Plus

De ijsvogel rukt op in de stad

De ijsvogel kan, anders dan zijn naam doet vermoeden, absoluut niet tegen ijs. Door de milde winters hier is de tropische vogel aan een opmars bezig. Met dank aan alle vrijwilligers die in de stad broedplaatsen maken en onderhouden. 'Van dit beestje willen we er meer.'

Mannetjesijsvogel. Latijnse naam: Alcedo atthis. Beeld Jeroen Stel

Stadsecoloog Fred Haaijen (61) verdwijnt in het Noorderpark achter een grote kluit van een omgevallen boom. Hij zet zijn schep in de grond, plaatst zijn laars erop en zwiept een berg zwarte aarde omhoog. We zijn op de jaarlijkse IJsvogelwerkdag. Zo'n veertig vrijwilligers helpen in groepen mee om alle 42 potentiële broedplaatsen in Noord klaar te maken voor een nieuw seizoen.

Niet alleen in Noord, maar in heel Amsterdam is de ijsvogel bezig aan een opmars. Ze broeden in het Flevopark, Frankendael, het Westerpark, het Diemerpark, Zuidoost, Nieuw-West en het Amsterdamse Bos. Zelfs het Vondelpark en het Rembrandtpark kenden broedexemplaren.

Met zijn helblauwe vleugels en oranje borst is de ijsvogel een soort die je eerder in de tropen verwacht dan in Nederland. 'Vliegend juweel' of 'vliegende edelsteen' wordt hij ook wel genoemd. Als hij voorbijvliegt, is er vaak niet méér te zien dan alleen een 'blauwe schicht', zoals zijn andere bijnaam luidt.

Stadsecoloog Fred Haaijen (l) en ijsvogelcoördinator Jan Jongejans onderweg naar het Vliegenbos tijdens de IJsvogelwerkdag. Beeld Lin Woldendorp


Normaal gesproken broeden ijsvogels in een steile oever, vlak boven het water. De boomkluit in het Noorderpark vervult die rol, maar door verlanding is er een zandstrook tussen de kluit en de plas ontstaan.

Enkele vrijwilligers kijken toe als Haaijen een holletje aanwijst. Tussen het zand, de wortels en de elfenbankjes wordt een diep gat zichtbaar. "Als we zorgen dat er aan de voet van de kluit water staat, kunnen er geen vijanden bij het nest komen," legt Haaijen uit.

Na het eerste broedsucces van een ijsvogel in Noord in 2004 op de Noorderbegraafplaats, begon Fred Haaijen hier en daar met het aanleggen van zogenoemde ijsvogelwandjes. Door kluiten van omgevallen bomen goed toegankelijk te maken voor ijsvogels, en minder goed bereikbaar voor predators als vossen, marters en bruine ratten, is de kans op broedsucces groter. Soms worden bomen omgetrokken of worden kunstmatige wandjes aangelegd. "Als ik een ijsvogel zie, is mijn dag goed," verklaart Haaijen zijn inzet.

Het werk van Haaijen en de vrijwilligers werpt zijn vruchten af. Noord is een ijs­vogelbolwerk: in 2016 broedden er maar liefst 22 paar.

Dat jaar bereikte de populatie een hoogtepunt met 70 broedparen in groot-Amsterdam - van Durgerdam tot Aalsmeer.

De aantallen in Amsterdam schommelen mee met die van heel Nederland. Strenge winters zijn funest, dan vallen de ijsvogels bij bosjes neer. Anders dan zijn naam doet vermoeden kan deze vogel namelijk absoluut niet tegen ijs. Dat zorgt ervoor dat hij afgesloten is van zijn voedsel - vis, kikkers, libellenlarven - en dat kan deze 'kingfisher' al snel fataal worden.

Waadpak
Terwijl de vrijwilligers de graafwerkzaamheden hebben overgenomen en verwoed het zand wegscheppen, heeft Haaijen een groen waadpak aangetrokken. Hij stapt over de houten wal de vijver in en staat tot zijn knieën in het water. In zijn handen heeft hij een 'ijsvogelboor', een fietspompachtig apparaat dat hij bij een experimentele werkplaats liet maken. De boor heeft een diameter van 6 centimeter, net als het hol van een ijsvogel.

Haaijen zet de handboor op de kluit, gooit zijn volle gewicht ertegenaan en begint langzaam te draaien, terwijl hij schuin in het water ligt. "IJsvogels graven een gat van 60 centimeter diep," zegt hij met luide stem, licht buiten adem. "Net even iets dieper dan de lengte van de snavel van een reiger." Hij draait nog een slag. "Als er een reiger voor het gat staat en erin poert, komt ie niet bij de jongen."

De vrijwilligers verzamelen zich. Beeld Lin Woldendorp

Achteraan in de gang maken de ijs­vogels een broedkamer waar ze eieren leggen. IJsvogels zijn goed in staat zelf een hol te maken - dat doen ze met hun snavel, maar uit onderzoek blijkt dat ze net zo lief een voorgeboord gat gebruiken. Haaijen klopt het zand uit de boor en stapt tevreden het water uit. "De rest mag hij zelf doen."

Warm koelwater
Iets verderop staat vrijwilliger Jan Jongejans (55) met zijn laarzen in de modder. Jongejans is ijsvogelcoördinator van de Vogelwerkgroep Amsterdam en houdt al jaren gegevens bij over alle broedgevallen in de stad. Vorig jaar zag hij de ijsvogelstand dramatisch afnemen. "Terwijl de mannetjes na een milde winter hun territorium al hadden ingenomen, ging het eind februari weer vriezen. Dat is driekwart van de ijsvogels fataal geworden."

Van de 66 Amsterdamse paartjes uit 2017 waren er vorig jaar nog maar 16 over. Eén paar had het slim bekeken door bij de Nuoncentrale in Diemen te broeden: het warme koelwater vriest daar nooit dicht. Voor dit jaar zijn de voortekenen gunstig. Onder meer in Nieuw-West en Zuidoost worden weer geregeld ijsvogels gezien en de vogelstand herstelt zich snel, leert het verleden.

"Na de strenge winter van 1997 was de ijsvogel zelfs volledig uit de stad verdwenen," aldus Jongejans. "Binnen vier jaar was de populatie weer op het oude niveau. IJsvogels broeden van april tot september continu, vaak wel drie keer achter elkaar. Dus het kan snel gaan. Soms zijn de jongen nog niet eens uit­gevlogen en beginnen ze alweer een nieuw nest."

Vrije vliegtoegang
Mensen associëren ijsvogels met ijs, maar het is een soort die voornamelijk in de tropen voorkomt: in Azië, Zuid-Amerika, maar ook in het droge, warme Midden-Oosten. 'Onze' ijsvogel is de Europese tak van een familie met 87 leden.

Beeld Jeroen Stel
Beeld Jeroen Stel

Nog niet zo lang geleden was een ijs­vogel in Amsterdam ondenkbaar. De soort kwam alleen in het Oosten voor, bij beken in de Achterhoek. Elk paar heeft een territorium van ongeveer een kilometer. Op een gegeven moment is een oever 'vol' en gaan jongen op zoek naar nieuw leef­gebied. Zo zijn ze langzaam maar zeker in Amsterdam terechtgekomen.

Voormalig stadsecoloog Martin Melchers (75) kan zich het eerste broedgeval in de stad nog herinneren. "In 1953 in het Amsterdamse Bos," zegt hij. "Ik was negen, ik hoorde het van bevriende vogelaars. Er werd heel geheimzinnig over gedaan. De ijsvogels probeerden te broeden in de buurt van het Openluchttheater, maar werden door fotografen gestoord."

In die tijd was een ijsvogel in deze regio een spektakel, aldus Melchers. "Als je er één zag, jeetje, dat was wat." In 1961 deed een ijsvogelpaar een broedpoging in het Amsterdamse Bos - met succes.

De milde winters hebben ervoor gezorgd dat de ijsvogelpopulatie in Nederland zich flink heeft kunnen uitbreiden. Waar er in de jaren zestig slechts enkele tientallen ijsvogels in Nederland broedden, zijn dat er nu tussen de 400 en 1200. Het schonere oppervlaktewater, natuur­beheer waarbij omgevallen bomen blijven liggen en de hulp van vrijwilligers hebben bijgedragen aan dat succes.

In Amsterdam zijn geen stromende beken of rivieren met steile oevers, vandaar dat de ijsvogels zijn geholpen bij omgevallen bomen, kunstmatig aan­gelegde of afgestoken wandjes.

Jongejans: "Bij een rivier of beek blijft de wand vanzelf steil, maar hier zakken de wortels van de omgevallen bomen in, en groeit er vegetatie overheen. IJsvogels willen een vrije vliegtoegang hebben. Daarom steken wij wandjes recht af en maken we de ingangen vrij."

Hij raakte gefascineerd door de ijsvogel, nadat hij tien jaar geleden op 150 meter van zijn huis in Slotervaart een broedpaar had ontdekt. "Vanaf mei sta ik ze bijna elke avond vanaf een bruggetje te observeren met mijn verrekijker. Daardoor zie ik patronen in het gedrag. Als ze uit de nestgang komen bijvoorbeeld, maken ze altijd een korte duik in het water om het zand van hun veren af te spoelen. Ook grappig is dat ik aan het formaat van de aan­gevoerde vis kan aflezen hoe groot de ­jongen ongeveer moeten zijn."

Ijsvogelgarantie
Ook in andere stadsdelen dan Noord zijn nu ijsvogelwerkgroepen actief, zoals in het Diemerpark en het Amsterdamse Bos. In de parken van Oost, Zuidoost, in het Westerpark en bij de Sloterplas beheren enthousiastelingen individueel kunst­wanden. Volgens boswachter Abe van 't Wout (28) van het Amsterdamse Bos doen mensen vooral zo hun best voor de ijs­vogel vanwege zijn mooie verenkleed. "Om te zien is het is een knuffelbaar beest, waar we er graag meer van willen hebben. Ik weet zeker dat er minder in Amsterdam zouden zijn als we niks zouden doen."

Beeld Jeroen Stel
Beeld Lin Woldendorp

Het Amsterdamse Bos is door het vele water geschikt leefgebied voor ijsvogels. Afgelopen jaar broedden er vier paartjes. Volgens Van 't Wout komen bezoekers van heinde en verre om ze te zien. "Mensen vragen bij de Boswinkel waar ze de meeste kans maken." Van 't Wout geeft het advies om op een brug te gaan staan en de lage takken langs het water in de gaten te houden. "Maar wat nog beter is, en dat geldt voor alle vogels: leer het geluid! Dan kun je hem heel makkelijk lokaliseren."

Als het weer zo mild blijft, durft Van 't Wout zelfs 'ijsvogelgarantie' te geven voor het Amsterdamse Bos dit voorjaar. "Op mooie dagen zie je ze heen en weer vliegen om hun territorium te verdedigen en voedsel te verzamelen voor hun jongen. Soms wordt er gebaltst en kun je visoverdracht zien. Het mannetje vangt dan een vis, slaat hem dood tegen een tak en biedt 'm aan het wijfje aan. Spectaculair!" Als ze de vis aanneemt, stemt ze in met het paren.

Lifestyle
Terug naar de ijsvogeldag in Noord. De kluit in het Noorderpark is die van een boom die drie jaar geleden iets verderop werd gekapt, zegt Fred Haaijen. Het was zijn idee om hem bij de oever van de plas neer te leggen, als ijsvogelwand.

"Een paar dagen later ging ik kijken en zag ik een gat," zegt de stadsecoloog met een grijns. "Geintje van collega's, dacht ik. Tot even later een ijsvogel kwam aanvliegen." Haaijen beaamt dat er vooral zo veel werk in de ijsvogel wordt gestoken omdat hij zulke mooie veren heeft. "IJsvogel en eekhoorn, dat zijn de dieren die mensen leuk vinden. We gaan geen holen graven voor bruine ratten."

Het groepje vrijwilligers is van het Noorderpark naar het Vliegenbos gefietst. Bij een gigantische kluit van een omgevallen iep knipt Fenny Toppen (67) uit Zeeburg takken weg voor de ingangen van de holletjes. Ze hoorde via een vriendin over de werkdag. "Ik vind het heerlijk om de hele dag buiten te zijn en het leek me leuk om meer over ijsvogels te leren."

In het Vliegenbos en Noorderpark in Noord. In omgevallen bomen, kunstmatig aangelegde of afgestoken wandjes maken vrijwilligers gaten voor holletjes. Beeld Lin Woldendorp
Vrijwilliger Fenny Toppen (r): 'Het leek me leuk om meer over ijsvogels te leren.' Beeld Lin Woldendorp
Beeld Lin Woldendorp

Vijf jaar geleden wees zijn vrouw Martin van Amstel (63) op een oproep in de lokale krant voor een IJsvogelwerkdag. Sindsdien is hij erbij. De ijsvogel is zelfs, zegt hij, een 'lifestyle' geworden: hij gaat naar lezingen, draagt een ijsvogelspeldje op zijn trui en neemt deel aan IJsvogelwerkdagen in andere stadsdelen.

"We hebben een volkstuin in het Westerpark. Daar vliegen ze ook. Soms strijkt ie neer op een tak op tien meter afstand van ons huisje en begint hij zichzelf te poetsen. Of hij vangt visjes. Het is net een livenatuurfilm die zich voor ons raam afspeelt."

Aanvliegplaats
Stadsecoloog Haaijen verwacht een goed ijsvogeljaar. "Gisteren zag ik er één in het Baanakkerspark, ze zijn al op de Noorderbegraafplaats gezien en in het Vliegenbos." Hij gaat op zijn knieën in een plas zitten voor een omgevallen kluit en boort er een gat in.

Het zweet parelt op zijn voorhoofd. Als hij klaar is, zet hij voor de ingang een tak in het water: een mooie aanvliegplaats voor de nieuwe bewoners. "Laat de ijsvogels maar komen."

Beeld Lin Woldendorp
Beeld Lin Woldendorp
Beeld Lin Woldendorp

Over de foto van de ijsvogel op het Amsterdammertje

De foto op de cover is niet bewerkt. Voor het verhaal over ijsvogels vroegen we 'ijsvogelspecialist' Jeroen Stel te fotograferen. Wekenlang postte Stel op een plek waar vaak ijsvogels zijn. Toen zich daar het eerste paartje aandiende, zette Stel een Amsterdammertje (via Marktplaats gevonden) strategisch neer.

Op een van de eerste lenteochtenden besloot zowel het mannetje als vrouwtje het Amsterdammertje van dichtbij te verkennen. Bingo!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden