De kettingrokende aartsvijand van de tabaksindustrie

Antirookmagiër, verkondiger van de komst van Klaas, vlottenbouwer en middelpunt van de happenings in de jaren zestig bij het Lieverdje. Het woelige leven van Robert Jasper Grootveld (76) is ' samengebald' in een openhartige biografie.

Hoe kan een biografie verschijnen over antirookmagiër Robert Jasper Grootveld zonder - om in zijn woorden te spreken - publicity, publicity, publicity. En dus maakte uitgever De Arbeiderspers deze week trots melding van een onbekend verhaal van Gerard Reve, ontdekt door Grootvelds biograaf Eric Duivenvoorden. Reve schreef het verhaal in 1960, in Grootvelds eenmalige uitgave Rabarber. De jonge Robert Jasper - Robbie voor vrienden - onderhield in die dagen een intieme band met de volksschrijver. ''Hij vond me, '' zei hij, ''wel een bijzondere knaap. '' Dat Reve een meer dan oppervlakkige interesse in hem toonde, schokte hem allerminst. Al op jonge leeftijd had Grootveld, vertrouwde hij Duivenvoorden toe, erotische contacten met mannen. Duivenvoorden: ' Het was Robbie hierbij niet om de seks te doen, het waren de aandacht en de genegenheid waarvan hij genoot, het gevoel ergens bij te horen.

Want gemakkelijk vrienden maken deed Grootveld niet. Op school was hij een buitenbeentje, en daarna kende hij meer kortstondige baantjes dan geluk. Het dichtst bij de liefde van een vrouw - waar hij naar hunkerde - kwam hij bij bezoekjes aan de Wallen. Als hij er het geld voor had.

Dat hij ooit een beroemde dan wel beruchte Nederlander zou worden, lag nauwelijks in de lijn der verwachtingen. Zijn eerste baantje bij een reclameschildersbedrijf liep al snel spaak. Zijn werk als hulpje in een clichéfabriek was evenmin een succes. Hij leerde er wél roken, wat hij zijn hele leven zou blijven doen, als een ketter, ondanks zijn ludieke acties tegen de tabaksindustrie.

Voor biograaf Eric Duivenvoorden, zelf afkomstig uit de kraakscene van de jaren tachtig, was Robert Jasper Grootveld in eerste instantie een fenomeen uit de jaren zestig. Totdat zijn oog in 2001 op een krantenbericht viel over een reddingsactie waarbij de te water geraakte Grootveld uit de gracht moest worden gevist. Het fascineerde hem. Wat was geworden van dat boegbeeld uit die tumultueuze jaren?

Duivenvoorden wilde er meer van weten en Grootveld was genegen hem te ontvangen, op voorwaarde dat de bezoeker een fikse voorraad bier zou meenemen.

Het werd een ontluisterende ontmoeting. De gastheer zag er onverzorgd uit, raaskalde en was omringd door lege flessen, bierblikjes en een berg afval met koffieprut en sinaasappelschillen. Enige tijd later zou hij worden opgenomen in de psychiatrische afdeling van het verzorgingshuis Sint Jacob aan de Plantage Middenlaan. Duivenvoorden: ' Naar men zei had hij in de buurt zo veel stampij gemaakt dat de buurtbewoners er genoeg van hadden.'

Het hectische bezoek verdween naar de achtergrond totdat Duivenvoorden Freek de Jonge hoorde beweren: ' Dat de twintigste eeuw niet in zijn geheel ongemerkt aan dit land voorbij is gegaan, is eigenlijk maar te danken aan één persoon (...) En geheel in de lijn van zijn genialiteit is hij ook in de vergetelheid geraakt.' Inderdaad: Robert Jasper Grootveld.

Remco Campert, Simon Carmiggelt, Simon Vinkenoog, Jan Vrijman, allen, ontdekte Duivenvoorden, waren ooit door het fenomeen Grootveld geraakt. Vrijman onderscheidde hem met de titel ' supernozem', en schreef in zijn column in deze krant: ' In den beginne was Robert Jasper Grootveld.' Grote woorden voor een man die door degenen die niet door zijn charisma waren getroffen, vooral werd gezien als een rare schertsfiguur, aan wiens daden geen al te diepe betekenis moest worden toegekend.

Bij een nieuwe afspraak met Grootveld - die deze keer een stuk helderder was - ontstond het idee voor een biografie. Duivenvoorden is daarbij minutieus te werk gegaan. Grootvelds jeugd wordt tot op de komma uitgeplozen. Zijn gecompliceerde persoonlijkheid wordt soms aan wat té vergaande analyses onderworpen. Zou het misschien ook kunnen dat niet achter elke handeling van Robbie een diepere gedachte of openbaring schuilging?

Schrijfvoer voldoende overigens. Grootvelds vriendschappen en knallende ruzies met mannen als Vrijman en Vinkenoog, zijn levenslange voorliefde voor dameskleding, zijn relaties met mannen en vrouwen, de happenings en zijn curieuze relatie met Provo, de politie en het koningshuis, alles komt aan de orde.

Zijn eerste opmerkelijke daad in Amsterdam verrichtte hij in 1955. Op een vlot dreef hij als ' drenkeling' door de gracht. ' Overal stapten,' aldus een journalist die het spektakel versloeg, ' mensen van hun fietsen. Ze draaiden de raampjes van hun wagens neer, traden naar de wallenkant en keken toe. Met vaak begerige blikken in hun ogen.' De beelden verschenen zelfs in de Verenigde Staten, van coast to coast.

In die tijd verschenen in Amsterdam ook de nozems in het stadsbeeld en prijkten Bill Haley & his Comets bovenaan de hitlijsten met Rock around the clock. Er stond wat te gebeuren, er hing iets ' nieuws' in de lucht.

Grootveld had inmiddels ook weer een nieuw baantje - glazenwasser van het Hirschgebouw - en was ook in een nieuwe vriendenkring beland. Huub Janssen, de levensgezel van Wim Sonneveld, introduceerde hem in het Sonneveldkringetje. Grootveld: ''Ik vond Huub geen aardige man, maar ik ben hoerig als het erop aankomt iets te bereiken wat me op andere wijze niet lukt.''

Eén van de merkwaardigste verhalen uit die periode gaat over Grootvelds samenwerking met Sonneveld bij het schrijven van het nummer Poen, poen, poen, poen. ''Hij had me nodig, want hij wilde een imitatie van een Amsterdamse straatjongen spelen en ik had een boekje gelezen waarin alle Amsterdamse namen voor geld stonden: een duppie is een beissie, een kwartje is een heitje, een gulden is een piek en een rijksdaalder is een knaak. '' Volgens Grootveld reikte hij Sonneveld ook de volgende Amsterdamse tekst aan: ' Een kleurtje op d'r waffel, wat poeier op d'r snufferd, d'r gooser zegt verliefd: nu ben je net een paapiekraak (een pijpje krijt).'

Waar of niet waar? ' Het is één van die vele verhalen van Robbie,' denkt Duivenvoorden, ' waarbij je, als je ze voor het eerst hoort, denkt: het zal wel. Maar als in de loop van de tijd het ene na het andere eigenaardige verhaal door diverse bronnen wordt bevestigd, ga je je toch afvragen of in al zijn verhalen niet ten minste een kern van waarheid schuilt.'

Uiteindelijk zou Grootveld door Sonneveld uit diens kring worden verbannen met de woorden: ''Ja, moet je horen, Robèrt, ik heb niks tegen glazenwassers, timmerlieden of stratenmakers, maar ze zijn bij voorkeur niet mijn vrienden. ''

Ondertussen had Grootveld de smaak van ' het happenen' te pakken gekregen. Wie het horen wilde droeg hij zijn geloof in Sinterklaas - ' Klaas Komt!' - uit.

Maar de grote doorbraak kwam toen hij in 1961 sigarettenreclames begon te bekladden met ' Kanker' of gewoon ' K'. De kladderactiviteiten deden hem een aantal keren in het gevang belanden. Maar daar werd hij alleen maar fanatieker van. Ondertussen pafte hij zelf gewoon door. In één van zijn Kronkels haalde Carmiggelt dat merkwaardige rookgedrag aan: ' Een interessant detail dat hem karakterologisch in sterke mate compliceert.'

In de Korte Leidsedwarsstraat opende Grootveld zijn eigen K-Kerk, onderkomen voor zijn ' bewuste nicotinisten'. Hij probeerde ook weer contact op te nemen met Reve, die zijn aanwezigheid echter niet meer aankon. In een brief aan Wimie schreef hij: ' Het is me meer aan het hoofd dat ik kan verdragen.'
Geen Reve dus in de K-Kerk, wel mensen als Harry Mulisch én de politie, die bij de opening noteerde: ' Er werd geconstateerd dat de heer Grootveld een toespraak hield, gekleed in een merkwaardig kostuum en met hoofddeksel met ingebouwde tabakspijp.'

Toen Grootveld de tempel uiteindelijk wilde sluiten met ' een gecontroleerde brand', ging de hele boel in de fik. Maar de antirookmagiër was niet meer te stuiten. Zijn ultieme halte: het Lieverdje op het Spui, waar hij met zijn happenings veel volk trok. Angst voor de politie, die geregeld ingreep, had hij niet. ''Ik was, '' zei hij dikwijls, ''zelf de kleinzoon van een politieman. ''

De faam deed hem goed. De happenings gaven hem, aldus vrienden, houvast. En hij werd 'ontdekt' door een nieuwe beweging: Provo.

Het was een vreemd huwelijk tussen Grootveld en de oproerige jongeren. Hun aanwezigheid bij het Lieverdje liep meer en meer uit op clashes met de politie. Grootveld raakte erdoor van streek, liet zich minder vaak zien, was bang dat doden zouden vallen en voelde zich verantwoordelijk. Later zou hij zeggen: ''Ik ben gestrand in het succes van Provo. ''

Nadat Provo zich in 1967 had opgeheven, belandde Grootveld in een crisis. Maar hij keerde terug met nieuwe happenings en initiatieven. En hij begon te bouwen: vlotten van piepschuim en autobanden. Maar ook zijn inmiddels beruchte manische buien, dronkenschap en onrust keerden terug. Het kostte hem zijn relatie, vrienden deden de deur niet meer open. Buurtkinderen die hem tegenkwamen voor de deur van Albert Heijn, vertelden: ''Hij deed heel irritant en schreeuwde vaak, maar met de kinderen uit de buurt praatte hij heel aardig. Ze zeggen dat hij vroeger een bekende schilder was. Maar zijn vrouw ging bij hem weg en toen ging hij drinken en een beetje zwerven. ''

Die tijd ligt inmiddels achter hem. Grootveld heeft nu zijn eigen kamer in het verzorgingshuis Sint Jacob. En met het boek is hij weer helemaal in the picture: publicity, publicity, publicity! (CORRIE VERKERK)

Eric Duivenvoorden: Magiër van een nieuwe tijd
De Arbeiderspers, Euro 29,95.



Grootveld heeft het boek nog niet uit
Robert Jasper Grootveld heeft het boek nog niet helemaal gelezen. ''Ik blader er wat in. '' En ja, het gaat goed met hem, laat hij vanuit zijn kamer in verzorgingshuis Sint Jacob aan de Plantage Middenlaan weten. Al is hij rustiger geworden, stiller. In hectischer tijden zei hij wel eens: ''Ik wil een gewoon mens zijn, ik ben niet gek. Ik ga opnieuw beginnen. Ik wil een mens zijn zoals iedereen. '' Al kon hij tegelijkertijd ook oprecht uitroepen: ''Ik beschouw mezelf als een exhibitionist. ''

Wat we van het boek vonden. ''Heerlijk of eerlijk? '' klinkt het door de telefoon. ''Of allebei!?! ''

Het verschijnen van de biografie heeft hem ook weer een stimulans gegeven. ''We zijn gisteren nog langs geweest en hij was er ontzettend mee in zijn nopjes, '' aldus goede vriend Arie Taal. Nee, het verbaast hem niet dat Grootveld zo openhartig is geweest.''Dat is typisch Jasper. Waar iemand anders van zou denken dat hij dat maar beter niet kan zeggen, is hij, zoals zijn biograaf ook schrijft, de schaamte voorbij. Helemaal. ''

Grootveld in 1979 op een festival in Rotterdam. Foto ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden