Femke van der Laan.Beeld Agata Nowicka

De jongste zit in de trein. Hij reist alleen

PlusFemke Van der Laan

Ik zit op een bankje op het perron en kijk naar de jongste. Hij zit in de trein. Een paar minuten geleden reed de trein het station binnen. Hij was meteen ingestapt, hoewel het nog wel even zou duren voor de trein weer zou vertrekken. We hebben een paar keer onze handen opgestoken, een paar keer een raar gezicht getrokken, een paar keer op denkbeeldige horloges gekeken. Daarna pakte hij zijn telefoon en ging ik op het bankje zitten. Nu kijkt hij af en toe op en kijk ik terug.

De man naast mij op het bankje zet zijn hand op de zitting en buigt een beetje naar me toe. “Is het zijn eerste keer?”

De hand tussen ons in bibbert een beetje. Net als het gezicht van de man. Maar zijn mond glimlacht zonder trilling.

Ik steek twee vingers in de lucht. “Zijn tweede keer.”

“Spannend?”

Ik kijk naar de jongste achter het raam. “Hij wordt opgehaald. Er staat iemand op hem te wachten zo meteen, op het perron.”

De man en ik draaien onze hoofden in de richting waarin de trein straks zal rijden, alsof we als we met onze ogen het spoor volgen de plek kunnen zien waar de jongste uit zal stappen.

“Zo deed mijn moeder dat vroeger ook met mij.” De man kijkt weer mijn kant op. “Dan zette ze me op de trein en dan werd ik er aan de andere kant uitgevist. Door mijn tante. Die woonde helemaal in het oosten. Dat was machtig mooi hoor, zo’n treinreis, op die leeftijd.”

We kijken allebei naar de jongste. Zijn hoofd gaat net weer naar beneden. Ik probeer in te schatten wanneer het geweest moet zijn, dat de man op de trein werd gezet door zijn moeder. Wanneer zoiets machtig mooi was.

“Het was na de oorlog.”

“Om aan te sterken?”

“Ja, dat zeiden ze hè? Maar volgens mij was dat het niet, hoor. Het was een paar jaar later en ik was helemaal geen magere jongen. Nee, mijn moeder vond het gewoon fijn, een kind minder. Dat zei ze ook: ‘Fijn, een kind minder.’”

Hij is even stil.

“Dus ging je.”

De glimlach is weg. Ergens klinkt een fluitsignaal. De deuren van de trein gaan dicht. De jongste kijkt niet op, ook niet als de trein langzaam in beweging komt. Ik zwaai in de hoop dat hij iets ziet bewegen in zijn ooghoek en mijn kant op kijkt.

“Hij ziet je niet.”

“Nee.”

De man zwaait met me mee. “Ik keek mijn moeder altijd na tot ze helemaal verdwenen was.”

We blijven zwaaien tot het staartje van de trein ons passeert. Dan glimlacht de man weer. “Dit is beter.”

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden