u aangespoord dit boek te schrijven. Had u veel aansporing nodig?
"Zij was een meelever, zoals we ook de 'leuke lunchers' hadden die bij René kwamen als ik moest werken, een deelverzameling. Mizzi zei al snel: 'Dit moet een boek worden. En dan wil ik het uitgeven.' Maar ik zei: dat is echt voor daarna, dan pas wil ik erover nadenken."

"Het belangrijkste is dat ik het fijn vond om te doen, zoals ik het ook fijn vond die mails te schrijven. Omdat ze me hielpen te begrijpen in wat voor situatie ik me bevond, wat ik heb meegemaakt. Ze hielpen mezelf beter te begrijpen ook, en de mensen om me heen. En ook wel om het te onthouden, om de leuke, de goede dingen vast te leggen. Tegen het vervagen."

"Het viel me heel erg op dat ik me in deel één, de breuk de diagnose en de chemo en daar weer uitkomen, veel preciezer de scènes herinner. Na de amputatie, hoe dichter we bij René's dood komen, hoe waziger en diffuser mijn herinneringen zijn."

U beschrijft het alsof u in de Trans Siberië Express zat en alleen maar eindeloos troosteloos berkenbos aan u voorbij zag trekken, leven op de automatische piloot.
"Terwijl als ik nakijk wat we allemaal ondernomen hebben tussen de operaties. De vakanties, en ik maar inpakken en uitpakken... Ik hoop niet dat je daar een klacht in hebt gehoord. Die vakanties herinner ik me goed, maar de maanden daartussen veel minder. De scènes bij de dokters begonnen ook op elkaar te lijken, al die spreekkamers zien er hetzelfde uit."

Ik hoor er geen klacht in. Ik vind uw boek juist zo opmerkelijk klachtenvrij. Het boek lijkt veel meer te gaan over jullie interactie, hoe uw praktische aard en zijn behoefte om alles te beredeneren en bespreken en overwegen overeen te stemmen. Met veel humor en ironie.
"Dat vond ik dus ook zo heerlijk aan het leven met René. Maar toen hij net terug was, die eerste keer uit het ziekenhuis, draaide hij me in een paar uur totaal dol - al had dat ook te maken met de middelen die hij kreeg. Hij had zo veel dingen op me af te vuren, rijp en groen door elkaar, dingen die op de lange termijn of onmiddellijk moesten."

"Ik zei: schrijf het nou maar op - en dat hielp. Toen we samen teruglazen wat hij in dat eerste blauwe schriftje van zijn ziekte had opgeschreven, kregen we ook wel de slappe lach. Al die esthetische verlangens die hij ook had wat betreft de inrichting. Hoe de ark moest worden aangepast, hoe de leuningen eruit moesten zien."

"Dat roltafeltje daar bij het raam, dat had ik gekocht omdat het handig was. Maar dat weigerde hij te gebruiken - te lelijk. René was een man van schriftjes, ik heb hier wel tweehonderd schriftjes van hem liggen. Alle praktische obstakels, daar stortte ik me met verve in. Ik houd graag overzicht. Het hielp ook tegen de onmacht: dit is wat ik kan, ik kan wel zorgen dat het allemaal goed is geregeld."

Met ondertussen een carrière en promotie in Den Haag.
"Dat was ook gewoon heel fijn, dat er een gebied van mijn leven was waar het wel goed ging. Ja, er was gedoe en het was moeilijk en zwaar bij tijd en wijle, maar het was een ongelooflijke kans die ik kreeg - terwijl ze heel goed wisten wat er thuis aan de hand was. Ik heb er mooie avonturen beleefd. Tot op de dag dat René op mijn afscheidsfeest tegen de minister zei: 'En wie ben jij dan?'"

Babs van den Bergh en René Gude in 2010Beeld -

Uw boek is heel persoonlijk. Waar u zich tijdens de ziekte van uw man op de achtergrond hield, lezen we nu over hoe graag jullie ook samen kinderen hadden willen krijgen, over de perikelen in uw familie. De troetelnaampjes. Heeft u nooit geaarzeld dit allemaal prijs te geven?
"Jawel, maar het was alles of niets. Ik wilde zo dicht mogelijk bij mijn eigen ervaring en herinnering blijven en die boekstaven, en om daarin dan te gaan wieden, nee."

U schrijft ook over een zekere verwijdering die tussen u beiden ontstaat. In de periode na de amputatie, als het relatief goed gaat en uw man als Dichter des Vaderlands volop in de belangstelling staat, de tv-ploegen zich aandienen, de ark de hele tijd vol zit en hij allemaal nieuwe mensen nog wil leren kennen terwijl...
"Nee, nee dat kwam niet zozeer daardoor. Het kwam meer doordat we op parallelle sporen terechtkwamen, doordat ik tot me liet doordringen dat ik verder zou moeten zonder hem en hem daar niet mee wilde belasten. Ineens drong echt tot mij door dat ik in een ander schuitje zat."

Dat verschil in perspectief bleek ook bij zijn laatste optreden in DWDD, waarin hij zei dat hij het leven een gedoetje vond en dat het wat hem betreft wel afgelopen mocht zijn. Dat kwam bij u hard aan.
"Je snapt het wel, maar je wilt het niet. Je wilt niet dat hij dat wil. Het was zoals ik ook schrijf een tik op mijn almachtsverlangen. Ik wilde alles mooi en goed en stil en puur en licht en lief voor René maken. En dat kon ik niet."

Juist door zijn ziekte en diagnose stond uw man volop in de schijnwerpers, vond u dat niet wrang?
"Het was waanzinnig, hij zat overal in en hij vond het heerlijk. Hij heeft nog best lang geleefd, aan huis gekluisterd, en de wereld kwam hier naar toe."

Lacht: "De wereld draaide hier door, in de ark. Toen zijn ziekte zo zichtbaar werd, heeft hij besloten: laten we er dan maar een thema van maken. Wrang, nou ja, hij had natuurlijk veel liever eerder gehoord willen worden. Maar het zette hem ook op scherp, onder het motto: alles eruit peuren wat kan."

En zo werd hij ineens een publiekslieveling. Raar?
"Nee, niet raar, dat begrijp ik heel goed, dat mensen hem leuk vonden. Dat vond ik ook en ik vond het ook fijn voor hem. Hij deed dat ook zo goed, het geeft aan hoe sterk hij was, fysiek en mentaal. Wonderbaarlijk misschien wel."

En...
"En ja, ik misschien ook. We hebben dit samen gedaan, die kracht kwam ook voort uit, zal ik heel dramatisch zeggen, onze liefde. Waardoor het te doen was. Maar het staat je te doen."

U leest hem die laatste maanden voor uit Jozef en zijn broers, de hervertelling van de Bijbel door Thomas Mann. Als een Sheherazade, schrijft u. Zolang u maar aan het woord was, zolang René ervan genoot, was het boek nog niet uit. Ook weer die almachtsfantasie, Jozef als bezwering.
"Een paar dagen voor hij overleed, hadden we het uit. Ik had gedacht dat hij het niet zou halen. Dat voorlezen was een bijzonder ritueel en ik heb ook weleens tegen René gezegd: dit zijn eigenlijk onze zeven vette jaren. Dat vond hij een stap te ver. Het ware volle, maar zware jaren. Voor mij zijn de zeven magere jaren nu aangebroken."

Dat is wat ik als lezer ook zo schrijnend vond, met name aan de mails: de hoop die er telkens uitspreekt, de wens toch telkens dat lichtpuntje te zien. Terwijl: we weten hoe het afloopt. Ik had de behoefte u te waarschuwen.
"Ik denk dat ik meteen al heel bezorgd was. Het staat niet in het boek, maar toen hij al voor de breuk een pijnaanval in datzelfde been had, had ik meteen een slecht gevoel. En toen het een tumor was, dacht ik: het bestaat niet dat die goedaardig is."

"Het is geen argeloosheid in die mails, het was een manier om de moed erin te houden en de mensen niet nodeloos ongerust te maken - geen paniek te zaaien. Ook bij onszelf niet."

"Wat me wel opviel bij die mails, in de eerste en de laatste, is dat er echt stijlfouten inzitten. Ik zeg twee keer dat het feestje niet doorgaat. Toch wel paniekerig. En de laatste mail, als ik laat weten dat René overleden is, onderteken ik niet eens meer. Dat heb ik in het boek maar zo gelaten, het geeft weer hoe het was."

Babs van den Bergh: Wat Kan Mij Gebeuren? - Leven Met René Gude, Uitgeverij Atlas Contact, € 21,99

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden