Pronkstukken

De grondlegger van de Vikingschaats

Het Parool struint door de schatkamer van de Amsterdamse sport en stuit op wonderlijke verhalen.

Beeld Marcel Israel

Het bordje staat weer in de berm voor de deur. 'Schaatsen slijpen, Liergouw 6, al jaren uw vertrouwde adres.'

Bert Lassche (67) doet het al sinds zijn achtste. Toen met de hand in de kelder van de kapel in Durgerdam. Nu heeft hij in zijn schuurtje achter het huis in de luwte van de Schellingwouderdijk een machientje staan. Hoe krom een schaats ook is, Bert kan er altijd nog wat mee. 'Dan slijp ik hem extra rond. En als de mensen dan later vertellen dat ze toch weer zo heerlijk hebben geschaatst...'

Zijn glimlach verraadt de liefde voor het ambacht.

Genen
Hij heeft het niet van een vreemde. Zijn vader was Jacobus - Co - Lassche, grondlegger van de Vikingschaats, de eerste Nederlandse noren. Even later in de huiskamer heeft Bert op tafel diens erfgoed uitgestald. De knusse ruimte oogt als een museum, met de tientallen houten schaatsen aan het plafond - elke stad had zijn eigen model - en de vele relikwieën op de muren en voor de ramen. 'Het moet een mooi schaatsje zijn, zei mijn vader altijd.'

Bevlogen praat Lassche over de kegels, die door de voetplaten heen werden geslagen. Het fijne soldeerwerk - zonder gaatjes, want dan ging het van binnenuit roesten. Of de romige kleur van het staal van de eerste modellen, die verdween onder de blinkende blauwe gloed van chroom.

Met zijn vinger streelt hij een buis. 'Kijk, de punt loopt hier aan de achterkant naar beneden ter versteviging. Daaraan herken je een Viking.'

Verzameling
De verzameling vertelt ook het verhaal van een strijd voor erkenning. Tussen de schaatsen staat een blik dat de geallieerden in de hongerwinter boven Amsterdam dropten. Welfare biscuits van - what's in a name - W.R. Jacob Ltd. 'Ik vond hem op Koninginnedag,' zegt Bert. Daarmee was hij terug bij het begin. Co Lassche gebruikte de blikken na de oorlog om schaatsen voor zichzelf en zijn vrouw te maken. Bert: 'Maar ook krulspelden, oliekannetjes en waterketels. De paar centen die hij daarmee verdiende, investeerde hij weer om een steeds mooier schaatsje te maken.'

In 1947 stuurde Co zwager Theo van Meurs langs de sportmagazijnen met zijn model. Alleen Eilers in de Kalverstraat had interesse, maar hij wilde wel een certificaat van deugdelijkheid van een bekende schaatser. Zo klopte Co op Sinterklaasavond 1947 aan bij Jaap Havekotte. 'Hij kon het, dat zag ik direct', zou Havekotte in 1949 zeggen in het blad Sportief. 'Co is een tovenaar met staal en ijzer.'

Havekotte bestelde 25 paar met het alleenrecht op verkoop. Bert: 'Maar op een sportbeurs gingen ze als zoete broodjes over de toonbank. De teller stopte bij 340. Of ze die even konden gaan maken.'

Bert pakt een model uit 1948. 'Havekotte en Lassche Amsterdam' staat op de kegel.

Compagnons
Ze werden compagnons, huurden een pand in de Gerard Doustraat en al snel verlieten jaarlijks dertigduizend paar noren schaatsenfabriek Viking. Maar de ambachtsman en de zakenman botsten met elkaar, en dat leidde in 1952 tot een breuk.

Lassche: 'Havekotte eiste de naam op. Mijn vader vond het prima. Hij was de schaatsenmaker en ging verder in Durgerdam en later in Amstelveen. Havekotte werd zelfs een klant van hem.'

Jaap Havekotte zou het succes van de Vikingschaats in het kielzog van Ard en Keessie verder uitbouwen. 'Daar had mijn vader veel respect voor. En ik ook,' zegt Bert. Maar wat stak, is dat Havekotte zichzelf als de grondlegger van de Vikingschaats was gaan zien. Co Lassche kon zich daar niet meer tegen verweren. Hij stierf in 1966 na een auto-ongeluk.

Verleden
Begin jaren negentig dook Lassche daarom in het verleden van zijn vader. Hij putte uit eigen herinnering en sprak met zijn moeder, Jaap Havekotte en naaste medewerkers als Jan van Wiltenburg. Zijn verhaal werd in eerste instantie geweigerd bij schaatsverzamelaarsclub De Poolster. Bert: 'Viking was Havekotte. Maar na een bestuurswisseling kwam het goed.'

Trots pakt Lassche Wiebe Blauw's schaatsenmakersbijbel Van Glis tot Klapschaats uit de boekenkast. Hij bladert naar de pagina's waarop zijn vader de erkenning krijgt als pionier en grondlegger. 'Dat is wat ik wilde. Dat hij wordt genoemd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden