Plus

De jeugdbescherming heeft vele gezichten

De gemeente moet ingrijpen als ouders hun kind onveilig opvoeden, maar slaagt daar niet altijd in. 'Hoeveel is een goede jeugdbescherming waard?'

Beeld Ted Struwer

Ze komen m'n kinderen bij me weghalen. Dat was de eerste gedachte die Mike Fisher (38) had toen hij te maken kreeg met de Amsterdamse jeugdbescherming.

Want dat het erg scheef zat tussen hem en zijn ex, dat kan hij niet ontkennen. En dat de kinderen daar last van hebben, beaamt hij ook.

Fisher, een Surinaamse man met een baardje, zegt dat de problemen begonnen toen hij een nieuwe vriendin kreeg. De lange relatie met de moeder van zijn kinderen was spaak gelopen, maar samen met zijn ex bleef hij voor het kroost zorgen.

Ze maakten afspraken over wie wanneer in het gezamenlijke huis verbleef en voor de kinderen zorgde. Soms waren ze samen in de woning. Dat ging mis.

Zijn ex beschuldigde hem van huiselijk geweld. In het bijzijn van de kinderen heeft hij haar klappen gegeven en van de trap geduwd, zegt ze. Nooit gebeurd, zegt Fisher. Ze heeft het verzonnen, omdat ze boos is dat hij haar in de steek liet.

De politie kreeg de eerste meldingen van huiselijk geweld na de relatiebreuk, maar vond er geen bewijs voor.

Er kwamen vijf hulporganisaties langs bij Fisher en z'n ex, die in hun rapportages allemaal lazen dat Fisher zijn partner zou mishandelen. "Als het eenmaal in een dossier staat, blijft het er staan," zegt hij.

"Ik moet me telkens verdedigen tegen iets wat ik niet heb gedaan."

Uiteindelijk kwam ook de jeugdbescherming over de vloer, de hulporganisatie met het meeste gezag. De ex van Fisher was met de kinderen vertrokken, jeugdbescherming moest ervoor zorgen dat Fisher zijn kinderen weer zag, maar slaagde daar niet in.

De kinderen bleven bij moeder, tot verdriet en frustratie van Fisher.

De jeugdbescherming had vele gezichten, zo zag Fisher. In vijf maanden zag hij vijf gezins­managers. Fisher is de medewerkers bij­namen gaan geven, zo kon hij hen beter onderscheiden. 'Groentje' vond hij ergst.

"Een jong meisje dat net uit de schoolbanken kwam. Ze had niet de bagage en de ervaring voor zo'n moeilijke taak."

Het zijn veelgehoorde klachten over de jeugdbeschermingsinstanties: het duurt lang voor ze in actie komen, er is te weinig continuïteit in de begeleiding van een gezin, het ontbreekt aan een duidelijke afbakening tussen feit en mening in de rapportages en gezinsmanagers zijn jong en onervaren.

'Afdeling puinruimen'
De Amsterdamse Kinderombudsman Anne Martien van der Does schreef op basis van 44 klachten een rapport met kritische noten over de Amsterdamse jeugdbescherming.

"Een gezin dat goed is geholpen door een toegewijde professional klopt nooit bij me aan," zegt ze. "Ook al zijn die gezinnen waarschijnlijk in de meerderheid. Maar er zijn daarnaast ook gerechtvaardigde klachten."

Amsterdamse jeugdrechters beamen dat. Zij maken zich ernstige zorgen.

Claire Vlug, bestuurder van Jeugdbescherming Amsterdam, kent de klachten. Ze wil er graag iets aan doen, maar met name het grote verloop van personeel - dat leidt tot wachtlijsten en gebrek aan continuïteit voor gezinnen - is lastig te bestrijden.

Beeld Jet De Nies

"We hebben onderzoek gedaan onder de mensen die bij ons vertrekken," zegt Vlug. "Zij voelden zich soms te machteloos om echt iets te doen voor het kind. En ze vonden het werk te zwaar. Terecht, je moet sterk in je schoenen staan."

Inge Bruinsma (34) beaamt dat. Ze vertrok twee jaar geleden als gezinsmanager bij Jeugdbescherming, na een jarenlange loopbaan op 'de afdeling puinruimen', zoals ze zelf zegt.

"Ik deed de moeilijke gevallen in Amsterdam Noord. De gezinnen met de strafbladen, de gezinnen waar ze een vechthond op je dreigden af te sturen."

Ze erkent dat het zwaar is om bij zulke families de kwaliteit van de opvoeding en de veiligheid van het kind te bespreken, maar ze vindt ook dat haar werkgever steken heeft laten vallen.

"Was ik tot half twaalf 's nachts in de weer geweest om een opvangplek voor een kind te zoeken, moest ik de volgende ochtend om negen uur weer op kantoor zijn. Ik hield geen privéleven meer over. Het was leuk geweest als een leidinggevende 's avonds eens had gebeld om te vragen of ik überhaupt was thuisgekomen van een gezins­bezoek."

Omdat Bruinsma met ruzie vertrok en nog steeds in de jeugdzorg werkt, wil ze niet met haar echte naam in de krant.

Om de werkdruk van het personeel te verlagen en zo meer gezinsmanagers binnenboord te houden, is bestuurder Vlug in de weer met de gemeente Amsterdam. Meestal gaan de gesprekken over geld.

Sinds het rijk de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg in 2015 overdroeg aan de gemeenten, zit Vlug jaarlijks aan tafel om over budgetten te praten. De gemeente koopt de jeugdzorg in bij jeugd­bescherming, maar is zuinig met het belastinggeld.

Dit jaar heeft Vlug het bij de onderhandelingen eens over een andere boeg gegooid. Ze wil er niet meer geld bij van wethouder Simone Kukenheim (Jeugd), ze wil voor hetzelfde bedrag minder gezinnen begeleiden.

Zo kan ze haar werknemers ontlasten en hoopt ze meer mensen te behouden.

Broertjes en zusjes
In Alkmaar, Haarlem en Den Helder hebben jeugdbeschermingsinstanties onlangs de kont tegen de krib gegooid. Collega's van Vlug weigerden contracten af te sluiten met de gemeenten. Ze vonden dat ze werden afgeknepen.

Vlug schuift nog gewoon aan tafel bij de gemeente Amsterdam. "Maar het gesprek weigeren schiet weleens door mijn hoofd, al verwacht ik dat we eruit komen."

De Amsterdamse jeugdbescherming heeft al vele bezuinigingsronden doorstaan. Om het werk beter en goedkoper te maken zijn Vlug en haar collega's een jaar of zeven geleden begonnen met gezinsgericht werken.

De focus lag niet alleen meer op de veiligheid van het kind, maar op de veiligheid van het kind in het systeem.

Gezinsmanagers spreken ouders aan op hun gedrag en verantwoordelijkheid, en samen zoeken ze de juiste hulpverlening. "Zo kunnen we voorkomen dat de broertjes en zusjes ook bij ons terechtkomen," aldus Vlug.

Een andere wijziging in de werkwijze van jeugdbescherming is dat gezinnen langer op basis van vrijwilligheid worden begeleid. Kwam bij een geschil tussen jeugdbescherming en de ouders in het verleden onmiddellijk de rechter in beeld, nu worden de grenzen van vrijwillige medewerking opgezocht.

"We zeggen: de samenwerking is vrijwillig, maar niet vrijblijvend," aldus Vlug. "We komen niet zomaar aan de deur." Die aanpak leidde tot een spectaculaire daling van het aantal rechtszaken in Amsterdam: van 5000 naar 1600.

Jeugdrechtadvocaat Michiel Hoppenbrouwers heeft er zijn bedenkingen bij. "Ik noem dat vrijwilligheid met het mes op de keel," zegt hij. "Een gezinsmanager mag tegen ouders niet zeggen: 'Het is slikken of stikken, want anders gaan we naar de rechter en die geeft mij gelijk,' maar ik hoor van ouders dat zoiets geregeld gebeurt."

Het zijn tekenen aan de wand dat het systeem van de jeugdzorg zwaar onder druk staat, vindt Hoppenbrouwers. En dat komt door onmogelijke eisen van de rijksoverheid.

Onmogelijke opdracht
"De jeugdzorg moest beter en goedkoper. De staat heeft de verantwoordelijkheid daarom in 2015 overgeheveld naar de gemeenten, maar ­tegelijkertijd een bezuiniging van 15 procent doorgevoerd. Dat is een onmogelijke opdracht. In Zweden kregen gemeenten er bij zo'n decentralisatie juist geld bij."

Het bedrag dat Amsterdam voor de jeugdzorg kreeg uit Den Haag, liep van 195 miljoen (2015) naar 188 (2017) en 193 (2018). "Als niet was gekort, maar was gecompenseerd voor volume en prijs was het budget in 2018 op 207 miljoen uitgekomen," aldus een woordvoerder.

Via de Vereniging Nederlandse Gemeenten lobbyen Amsterdam en andere gemeenten bij het kabinet.

"Uiteindelijk is het een maatschappelijke vraag," zegt jeugdbeschermingsbestuurder Vlug. "Hoeveel is goede jeugdbescherming waard?"

Mike Fishers kinderen zijn onder toezicht van jeugdbescherming gesteld. Hij ziet hen weer geregeld nu. Fisher en z'n ex moeten wel een manier vinden om de opvoeding gezamenlijk te doen.

Door de ruzie tussen hun vader en moeder kampen de kinderen met een loyaliteitsconflict. Maar jeugdbescherming is er nog niet in geslaagd om Fisher en z'n ex op één lijn te krijgen.

De echte namen van Mike Fisher en Inge Bruinsma zijn bekend bij de redactie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden