Column

De jongen uit Heerlen en nobelprijswinnnaar Ernest Hemingway

 

Theodor Holman
Theodor Holman Beeld Het Parool
Theodor HolmanBeeld Het Parool

Hoorde gisteren een verhaal uit 1946. Ik wil er een film van maken.

Het speelt zich af in Limburg, in de buurt van Heerlen. Een jongetje van elf ziet aan het begin van de oorlog de Duitsers langstrekken. Dat duurt vijf minuten. Maar net in die vijf minuten valt vlak voor hem een Duitse soldaat van zijn motor. De soldaat wordt meegenomen, maar als de jongen 's avonds gaat kijken, ligt die motor er nog. Hij neemt hem mee naar huis.

Vijf jaar is er geen Duitser in zijn dorp te zien; het leven gaat gewoon verder. De motor is het enige speelgoed van de jongen. Hij haalt hem helemaal uit elkaar en zet hem dan weer in elkaar. Dat gaat zo vijf jaar door.

Dan komen de Duitsers weer vijf minuten langs; ze zijn op de terugweg. Dat is alles wat de inmiddels zestienjarige jongen van de oorlog heeft meegemaakt.

De Britten arriveren.

De jongen doet allemaal boodschapjes voor ze. Hij ziet een motor staan die kapot is en weet hem in een handomdraai te repareren.

De Engelsen geloven niet wat ze zien. Ze maken expres een motor kapot, en weer weet de jongen hem te maken.

Een Engelse officier gaat naar zijn moeder en vraagt of hij mee mag met de Britse troepen. Dat mag. 'Goed voor zijn talen,' zegt zijn moeder. De jongen reist met de Engelsen mee en komt terecht in Berlijn.

Daar is een man die eigenlijk niet op een motor kan rijden en die dus steeds in de vernieling helpt. De jongen moet hem constant maken.
Maar de man blijft de motor opblazen en besluit de jongen gewoon achterop mee te nemen. 'Ernest Hemingway,' stelt de man zich voor.

De jongen klimt achterop de motor en de man rijdt in één keer van Berlijn naar Parijs, iets meer dan 1100 kilometer. Bij elke stop vertelt die mijnheer Hemingway verhalen. Over de inval in Normandië, over het leiden van een Spaanse verzetsgroep, over hotel Ritz, over vrouwen...
Maar in Parijs is mijnheer Hemingway opeens weg. De jongen mag de motor houden.

Hij reist ermee terug naar Nederland. Aan benzine komt hij door die 's nachts over te hevelen uit Engelse en Amerikaanse legervoertuigen.
In 1954 slaat hij de krant open - en hij ziet de foto van de Nobelprijswinnaar.

Hij schrikt.

Wilt u reageren op deze column? Dat kan! Scroll een beetje naar beneden om een reactie te plaatsen of stuur een mail.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden