Plus

De keerzijde van het succes van de stad: 'Jonge mensen zijn hier niet meer'

Het succes van de stad heeft een keerzijde: ontvolking en armoede aan de randen van het land. Neemt Amsterdam zijn verantwoordelijkheid?

'We hebben niet de illusie dat we de krimp kunnen tegenhouden' Beeld Marijke Stroucken

Waar nog niet eens zo lang geleden de Belgen massaal hun seksboekjes kochten, krioelt het tegenwoordig van de toeristen in de straten van het Zeeuws-Vlaamse Sluis. Grijze duiven, kalende koppen. Ze verdringen zich op de Groote Markt rondom het prachtig gerestaureerde Belfort, op de middeleeuwse stadswallen en in de kleine straatjes vol met winkels en terrassen.

Schijn bedriegt.
Een avond buiten Amsterdam, dichtte de dichter.
Onder het raam
van mijn hotel zie ik drie jonge obers roken.
De kok - veel buik, veel kuif - heeft tongen ­zitten troosten
en staat hardop van beter werk te dromen. Vraag
je hem naar Sluis, dan klinkt het nors: 'Een heel kort woord,
drie letters.' Ook de obers willen hier ooit weg.
Ik hoor hoe Zeeland zucht: bewoners, kom ­terug.
Maar zelfs de zee nam hier de vlucht.

Leegloop
Amsterdam deed drie jaar geleden stadsdichter Menno Wigman cadeau aan het stadje in het uiterste zuidwesten. Vanuit hotel De Dikke van Dale - de grondlegger van het woordenboek werd hier in 1828 geboren - deed hij een week kond van zijn literaire belevenissen ter plekke.

Sluis, of beter gezegd de gemeente Sluis met zijn zestien woonkernen en bijna vijftig buurtschappen, kampt met ernstige krimp door leegloop en vergrijzing. Deze week maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek nog bekend dat een kwart van de mensen in Zeeuws-Vlaanderen 65 jaar of ouder is. Daar kunnen vijf miljoen bezoekers per jaar niet tegenop.

Minder fortuinlijken
Bij zijn aantreden als burgemeester van Amsterdam in 2010 deed Eberhard van der Laan de burgers van Sluis een dure belofte. Zoals zijn voorganger Job Cohen de boel een beetje bij elkaar hield, kwam hij met 'de verantwoordelijke hoofdstad': een stad die haar succes deelde met de minder fortuinlijken, waaronder de krimpgemeenten Sluis, Delfzijl en Heerlen.

Enthousiasme alom, aldus Van der Laan. In 2014 werd de samenwerking tussen de succesvolste stad van Nederland en de drie heftigste krimpregio's aan de uiterste randen van het land officieel geformaliseerd op de ambtswoning aan de Herengracht met een vierjarige overeenkomst. Maar is er, nu we halverwege zijn, ook al iets van terechtgekomen?
Geen idee, zegt Bettina Bock, hoogleraar bevolkingsdaling en leefbaarheid aan de Rijksuniversiteit Groningen. "Ik heb er weleens van gehoord, maar of er concreet iets gebeurt?"

Prachtig gebaar
Vreemd. "Maar ik vind het wel een geweldig idee," haast ze zich te zeggen. "Een prachtig gebaar, een teken van solidariteit. Krimp wordt vaak gezien als een probleem van de regio, terwijl je krimp en groei niet los van elkaar kunt zien. Het succes van de stad heeft een keerzijde: de leegloop van de randgebieden. Dat is een gedeelde verantwoordelijkheid."

Wie wil weten hoe krimp er in de praktijk uitziet, doet er goed aan eens een kijkje nemen in de buurtschappen rond Sluis, met illustere namen als Akkerput, Boerenhol, Vuilpan, Mollekot en Scherpbier. Lekkende daken, dichtgespijkerde ramen en bordjes met 'Te Koop'.

Beeld Marijke Stroucken

Hennepkwekerij
In Draaibrug, op luttele kilometers van Sluis, staat een bejaarde vrouw voor haar vervallen woning, onderdeel van de oude tramremise die in betere tijden zorgde voor de nodige werkgelegenheid. Ze klaagt over de criminaliteit. Waar vroeger de loodsen van de boeren vol lagen met 'patatten', worden ze nu gebruikt als hennepkwekerij of drugslaboratorium.

"Wil Amsterdam helpen?" zegt ze. "Mooi hoor, maar ik heb hier nooit iemand gezien."

Sloopkogel
Wie ook maar de geringste ambitie heeft, verlaat de streek en komt nooit meer terug. "Mijn jongste heeft het wel geprobeerd hoor," zegt Mia van de Veire (67) uit Oostburg. Na zijn studie econometrie in Rotterdam heeft hij een baan gehad bij de Westerscheldetunnel. Er zat geen toekomst in. Nu woont hij in Delft, net als zijn oudste broer, die bedrijfskunde deed.

Ze zucht. Moeilijk, moeilijk. "Er zijn hier geen jonge mensen meer."

Delfzijl
Aan de andere kant van het land ligt Delfzijl. In de jaren zeventig dachten ze dat het havenstadje door zou groeien tot 80.000 mensen, zegt burgemeester Gerard Beukema. Er wonen er nu slechts 25.000. In de bouwwoede werd ook het oude centrum hard getroffen. Beukema wijst op een halfgevulde flat, rijp voor de sloopkogel. "Dat is geen goed beeld," zegt hij met gevoel voor understatement.

Op het pleintje voor de flat staan de zeventienjarige tweelingbroers Sander en Lucas Hovenkamp bier te drinken. Er is niets te doen, klagen ze. Alles sluit en in discotheek 2Night komen alleen nog maar dertienjarigen. Ze hebben in Rotterdam gewoond, maar heimwee dreef hen na twee jaar terug naar het noorden.

"Ik werk bij een schoonmaakbedrijf," zegt Sander en haalt zijn schouders op. Zijn vader werkt er ook. Als Amsterdam wil helpen, opperen de broers, dan kunnen ze misschien een beetje gezelligheid organiseren. Nu moeten ze het doen met de jaarlijkse pinksterfeesten.

Als Amsterdam wil helpen, dan moet de stad zorgen voor werkgelegenheid, zegt Harry Mulder (62) van autobedrijf Mulder Steendam.

Minzaam lachend: "Maar daar heb ik nog niets van gemerkt."

Hoofd boven water
Als vrijwilliger van de samenwerkende kerken in Delfzijl wordt hij wekelijks met de leegloop geconfronteerd. Zeventien kerkelijke gezindten kent het stadje - en geen enkele kan zelfstandig het hoofd boven water houden. "De mensen willen beleving," zegt hij. "Dat kun je in de grote stad volop vinden. Daar ervaart men de groots­heid van de massa. Hier heb je met vijftien man in de kerk op zondag geen enkele beleving."

In Delfzijl kwamen een week geleden tijdens het nautisch evenement Delfsail de burgemeesters van Sluis, Heerlen en Delfzijl bijeen om de voortgang van de samenwerking te bespreken. Die komt vooralsnog vooral neer op het delen van kennis en het ondersteunen van culturele activiteiten. Opvallend vaak valt in combinatie met de term 'ambitie' het woord 'realistisch'.

Samenwerking
Pas nog heeft hij meegelopen met de nachtdienst van de Amsterdamse politie op het Rembrandtplein, zegt burgemeester Ralf Krewinkel van Heerlen, dat in de jaren zestig en zeventig zwaar getroffen werd door de sluiting van de mijnen. "Daar heb ik heel interessante dingen gezien, waar wij ons voordeel mee kunnen doen. Ik ben daar heel tevreden over."

Waar zijn voorganger Paul Depla nog likkebaardend de komst aankondigde van een UvA-faculteit naar zijn stad, zegt Krewinkel bescheiden: "Als de kennis van onze ambtenaren toeneemt door de samenwerking, gaat de bevolking er wellicht ook wat van merken."

Burgemeester Annemiek Jetten van Sluis: "De beste samenwerking is samenwerking waar je weinig van hoort."

Beukema: "Het is een typische werkrelatie."

Een druppeltje water op een hevig gloeiende plaat.

Ontvolking

Krimpexpert Bock kijkt er niet van op. "Het is een gebaar in de goede richting," benadrukt ze nogmaals. "Maar als je echt iets wilt bereiken heb je ander beleid nodig. Stad en regio zijn communicerende vaten. Als het drukker wordt in de stad, wordt het stiller in de regio. Als je als landelijke overheid blijft zeggen dat de Randstad de motor van Nederland is, dan zeg je ook dat de randen van het land er niet toe doen."

Natuurlijk kun je het Concertgebouworkest een keer naar Delfzijl sturen, zegt ze. "Maar dat zal de ontvolking en armoede niet tegenhouden. Dat kan alleen door weer structureel te investeren in de regio. Doe je dat niet, dan zal de situatie op een gegeven moment onomkeerbaar worden. Dan ontneem je de regio de kans op revitalisering. En bedenk dan dat ruimtelijke segregatie ook veel kosten met zich meebrengt."

De woordvoerder van burgemeester Van der Laan: "Er zijn geen keiharde streefcijfers en rapportages. We hebben ook niet de illusie dat we de krimp kunnen tegenhouden. We kunnen hooguit hier en daar bijstaan met advies en kijken of we kunnen helpen bij grote of lastige problemen."

Beeld Laura Van Der Bijl
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden