Opinie

De Kalverstraat had iets magisch, maar ook iets goors

James WorthyBeeld Agata Nowicka

In mijn jeugd was naar de Kalverstraat gaan een uitje. Mijn moeder en ik pakten de 16, stapten uit op Muntplein, liepen in twintig seconden door de V&D heen en dan stonden we op de plek waar we wilden zijn. De Kalverstraat.

Ik hield van de Kalverstraat. Ik hield van De Slegte waar ik mijn schoolboeken en die van mijn zus verkocht. Ik hield van De Bonneterie waar ik mijn polo's met schoolboekengeld afrekende. En ik hield van platenzaak Fame waar ik al mijn favoriete albums en films kon vinden.

De Kalverstraat had iets magisch, maar ook iets goors. De Kalverstraat was een goochelaar met een koortslip. Betoverend en besmettelijk tegelijk. Zelfs als je geen geld bij je had, ging je met iets naar huis.

En die steegjes. Man, die steegjes. De Gapersteeg, de Spaarpotsteeg, de Duifjessteeg. Ze roken allemaal naar urine.

Soms, als mijn moeder een duur parfum had ­gekocht, spoot ik de proefmonsters die ze erbij had ­gekregen leeg in de steegjes. De monsters lieten de stad lekker ruiken. Voor even maakte de plasgeur plaats voor Anaïs Anaïs of een ander heftig overgangsluchtje.

Ik weet ook niet waarom ik in de verleden tijd over de Kalverstraat schrijf, maar ik liep gisteren door de ­beroemde straat en het voelde niet meer als een uitje. Nee, het voelde als zelfpijniging.

De Kalverstraat was mijn slachthuis geworden. Snel vluchtte ik de Zara in. Een goede vluchter ben ik nooit geweest. Ik vluchtte van de spin door in zijn lijmerigste web te rennen.

In de Zara deed een van de roltrappen het niet. Gelukkig, dacht ik, want niets kan mij zo plezieren als een ­kapotte roltrap. Elke keer als ik een kapotte roltrap zie, moet ik aan de veel te vroeg gestorven Mitch Hedberg denken. Het was Hedberg die ooit zei: "I like escalators, because an escalator can never break; it can only become stairs."

Als ik het even moeilijk heb, denk ik aan die woorden. De dingen gaan nooit stuk, de dingen worden gewoon iets anders. Op mijn nachtkastje staat een wekker die al drie jaar kapot is. Het is al drie jaar 13.42. Mijn wekker is geen wekker meer, maar een prachtige ode aan het tijdstip 13.42.

Boven aan de kapotte roltrap keek ik naar de mensen die beneden op de roltrap stapten. Ik keek naar dat enige magische moment van zelfoverschatting. Mensen zien van een afstandje al dat de roltrap niet werkt, we zien het allemaal, maar toch stappen we vol goede hoop de roltrap op. Alsof de roltrap speciaal voor ons uit de coma zal ontwaken. En dan dat gemopper. Dat heerlijke gescheld.

Een vrouw van om en nabij de 60 jaar oud stapte de roltrap op. In allebei haar handen had ze minstens vijf trossen plastic tasjes. Haar bankrekening was inmiddels zo leeg dat je een echo kon horen als ze haar pin-code invoerde.

"Godverdepleuris, dat heb ik weer. Een lamme roltrap," zei de vrouw. De Nederlandse taal is op haar mooist als er dingen zijn die kapot lijken. Maar niets gaat ooit echt kapot. Dingen worden iets anders.

Misschien moet ik ook zo naar de Kalverstraat kijken. De straat is niet dood of kapot, nee, de straat is gewoon iets anders geworden.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden