Lezersbrief

De gedenkwaardige herdenking van 1970

Wie mogen er op 4 mei herdacht worden tijdens de doden­herdenking op de Dam, en wie niet? Briefschrijfster Sytske van Bochove reageert met een verhaal dat zij vaak in geuren en kleuren hoorde.

De dodenherdenking op de Dam van een jaar eerder: 1969Beeld ANP

De afgelopen jaren was het, net als dit jaar, een aantal keren onderwerp van discussie. Heel lang was dit geen punt, maar in 1970 gebeurde het volgende.

Zoals elk jaar stroomde de Dam vol met mensen. Het middenstuk richting het Nationaal Monument op de Dam werd vrijgehouden voor de entree van de koningin.

Verwachtingsvol wachtten al gauw duizenden mensen op wat komen zou en alles leek te gaan als normaal. Na de speeches en de paar minuten stilte legden koningin Juliana en prins Bernhard de eerste krans. Plotseling kwamen vanachter het Monument twee jongemannen, Onno den Daas en Ad van Delden, in keurig pak naar voren gerend teneinde hún krans te leggen: een groene krans met roze driehoek erin.

De marechaussee en 'stillen' overmeesterden de mannen en een golf van rumoer steeg op uit de menigte. In die menigte werden op dat moment pamfletten verspreid door de Ajah (Amsterdamse Jongeren Aktiegroepen Homosexualiteit) met uitleg over de actie: het openlijk willen herdenken van de door de nazi's vermoorde homoseksuelen.

Tot die tijd was dit leed genegeerd en de Ajah had toestemming gevraagd voor de kranslegging, maar deze was geweigerd. Via de achteruitgang van Krasnapolsky (en met hulp van wat werknemers die de bedoeling begrepen) werden de twee mannen door het hotel geloodst om precies op tijd na de kranslegging door de koningin de Dam op te rennen. Zo hadden zij de politieversperringen omzeild.

Het Polygoonjournaal had de jongemannen ook in beeld (zie video onder dit stuk). Ze werden tegen de grond geworpen, maar Ad van Delden wist zich los te rollen (hij had op judo gezeten) en stond weer op. Zijn ouders, die toen in de Achterhoek woonden, waren ontzet: "Het is onze Addi!" riepen ze.

De mannen werden gearresteerd en er volgde een proces-verbaal. In de Tweede Kamer werden er naar aanleiding van de gebeurtenis vragen gesteld door Ed van Thijn (PvdA) en iemand van de VVD en het jaar daarop mochten voor het eerst ook homo's en Sinti en Roma die in de oorlog vermoord waren, openlijk worden herdacht tijdens de dodenherdenking op de Dam. Het was een doorbraak in die tijd. De jongemannen riskeerden een gevangenisstraf, maar hun zaak werd geseponeerd.

Dit verhaal heb ik verscheidene malen in geuren en kleuren en met meer details horen vertellen door mijn man, Ad van Delden, de bedenker en mede-uitvoerder van deze actie. Vele jaren later zou er pas ruimte zijn voor een homomonument.

Uiteraard ben ik altijd trots op hem geweest om deze daad. Hij is in 2010 overleden.
Sytske van Bochove, Amsterdam

Lees ook: Van wie is de dodenherdenking? en: Herdenking vluchtelingen op Nieuwmarkt gaat niet door

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden