'De hele zaal haat mij, en nog terecht ook'

'Uiterlijk lijken mijn geliefden niet op elkaar, maar het zijn altijd mannen die verdomd goed weten wat ze willen.' Foto Jan van Breda Beeld
'Uiterlijk lijken mijn geliefden niet op elkaar, maar het zijn altijd mannen die verdomd goed weten wat ze willen.' Foto Jan van Breda

60 minuten: Karina Smulders
Elke maand ontvangt interviewer Frénk van der Linden in het Parooltheater, naar beproefd televisierecept, een verrassingsgast. Een kennismaking in zestig minuten.

'Het galmde door me heen: nu ben ik alleen, alléén - wie ben ik nu nog?' Actrice Karina Smulders (28), ze speelt nu Ifigeneia van Toneegroep Amsterdam, over liefde en vakliefde. 'Minder angst, dat zou ik willen.'

''Hier draait het dus om, '' zegt ze tegen het eind van het gesprek. ''Hier draait het allemaal om. ''

Ben je ervoor in therapie geweest?

''Verschillende keren. Als je het niet benoemt, als je er niet diep in durft te duiken, kun je het nooit overwinnen.''
Bij onze kennismaking stond ze van top tot teen in het zwart voor me, met een stralenkrans van blond haar om het hoofd. Gêne maakte zich van me meester: ik herkende haar niet.
''Karina Smulders. '' Slanke maar krachtige hand. ''Ik speel toneel.''
Aan tafel spreken we af dat we gaan praten over liefde en vakliefde, en over de parallellen tussen die twee.

Wanneer ben je volkomen terecht door iemand verlaten?

''Het is me tot nu toe bespaard gebleven dat een man tegen me zei: ' Ik dump jou.' Laat staan dat het terecht gebeurde. Als je het over liefde en verlating hebt, denk ik aan het moment dat mijn vader van me wegliep. Ik was veertien of zo en deed ontzettend fel en lelijk tegen hem. Geen idee meer waarover het ging. Mijn vader is iemand die altijd blijft luisteren, maar op een gegeven moment zei hij: ' Hier heb ik geen zin meer in.' Hij ging stil naar beneden, terecht, en liet me achter in mijn kamer. Ik heb me nooit van m'n leven zo alleen gevoeld.''
''Ik was een boos kind, een boze puber, een boze adolescent. Heel vaak wóedend: tegenspreken, kwetsen, schelden, vloeken. Er heeft lang een soort razernij in me gehangen, en daar werden de mensen om wie ik het meest gaf op getrakteerd: mijn ouders en mijn jongere zusje. Ik zocht ruzie, net zo lang totdat iemand kwaad op me werd, en daarmee rechtvaardigde ik dan mijn eigen rotgevoel.''

Een geboren actrice.

''Ja, alleen ben ik me daar nu pas bewust van.''

Welke toneelrol associeer je met die ongetemde feeks van toen?

''Ik speel momenteel Ifigeneia in Aulis, een Grieks drama over een man die Troje wil veroveren. De goden vertellen hem dat hij zal winnen als hij zijn oudste kind offert: mij. Ifigeneia wordt gek van angst als ze dat hoort. Ze verzet zich, ze smeekt, ze tiert. Haar vader zegt: ' Ik wil niet meer met je praten.' En hij gaat weg. '' Lacht. ''God, ik ben benieuwd wat mijn vader zegt als hij dit leest.''

Hoe loopt het af met Ifigeneia?

''Zij roept op een gegeven moment: ' Ik doe het, ik laat mij offeren.' Ze verandert in een soort zelfmoordterroriste die bereid is te sterven voor volk en vaderland. Diep in haar zit een puberaal idee van heldendom, van onsterfelijk willen zijn. Zo van: jullie willen mij ombrengen? Nou, ha, ik wil het godverdomme zélf! Die boosheid kan ik niet uitleggen, maar wel herkennen, en spelen.''

Hoeveel liefde was er bij jullie thuis?

''Veel. Mijn vader en moeder zijn altijd bij elkaar gebleven, ze hebben een gelukkig huwelijk. Dat kun je bij mijn generatie wel een wonder noemen. In mijn klas was ik zo ongeveer de enige de géén gescheiden ouders had. Misschien is de truc dat je wel samen bent, maar ook een eigen leven hebt, eigen interesses, eigen vrienden, een eigen baan. Mijn vader en moeder geven allebei Nederlands: hij op universiteit, zij op een middelbare school. Ze laten elkaar héél. Ik denk wel eens: probeer verliefd te blijven op de persoon op wie je verliefd bent geworden, maak er geen ander van - en al helemaal geen kloon van jezelf.''

Wanneer zag je in de toneelwereld voor het eerst echte liefde?

''Het belangrijkste aspect van wat ik doe, is de liefde voor verhalen, en voor het vertellen van die verhalen. Ik wil verdwijnen in een verhaal. Zo totaal dat het zichtbaar wordt voor anderen. Ik herinner me dat ik op de toneelschool Marieke Heebink Een ideale vrouw zag spelen. Jezus, wat een kracht! Wat een plezier! Ik begreep niet hoe ze me betoverde, ik kon alleen maar denken: ja, ja, ja, dat wil ik ook.''

Had je het gevoel dat je zelf zo goed zou worden?

''Ja.''

Waarom bijt je nu op je onderlip?

''Omdat je zoiets niet mag zeggen. Wat natuurlijk onzin is. Ik moet veel beter worden dan ik nu ben, maar ik zou niet naar de top streven als ik niet ten diepste overtuigd was dat ik het in me had.''

Er zijn grote acteurs die elke avond voordat ze opgaan een emmer vol kotsen.

''Ik heb wel vaak dat ik tijdens het spelen tegen mezelf zeg: joh, dit gelooft niemand. Maar op hetzelfde moment is er iets in mij wat zich daartegen verzet. Heel ambivalent. Een tournee is veertig keer hetzelfde toneelstuk opvoeren, en in mijn ogen gaat het hoogstens één keer echt goed. Sterker: in die voorstelling is er misschien maar één ogenblik waarop ik denk dat ik het helemaal onder controle heb. Het is net als met geluk: het is er, en floep, het is weg. Maar dat is voldoende om ernaar te blijven grijpen.''
''Ik heb wel eens een totale black-out gehad. Drie jaar geleden, in Kruistochten. Ik stond tegenover Hans Kesting en had een snel stukje tekst. Na het eerste woord werd het zwart. Niets meer, níets - behalve dat ik in een afgrond stortte. Hans zei later dat het maar even duurde; het voelde als een uur. Hij loste het slim op door me een vraag te stellen waarop mijn tekst het antwoord zou kunnen zijn. En ja, ik vond de woorden terug. Maar ik kan ook wel eens opkomen en denken: de hele zaal haat mij, en nog terecht ook. Dan speel ik daar twee uur tegenop. Zeggen m'n collega's als ik afkom: ' Goh, jij had een goeie avond!''

Wie was je eerste grote liefde?

''De eerste bij wie ik dacht: de rest van mijn leven blijf ik bij hem, was een jongen die op een modeschool zat. Ik was zestien en ik was al jaren verliefd op hem. Wat me aantrok, was dat hij heel zeker van zichzelf was, en snel, en stoer. Hij had al een rijbewijs. Een goeie vangst, snap je? En dat ik hem kreeg, sloeg helemaal nergens op, want ik was zo'n kipje dat zichzelf niks vond voor een goeie vangst. Voor mij was het een film.''
''Ik ben iemand die langlopende relaties heeft. De eerste duurde drie jaar, de tweede ook, en ik ben nu al over die drie jaar heen. Uiterlijk lijken mijn geliefden niet op elkaar, maar het zijn altijd mannen die verdomd goed weten wat ze willen, gepassioneerde types.''

Mag ik informeren naar de naam van je huidige partner?

''Fedja. '' Slaat de ogen neer. ''Fedja van Huêt.''
''Goeie vangst, '' zegt fotograaf Jan van Breda van achter zijn camera.
''Héél goede vangst. '' Ze schatert. ''Maar van hem inmiddels ook.''

Twee mensen die al jaren op de bühne staan. Welke ontwikkeling heb jij doorgemaakt?

''In eerste instantie ging m'n hart uit naar de grote zaal, naar Toneelgroep Amsterdam. Dan heb ik het over de periode waarin Gerardjan Rijnders permanent regisseerde - soms moeilijke, weerbarstige stukken - en mensen als Pierre Bokma en Lineke Rijxman de belangrijkste spelers waren. Allroundacteurs, mensen die alles kunnen, en van wie je absoluut niet snapt wat ze doen. Want dat is toneel op z'n best: dat je het als toeschouwer alleen maar kunt ondergaan, dat je gewoon niet in staat bent te beschrijven wat ze uithalen. Voor mij geldt dat sowieso in het leven: er moet magie zijn.''
''Na de schouwburgfase begon ik me ook te interesseren voor de kleine zaal. Dan gaat er een totaal andere wereld voor je open. Intiemer, dichter op de huid, vaak wat experimenteler. Acteurs zijn daar ook theatermakers, niet alleen uitvoerenden. Toen ik dat zag, verschoof mijn ambitie. Tot nu toe is het dat gebleven, een ambitie. Ik weet niet of ik het ooit zal kunnen, of ik concepten en zo kan verzinnen. Daar ben ik lange tijd nogal zenuwachtig over geweest. Nu denk ik: gewoon acteur is ook goed. Dan ben je niet per se dom.''

Waar worstel je nog mee in de liefde?

''Mijn knokpartij zit in de vraag hoe je een relatie laat groeien, hoe Fedja en ik het levend houden. Als ik net verliefd ben op iemand, heb ik de neiging om dat verbond totaal aan te gaan en helemaal te vergeten wat ík ooit leuk vond, wat ík graag doe. Dan ga ik compleet op in de ander en denk ik dat die versmelting me gelukkig zal maken. Terwijl je het dan juist om zeep helpt. Het stomste wat je kunt doen is 24 uur per dag bij elkaar zijn. Dat wéét ik, maar ik moet mezelf er met geweld toe zetten afspraken te blijven maken met mijn beste vrienden. Ik doe het wel, hoor. Stukje bij beetje word ik er goed in om bij Fedja weg te gaan.''

En wat is je gevecht in het vak?

''Dat het nooit te pakken is. Dat je nooit kunt bewijzen dat je het onder de knie hebt: legt u het meetlint maar naast mij, ik kan het. Na elke vakantie, al duurt-ie maar drie dagen, ben ik bang dat ' het' weg is. O god, o jee, o nee: straks sta ik met lege handen.''

Zijn er rollen die nu nog boven je macht liggen?

''Dat kan ik pas achteraf zeggen.''

Andersom dan: kun je alle rollen aan?

''Ik kan ze aan zoals ik ze nu doe. Over tien jaar ben ik misschien beter in Hedda Gabler dan ik nu zou zijn, maar er is geen rol meer die ik niet durf aan te pakken.''

Waar zit je zwakte? De ene actrice vindt het moeilijk om klein te spelen, de andere om uit haar dak te gaan, de derde om naakt op de planken te staan of een monoloog van een half uur te doen.

''Ik word soms gek van mezelf, omdat ik in het begin van de repetitieperiode te veel stappen wil overslaan. Dan probeer ik me een rol veel te snel eigen te maken. Ik kan slecht tegen de eerste drie weken van het proces. Die zijn essentieel, maar ongeduldig als ik ben, wil ik ze het liefst helemaal niet meemaken. Er is hoogstens een decor, en een richting waarin de regisseur met het stuk wil gaan, maar ik wil meteen weten hoe ik mijn zinnen ga uitspreken: hoge stem, lage stem, onderkoeld, uitzinnig... Rustig nou, denk ik dan, rustig nou! Het hoeft niet zo hijgerig, niet zo bangig.''

Wanneer ben je in de liefde het meest door emoties overmand geweest?

''Ik had met mijn vorige vriend besloten uit elkaar gegaan, en beiden vonden we dat een goede beslissing. Het was óp. Dat geeft even een soort kick, die duidelijkheid. Maar toen kwam hij zijn spullen ophalen. Tas, weet je wel. Inpakken. Ongemak. Nog een beetje om elkaar heen draaien. En daar ging hij: deur open, deur dicht. Weg. Het moment dat ik alleen in die kamer achterbleef, dat ik echt fysiek alleen was... Het galmde door me heen: nu ben ik alleen, alléén - wie ben ik nu nog?''

Hoe zat je erbij?

''Versteend. Het is stille schrik. Het allerergste wat er is.''

Ken je ook wroeging?

Handen in het haar. ''Ik heb iemand bedrogen en belogen met een ander. Dat heb ik gelukkig opgebiecht. Je wilt...''

...jezelf ontlasten.

''Poe. Ja. Wat eigenlijk egoïstisch is. Maar goed, ik had tenminste de moed het te vertellen.''

Het is laf, biechten.

''O?''

Je zadelt hem met de pijn op. Misschien is het beter die zelf te dragen.

''Lekker zeg, krijg ik dat ook nog ingepeperd. Shit. Nou, daar zal ik me zo meteen op de fiets nog even rot over voelen, oké?''

Sorry dat ik zo zit te drammen. Ben je nu wel trouw?

''Zeker. Mede door die ervaring. Maar ook omdat ik geloof dat liefde bestaat bij de gratie van trouw.''

Is er op professioneel gebied iets waarvan je spijt hebt?

''Het is niet iets waaraan ik kapotga, maar soms... Hoe zeg ik dit, want jij gaat het natuurlijk in de krant zetten... Nou, ik heb in een kleinere plaats weleens gedacht: ach, we staan toch niet in Amsterdam, vanavond hoef ik geen honderd procent te geven. Maar vervolgens buig ik wel om het applaus in ontvangst te nemen, hè. Je kijkt naar iemand op de eerste rij die geweldig zit te klappen, en jij denkt: pff, jij denkt dat ik mijn best heb gedaan?''

Wat heb je nog te wensen in de leerschool van de liefde?

''Ik hoop te leren, naarmate ik ouder word, dat ik de liefde meer kan laten bestáán, dat ik er minder eisen aan stel, dat ik beter kan leven met onzekerheden. Minder angst, dat zou ik willen. '' Binnensmonds: ''Dat geldt voor mijn hele leven. Altijd angstig, angstig. Angst is mijn grote drijfveer.''

Maar die woede van vroeger dan?

''Als ik eerlijk ben: ik denk dat het een omkering van mijn angst was. Ik voelde me in die overgang van kindertijd naar volwassenheid erg ongelukkig. Op mijn zevende of zo vroeg ik al aan mijn vader en moeder: wanneer moet ik uit huis? Een enorme drempelvrees om de wereld in te gaan. Toen ik uiteindelijk wegging, naar Amsterdam, naar de toneelschool, worstelde ik daar vreselijk mee. Verandering, hu, eng! Wedden dat het mis zou gaan, wedden? In essentie is dat nooit veranderd. Ik denk altijd dat ik dingen zal verliezen, dat ik verlaten zal worden door mijn geliefde, door mijn talent... Een mens lijdt het meest aan het lijden dat hij vreest - Nou, dat ben ik.''

Heb je iets om je aan vast te houden? Een god, een moreel kompas, een heilig boek, pleegzuster bloedwijn?

''Ik ben opgevoed met het idee dat niets waar is. Daar vecht ik nu tegen. Ik zou zo graag op mijn moeilijke momenten ergens in kunnen geloven - al was het maar een beetje. Alsjeblieft, laat er een hemel zijn. ''

(TEKST FRÉNK VAN DER LINDEN FOTO'S JAN VAN BREDA)

Oorspronkelijke publicatiedatum: 17-01-2009

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden