Plus

'De Jodenvervolging had voor de regering geen hoge prioriteit'

Historicus Katja Happe analyseert in Veel Valse Hoop waarom zo veel Joden uit Nederland werden gedeporteerd en vermoord. Het is de eerste grote monografie over dit onderwerp geschreven door een Duitser.

Op de Polderweg wachten 500 Joden op transport naar Westerbork, zomer 1943Beeld NIOD

Historici Jacques Presser en Loe de Jong schreven er eerder boekwerken over. Maar eigenlijk, zegt Happe (47), kun je pas vijftig jaar na een oorlog goed terugblikken op de gebeurtenissen. Haar boek Veel Valse Hoop is gelardeerd met dagboekfragmenten, ­getuigenissen en cijfers.

Er waren in Nederland 140.552 Joden, 14.549 half-Joden en 5179 kwart-Joden. Van de 107.000 gedeporteerde Joden overleefden er 5000 de kampen. Meer dan 25.000 Joden doken onder en meer dan 6000 Joodse kinderen werden ondergebracht bij niet-Joodse gezinnen. Meer dan 12.000 Joden werden op hun schuiladres opgepakt.

Nergens in Noord- en West-Europa zijn in de oorlog zo veel Joden vermoord als in Nederland: 75 procent van alle Joden.

De Jodenvervolging in Nederland was volgens de auteur zo efficiënt door een combinatie van factoren: de lakse houding van de Nederlandse bevolking, de afwachtende houding van de regering in ­ballingschap, de medewerking van de Joodsche Raad, waardoor allerlei voor Joden beperkende maatregelen versneld en efficiënt konden worden doorgevoerd.

Bovendien was er de ruimhartige ­medewerking van de politie bij het ophalen van de Joden.

Het kabinet in ballingschap ondernam weinig vanuit Londen om de Nederlandse Joden te redden. Waarom riep het kabinet-Gerbrandy niet op tot verzet?
"De Jodenvervolging had voor de regering geen hoge prioriteit. Het winnen van de oorlog was belangrijker. De Jodenvervolging was slechts een van de vele problemen. De politie kreeg ook geen instructie van de regering om zich weigerachtig op te stellen en werkte hard mee aan het oppakken van Joden."

Hoe groot was het aandeel van de Joodsche Raad in het grote aantal weggevoerde Joden?
"Heel groot. De Duitsers konden de anti-Joodse maatregelen snel en efficiënt doorvoeren. Ze hadden er al ervaring mee in eigen land. De ­deportaties verliepen zonder veel tumult. Als de Raad had gezegd: 'Duik onder', dan was het heel anders verlopen."

"Veel Joden zagen het ­gevaar niet. Ze konden in de steden ook niet goed onderduiken. De titel van mijn boek verwijst naar de valse hoop die de Duitsers gaven. Joden konden zich op lijsten laten plaatsen, ­zodat ze niet zouden worden gedeporteerd: een protestantse lijst, een lijst voor medewerkers van de Joodsche Raad, een uitwisselingslijst met Palestina en de Calmeyerlijst (voor wie had ­bewezen niet of ten dele Joods te zijn, opgesteld door de jurist Calmeyer, red.). Gedurende de oorlog halveerden de Duitsers die lijsten of ze negeerden ze."

Waarom zijn er bij onze zuiderburen minder ­Joden gedeporteerd?
"Nederland had niet eerder een bezettings­regime meegemaakt, anders dan België in de Eerste Wereldoorlog. De Belgen hadden gezien waartoe de Duitsers in staat waren. Zij probeerden hun Joodse landgenoten te beschermen en ageerden tegen deportatie. Het aantal Joden dat uit deportatietreinen uit België en Frankrijk vluchtte, was ook veel hoger."

De Nieuwsbrief van Pieter 't Hoen, voorloper van het illegale Parool, repte na de schorsing van Joodse ambtenaren als eerste over de beperkende maatregelen voor de Joden. Welke rol speelden de illegale kranten?
"Zij hadden een belangrijk aandeel in het verzet. In het begin haalde het niet veel uit en bleef de niet-Joodse bevolking passief. Gehoorzaamheid aan de overheid kent een lange traditie bij de Nederlanders. Ook de Joden vulden formulieren trouw in. Later kwamen er door illegale berichtgeving wel mensen in actie, vooral vanaf eind 1942."

Waarom vroegen veel Nederlanders zich pas na de oorlog af of zij zich voldoende hadden verzet?
"Na de oorlog werden de Joden nog steeds slecht behandeld in Nederland. Pas in de jaren zeventig kwam bij veel mensen de vraag op waarom zij zich niet hadden verzet. De gebeurtenissen van een oorlog moeten eerst landen. Het duurt wel veertig tot vijftig jaar totdat er een nieuwe zienswijze is. Dat zie je ook bij andere gebeurtenissen in de geschiedenis."

Vanwaar uw interesse in de geschiedenis van de Jodenvervolging in Nederland?
"Er zijn niet veel Duitsers die aandacht besteden aan de Nederlandse geschiedenis. De Duitse jeugd vindt het onderwerp saai. 'Moeten we weer over Hitler en het nationaalsocialisme praten,' zeggen ze als hun geschiedenisleraar erover begint."

"Mijn grootvader zat bij de SS. Hij sprak er thuis niet over. De verhalen gingen er alleen over dat hij vanuit Frankrijk chocola naar huis stuurde. Maar daar komt niet mijn ­interesse vandaan. Ik wil begrijpen waarom mensen tot zo'n gruwelijke daad kwamen. Hoe breng je mensen zo ver?"

Katja Happe: Veel Valse Hoop. Atlas ­Contact, €39,99.

Katja Happe (1970), onderzoeker bij Niod sinds 2001, studeerde ­onder meer geschiedenis in ­Groningen, geboren in Ziegenhain (Hessen)Beeld Ferdinand Schöningh

Getuigenissen uit Veel Valse Hoop
"Het is ons onmogelijk in het niet meer vrije Nederland te leven, daarom hebben wij een einde aan ons leven gemaakt"
Afscheidsbrief van het Amsterdamse echtpaar Levy, 14 mei 1940

"De zwervers van Oranje spreken medelijdend over de Joden en doen totaal niets om ons leed te ­verzachten. Tuig, tuig"
Dagboek van onderduiker Abraham Cohen, 1942

"Het schijnt, buiten Polen, dus in het Westen, nergens zo genadeloos tegen de Joden te gaan als in Holland"
Dagboek van Sam Goudsmit, 9 september 1942

Loe de Jong over Jodenvervolging
Alle passages over de Jodenvervolging uit het veertiendelige overzichtswerk Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog van Loe de Jong zijn gebundeld in twee boeken. Jodenvervolging in Nederland 1940-1945 verschijnt deze week. De uitgave kwam tot stand in samenwerking met het Niod,­ ­instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies.

Historicus De Jong (1914-2005) schreef de reeks boeken tussen 1969 en 1994. In de inleiding van het nieuwe werk schrijft Boudewijn Smits, biograaf van De Jong: 'Pijnlijke ervaringen in de oorlogsjaren hebben het oeuvre van de historicus gekleurd. Zijn wetenschappelijke geschiedschrijving is tevens een persoonlijk verhaal dat is verweven met zijn achtergrond als Joods overlevende. De vernietigende uitwerking van de Shoah heeft bij De Jong een academische obsessie voor de Tweede Wereldoorlog in de hand ­gewerkt (...) Hoe kan iemand anders in staat zijn geweest zo'n omvangrijk werk als Het Koninkrijk te schrijven?' Smits en collega-onderzoekers Frank van Vree, directeur van het Niod, en Conny Kristel, onderzoeker van het Niod, ­belichten in Jodenvervolging in Nederland het leven en werk van De Jong. Deze uitgave was volgens de uitgever een lang gekoesterde wens van De Jong.

Jodenvervolging in Nederland 1940-1945. Verbum, € 49,50.

Spui25, woensdag 25/4, 20 uur. Avond met lezingen over geschiedschrijving, ter gelegenheid van de publicatie van dit boek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden