Plus

'De kiezer is niet gek, de kiezer is juist assertief'

Neerbuigendheid over de kiezer is ronduit misplaatst, zegt de jonge Amsterdamse politicoloog Tom van der Meer. Een opvallend verfrissend geluid tussen het gebruikelijke gesomber en gemopper.

Tom van der Meer: 'Stemdiploma? Hoe kun je in een democratie mensen bij voorbaat uitsluiten?' Beeld Harmen de Jong

Het frustreert hem als wetenschapper. Het feitenvrije doemdenken, de grote woorden, de hysterie en de apocalyptische voorspellingen over wat ons te wachten staat als Nederland straks naar het stemhokje gaat.

Het wordt zo snel gezegd: de kiezer vertrouwt het niet meer. Of beter: de kiezer is niet te vertrouwen. Hij is apathisch en doet maar wat, als een ballonnetje in de wind. Het land wordt onbestuurbaar.

De toon waarmee door politici, bestuurders en publicisten over kiezers wordt gesproken, is afwisselend neerbuigend ('hij is niet in staat tot het maken van keuzes'), verongelijkt ('hij maakt de verkeerde keuzes') of bevoogdend ('hij moet tegen zijn eigen keuzes worden beschermd').

De jonge Amsterdamse hoogleraar politicologie Tom van der Meer (36) schreef de ergernis maar eens van zich af. Een schotschrift noemt hij het: Niet de kiezer is gek.

'Wie niet beter weet, zou denken dat we te maken hebben met een diepgravende democratische crisis,' schrijft hij. En ondertussen buitelen politici over elkaar heen met voorstellen om dit niet-bestaande probleem op te lossen: hogere kiesdrempels, een districtenstelsel, bindende referenda of een loterij ter vervanging van normale verkiezingen.

Contraproductieve medicijnen voor een verkeerd begrepen kwaal, aldus Van der Meer.

De cijfers: de tevredenheid over ons democratische bestel is sinds de jaren zeventig gestegen van 55 naar 75 procent. De opkomst bij verkiezingen is al vijftien jaar stabiel. Driekwart van de kiezers gaat stemmen voor de Tweede Kamer, een percentage dat uitsluitend wordt overtroffen door microstaten en landen waar nog een opkomstplicht is.

Wat wel veranderd is: de kiezer stemt niet meer automatisch op de partij van zijn ouders, van zijn kerk of van zijn vakbond. Hij vertrouwt wel het systeem, maar niet bij voorbaat de machthebbers die het voortbrengt. Hij is assertief en sceptisch. "Precies zoals je mag verwachten in een democratie," zegt Van der Meer.

De kiezer is gaan kiezen. Beetje raar om hem dat te verwijten. 'De Nederlandse democratie hoeft niet te worden gered,' schrijft Van der Meer. 'Ze functioneert uitstekend.'

Er staan meer dan tachtig partijen klaar om in maart mee te doen aan de verkiezingen.
"In de Tweede Kamer hebben we elf partijen gekozen. Dat is net onder het gemiddelde van de afgelopen veertig jaar. We hebben alleen niet meer, zoals vroeger, twee grote partijen, maar zes of zeven middelgrote partijen in het midden van het politieke spectrum."

De verwachting is dat er straks minimaal vijf partijen nodig zijn om een regering te vormen.
"Als je vasthoudt aan een meerderheidskabinet. Dan zitten vijf van de zes middenpartijen samen in een coalitie, vastgeklonken aan een dichtgetimmerd regeerakkoord, waardoor ze zich geen van allen meer kunnen profileren.

Als de middenpartijen hun eigen oppositie niet kunnen creëren, wijken de kiezers uit naar de flanken: PVV en SP. Kunnen we daar over vier jaar weer over klagen."

"Het probleem zit niet bij de kiezers, maar bij de bestuurscultuur in Nederland. Bij de politieke partijen. In landen als Zweden, Denemarken en Noorwegen zijn minderheidscoalities heel normaal.

Het kabinet-Rutte II was feitelijk het eerste echte minderheidskabinet, dat telkens naar wisselende meerderheden moest zoeken. Het is het eerste kabinet sinds 1998 dat de rit uitzit, dus tot minder stabiliteit leidt het niet."

Wat is er tegen een kiesdrempel?
"In Nederland is het vertrouwen in de democratie juist zo hoog omdat anti-elitepartijen makkelijk toegang krijgen tot het parlement. Ze representeren de ontevreden burger. Dat is al van oudsher. D66 begon als een keiharde anti-establishment partij. Ze gingen het systeem opblazen. D66, de LPF en feitelijk ook de PVV kregen al snel toegang tot regeringsmacht. Zo ververs je het eigen systeem.

In Engeland heeft 12,6 procent van de mensen op Ukip gestemd, maar in het parlement kregen ze door het districtenstelsel maar één zetel. Je kunt er wel voor zorgen dat dit soort partijen niet wordt verkozen, maar het enige wat je doet is een doekje over de mestvaalt van de politieke onvrede leggen."

"Als we kijken naar de afgelopen tien jaar zijn het ook juist de kleine partijen die steeds weer het kabinet overeind hebben gehouden."

Soms hoor je dat er stemdiploma's moeten komen.
"Het is bizar dat er filosofen zijn die er naam mee weten te maken. Politiek gaat niet over kennis, het is een waardenstrijd. Hoe kun je in een democratie nu mensen bij voorbaat uitsluiten omdat ze volgens jou niet de juiste waarden hebben?"

Politiek vertrouwen

Tom van der Meer (1980) is hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Eerder werkte hij bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Hij is sinds 2015 codirecteur van het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) en het Lokaal Kiezersonderzoek (LKO).

Van der Meer doet voornamelijk onderzoek naar politiek vertrouwen, kiesgedrag (electorale volatiliteit), politieke socialisatie, en sociaal kapitaal (burgerparticipatie, etnische diversiteit). Hij is medeoprichter van blog StukRoodVlees.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden